George - in memoriam

22 augustus 2005 (oom Jan namens de TT-groep)

Wie gisterenmiddag, zoals zo velen onder u, afscheid heeft kunnen nemen van onze neef George, weet dat hij er bij lag alsof hij eventjes aan het rusten was.
Een nichtje merkte op: Alleen het biertje ontbreekt nog. Een vriend zei: Heb je op zijn handen gelet? Dat zijn de werkhanden van een echte vrijwilliger. En zijn schoonzus hoopte dat hij zijn ogen zou openen en dan met een brede grijns zou zeggen: Heb ik jullie even tuk gehad! Het zijn kleine impressies. Maar zij wijzen erop hoezeer wij hem zullen gaan missen. En hoeveel liefde en waardering wij voor hem hebben.
Daarvan getuigt ook de grote opkomst vandaag, niet alleen van de familie, maar vooral ook van vele vrienden uit al die uiteenlopende terreinen in de samenleving, waarop George met hart en ziel heeft gewerkt.

Ik mag hier spreken als zijn oom Jan, namens zijn moeders familie Reintjes. Dat zijn er heel wat in binnen- en buitenland. Ik spreek echter vooral namens een twintigtal neven en nichten binnen die familie, met wie ik sinds het midden van de zeventiger jaren van de vorige eeuw elk jaar een trektocht maak, compleet met wildkamperen en kampvuurtjes, door natuurgebieden in België, Luxemburg en Duitsland. Van de 28 trektochten maakte George er zo'n 15 mee. Hij moest helaas stoppen door ernstige rugklachten en later ook door zijn hersentumor. Toch bleef hij actief lid van onze Trektochtgroep en voelde hij zich elk jaar weer nauw betrokken.
Daarnaast maakten we George mee op vrijwel alle 35 jaarlijkse familiekampen rondom Hemelvaartsdag. En natuurlijk op talloze momenten ertussendoor.

George - en trouwens ook zijn vier broers - speelde van jongs af aan een bijzondere rol binnen de familie. De jongens Hellemans waren al vanaf klein kind continu bezig de grenzen van wat mag en niet mag te verkennen. Met als oogmerk die waar mogelijk te overschrijden. Binnen het gezin heerste een continue domeinenstrijd, die zij misschien geschonden, maar in ieder geval gesterkt overleefden, zonder dat er echte winnaars waren.
George blies daarin als oudste zijn eigen partij mee en hij en zijn broers oogstten bij zijn neefjes en nichtjes altijd grote bewondering. Die jongens durfden, wat in de andere gezinnen voor onmogelijk werd gehouden! Voor wie hem gekend hebben weten dat hun vader Wim in dit alles zijn unieke rol speelde. Wij ooms en tantes hadden vooral bewondering voor Dini, die zich te midden van dit manvolk staande moest houden en heel wat te verstouwen kreeg.

Op latere leeftijd, de periode waarover ik nu spreek, stond George wat verstandiger, soms zelfs een beetje filosofisch, in het leven. Al bleef hij de waaghals die hij ook in zijn jonge jaren was. Bekijkt u voor zijn filosofische kant eens de handgeschreven spreuk die de afgelopen week naast zijn telefoon werd gevonden en nu boven zijn overlijdenskaart prijkt: Hoe je de wereld ziet en hoe je ermee omgaat bepaalt je rijkdom. Dat is een echte doordenker, waar ik straks nog op terugkom.

Op die wijsgerige diepgang hoefde je echter in de dagelijkse omgang met deze neef op onze jaarlijkse trektochten of tijdens de familiekampen niet te rekenen. Als je geluk had borrelde die op als je met hem een aantal uren soms zwijgend, dan weer oude herinneringen ophalend aan een kampvuur of rond de vuurkorven had gezeten. Dan kwam er ineens een heel andere George naar voren.

In de kring van de aan de trektocht deelnemende neven en nichten zijn de sterke verhalen over hem legio. Vaak zijn ze een deel van de waarheid en is de rest mooie fantasie, waarvan George zò genoot, dat hij het op het laatst zelf ging geloven.

George liep jarenlang in de trektocht mee, gehuld in een wat bruingestreepte trui die volgens mij nooit gewassen werd en een idem dito spijkerbroek. Op zijn besnorde hoofd droeg hij stevige wollen muts of een ouwe pet. En tenslotte sjouwde hij een enorme rugzak met zich mee, die bomvol geladen was met geheimzinnige lekkernijen, die hij onderweg royaal onder zijn neven en nichten uitdeelde.
Was de voorraad drinkwater op en liep iedereen te smachten met een leren tong, dan diepte hij een literpak sinaasappelsap uit zijn rugzak. Op later leeftijd kwamen daar flesjes sterke drank in allerlei soorten en maten voor in de plaats.
Daarnaast had vlees een centrale plaats in zijn leven. Toen hij bij de taakverdeling voor een herfsttocht door de Ardennen met zestien neven en nichten (inclusief deze oom) thee moest meenemen en ook nog een paar rookworsten voor een boerenkoolmaaltijd had hij zes kleine theezakjes bij zich, maar wel zestien grote Gelderse worsten, die de een na de ander uit zijn rugzak werden getoverd.
Werd er onderweg in een supermarkt sober wat eten ingeslagen voor de hele groep (want er was altijd een bescheiden budget) dan verdween hij stilletjes in een zijstraat, zocht een slager, en verscheen dan weer in de groep, happend aan een broodje braadworst met mayonaise, waarbij het vet langs zijn kin droop. Want vegetarische macaroni met cashewnoten en komkommer: dat was aan hem niet besteed, hoewel hij steeds braaf mee at. George is altijd het liefst zijn eigen cateraar gebleven.

Op familiekampen plaatste hij zijn tent tussen ons in, klapte een riante (ergens versierde) kampeerstoel uit, installeerde een enorme barbecue, zette een koelbox met vlees naast zich neer alsmede een krat bier en was daarmee als vrije jongen voor enkele dagen vorstelijk onder de pannen.
Dit tot enige jaloezie van getrouwde neven en nichten met hun gezinsverplichtingen. Voor hun kinderen was George met zijn snor en markante uitstraling die we allemaal van hem kennen, de vèt-aardige oom, met wie je lekker kon kletsen, van wie je alles mocht en die altijd wel iets lekkers had, zoals stukjes vlees van de barbecue.

Eens arriveerden we tijdens een trektocht door het Eifelgebergte met natte rugzakken en bemodderde bergschoenen bij een typisch Duits Waldkaffee met het doel ons eens lekker te laten verwennen met koffie, chocolademelk en appeltaart. Dit alles uiteraard royaal voorzien van slagroom.
Maar de eigenaar keek ons misprijzend aan en liet ons niet binnen in zijn warme Stube, waar weldoorvoede Duitse gasten zich tegoed deden aan Schnaps, bier en warme worsten. Wij kregen onze bestelling op het koude terras geserveerd. Zònder slagroom. Maar die werd even later met een zuinig gezicht nagebracht in een grote glazen schaal. Die schaal was natuurlijk in een oogwenk leeg.
Na het afrekenen ging de schaal, zo te zien tot de rand gevuld met diezelfde slagroom, terug naar de keuken. George had hem als wraakactie gevuld met scheerschuim. Hij zei tegen de kelner dat we de slagroom toch maar niet genomen hadden. Zo zat hij, zeker in zijn jonge jaren, vol met dit soort, in mijn ogen, tenenkrommende geintjes. Haalde hij die met ons uit, dan probeerden we hem op een ander moment terug te pakken. Ook daarover circuleren talloze verhalen die ik hier maar niet zal vertellen.

George had een heel creatieve technische feeling in uitdagende situaties. Zo beklommen we eens in een overmoedige bui een privaat kasteel, toen overal alarmschellen gingen rinkelen. George stapte direct op een oude muur af, deed een greep in een 12e eeuwse nis en bracht het alarmsysteem tot zwijgen. Of hij schakelde tijdelijk overwegbellen uit toen die onze nachtrust verstoorden bij het kamperen langs een Luxemburgse spoorlijn. Of hij kreeg warme douches op een gesloten camping aan de praat met wat klauterwerk in voor het publiek afgesloten ruimten. Allemaal zonden tegen de in de familie geldende normen en waarden.

Een andere normatief grensgebied waar hij zich heel creatief toonde, was zijn ritselen en versieren van de meest uiteenlopende spullen. Speciaal bij feesten en andere evenementen. Plastic bekertjes, koffiezetapparaten, suikerklontjes, T-shirts, bierglazen, kampeerspullen, reclameartikelen, lekkere hapjes, noem maar op.
Wie appelen vaart die appelen eet. George moet over een uitgebreid netwerk hebben beschikt. Hij kende Jan Rap en zijn maat, ook omdat hij overal vrienden had in het vrijwilligerswerk. En de ene dienst is de andere waard.

Zo hebben wij en velen met ons George naar ons gevoel door en door leren kennen en waarderen. Toch was hij gelijktijdig voor menigeen een raadsel. Wat bewoog hem ten diepste? Wat ging er door zijn hoofd heen? Wij kunnen er slechts naar gissen.

George heeft het in zijn leven niet gemakkelijk gehad. Hij had denk ik veel om over na te denken, zeker sinds zich een paar jaar geleden de tumor openbaarde.
Hij heeft het zichzelf vaak ook niet gemakkelijk gemaakt. Ik denk aan de ogenschijnlijke zorgeloosheid, waarmee hij met zijn gezondheid omsprong. Of lag dat toch anders?
Hij zei wel eens tegen ons: "Ik zal niet oud worden. Dus wil ik zoveel mogelijk van het leven genieten." Toch had hij een geweldige drang om te overleven. Werd hij bij lichamelijke tegenslag geveld, dan kwam hij steeds weer terug en knokte door.

Ik vond dat terug in een gedicht, dat hij jaren geleden tot onze verrassing voor mij en mijn vrouw schreef, maar dat denk ik eigenlijk ook en vooral op hemzelf slaat:

Als je gelopen hebt
en je verwachtingen worden niet vervuld,
ga dan door met lopen.
't Is maar dat ieder het weet.
Want de schoonheid der dingen
leeft in de ziel van hen die haar aanschouwen,
en dat bereik je alleen door stevig door te sjouwen...

U proeft misschien enige overeenkomst met zijn eerder genoemde spreuk die boven het overlijdensbericht staat.
Ik haal er twee waarheden uit die voor George kennelijk van levensbelang waren en die hij ons allen op deze bijeenkomst wil voorhouden.
Ten eerste: je moet in het leven ondanks alles blijven dóórgaan. En ten tweede: jouw kijk op de wereld wordt bepaald door de manier waarop je zèlf, innerlijk, in het leven staat.
Dat dat leven tijdelijk is, in zijn geval véél te tijdelijk, wist George maar al te goed.

Van jongs af aan ging hij er met zijn tentje op uit. Heel vaak samen met ons.
Vorige week trok hij zich terug uit de lichtkring van zijn vrienden en van ons allemaal en verdween in het duister van een mooie zomeravond, om na gedane arbeid zijn tent op te breken. Het was voor de laatste keer.

Zo staat, denk ik, De Tent, met zijn scheerlijnen, stokken, pennen en grondzeil, en met zijn hele cyclus van opzetten en afbreken, en van opnieuw opzetten en opnieuw afbreken, ineens symbool voor de tijdelijkheid van ons aardse bestaan.

Namens de neven en de nichten van de familietrektochten mag ik hier tot slot zeggen:

Jij loopt altijd met ons mee, George.
Zet alvast de tenten op!