Het verhaal van de TEEK
Duim HH
Elke familie heeft wel ergens grote angst voor, een dier, een fobie of wat dan ook. Maar wat is de grote angst van de Reintjes familie.....? Het is de teek! De angst voor dit dier zit diep in de Reintjes genen. Al vroeg word elk familielid van de Reintjes bekend gemaakt met de gevaren van dit bloeddorstige dier.
De Hellemansen- en Prinsentakken van de reintjes familie, die in hun jonge jaren op het eiland Terschelling vertoefden, mochten niet in de groene bosjes spelen van kampeerterrein Nieuw-Formerum. Het spel 'Buskruit' moest veel gedaan worden want daarmee werd de teek verjaagd.
De Dassentak van de Reintjes verhuisde al vroeg naar Bilthoven, omdat de bossen in deze buurt wat sjieker waren en als eerste teekvrij waren verklaard.
De Pabonnentak van de Reintjes zocht de oplossing in de wetenschap en chemie. Middels allerlei scheikundige experimenten werden preventieve middelen ontwikkeld. Een bijproduct van één van de teekpreventie middelen, is later doorontwikkeld tot Becel.
Sommige Reintjes zagen het niet meer zitten in het teekrijke Nederland en vluchtten naar Zuid-Afrika en Canada, om een toekomst zonder teken op te bouwen!
Maar ondanks al deze maatregelen en wijze raad van de oudere Reintjes sloeg de teek toch meerdere malen toe! In oksels, beenholtes, in de nek, zelfs in een navel, op een tepel en op billen greep de teek zijn kans en laafde zich met het sappige en jonge Reintjes bloed.
Binnen de Reintjes familie maakte men zich erg zorgen om dit bloedstollende wezen wat maar bleef toeslaan. Er werden jaarlijks allerlei preventieve maatregelen genomen om het onheil af te wenden.
Er gingen zelfs geruchten dat er ooit in een ver verleden hele inheemse offerrituelen werden ingezet om de teek gunstig te stemmen! In een heilig oord genaamd den T(r)eek werden illustere Kinderkruistochten georganiseerd. In het begin waren het nog alleen Reintjes kinderen, die mee gingen, maar toen het aantal Reintjes kinderen terug liep werden er ook vriendjes en buurkinderen meegenomen. Degene die nog terug wisten te komen van deze Kinderkruistochten stonken immens naar rook en vuur!
De ergste teek soort was de hypo-teek. Dit waren de ergste bloedzuigers! Eenmaal in de greep van een hypo-teek kon je er maar moeilijk van afkomen. Als je geluk had kreeg je er maar een keer mee te maken in je leven.
Maar de Reintjes ontdekten dat er goedaardige teken waren die de kwaadaardige teken konden neutraliseren. Dit neutraliseren kon door je in een goedaardige teken te verdiepen of er een hechte relatie mee aan te gaan. Je kon zelfs resistent worden!
Zo was er de arto-teek, die door creatieve, out-of-the-box en vernieuwende impulsen bescherming bood. De biblio-teek bood door enorme feitenkennis hulp tegen de kwaadaardige teken. Indien een van de Reintjes een relatie aan ging met een goedaardige teek was het gevrijwaard voor kwaadaardige teken.
Neven Paul en Herman gingen respectievelijk een relatie aan met de zeer creatieve arto-teken Anita en Joyce. Neef JW wist door zijn uitmuntende topografische en natuur kennis de teek altijd te ontwijken. Neef Jan jr. was zelf door zijn leergierige, autodidactische en erudiete invalshoek een wandelende biblio-teek en wist hierdoor de teek van zich af te houden. Nicht Marion sloot al vroeg een huwelijkspact met Aldert, een hoogleraar in spé, die later promoveerde tot een zeer gewaardeerde biblio-teek. En zo deed elke Reintjes zijn best om de teek van zich af te houden!
Preventie was goed maar zo'n tekenbeet was gebeurd voordat je er erg in had. Wat kon je nog doen als de teek had toegeslagen en zich had vastgenesteld in je lijf?
Er waren binnen de Reintjes familie meerdere correctieve aanpakken als de teek had toegeslagen. Maar wat was nu het beste om te doen? Jaarlijks werd er de TTocht (TekenTocht) georganiseerd. Een ritueel wat in het teken stond van uitwisseling van preventieve en correctieve ervaringen met teken binnen de familie en hun aanhang.
Er werd bij een kampvuur in de Vulkaaneifel wederom aandacht gevraagd door de Nestor Oom Jan sr. van de TTocht. Waren er dit jaar nog goede nieuwe suggesties binnen de groep?
Neef George was van mening dat je het beste met je 2 voortanden zijn kop met pootjes eraf moest bijten, uitspugen en dan naspoelen met 3 glazen rum.
Neef Paul deelde de aanpak van George wel maar had met whisky nog betere resultaten!
Neef Peter pa gaf aan dat hij van zijn vader had geleerd dat het vernevelen van de teek meer effect had dan het vernevelen van het slachtoffer. Je wachtte gewoon tot de teek met zijn pootjes omhoog lag. Peter pa had eventueel ook nog een lijst met agressieve E-stoffen die je dan moest innemen zodat de teek losliet. Veelal kwamen deze E-stoffen voor in de zakjes maggi boerenkool en hutspot die mee gingen als reserve maaltijd. Alhoewel hij bij nader inzien, nippend aan een La Chouffe biertje, het vernevelen van het slachtoffer ook wel een plezierige en aantrekkelijke gedachte vond!
Neef Frans beweerde dat met een muzikale twist van Chubby Checker de teek in 1 twist eruit te halen viel. “Lets twist the teek away, yeahh!”
De aanpak van Joyce was weer een hele andere: Als vegetariër was ze tegen een gewelddadige aanpak. Joyce was er van overtuigd dat je het gewoon vriendelijk moest vragen of het diertje je lijf wilde verlaten. Daar had Joyce goede ervaringen mee. Mocht de teek alsnog niet luisteren, dan kwam Joyce onverbiddelijk met haar tekenpen, en daar waren alle teken voor beducht! En zo niet, dan kreeg je er toch prachtige ronde rode vormen voor terug!
Nicht Evelien, Aleid, Jolanda en Neef Albert hadden een speciale didac-teek aanpak. Evelien, telg van een roemrijke docentenfamilie, kon zelfs met een unieke lesaanpak er voor zorgen dat teken sneller het (moeder)lijf zouden verlaten, zonder hinderlijke sporen achter te laten.
Nicht Georgine had alsnog een preventieve tip: als je je billen meer zonlicht zou geven, zou het een wat minder gewild landingsobject worden voor teken. Haar zus Irene was nogal ontstemt over het zo laat delen van deze praktische preventieve tip. Haar Ron waren een aantal zeer pijnlijke en gênante tekenbeten in zijn billen bij TTochten bespaard gebleven, als hij dit eerder had geweten!
Overigens, het vermoeden bestond dat teken bij Ron bewust met meerdere tegelijk toesloegen. Ron stond nl. bekend bij de teken als een gewiekst en deskundig inkoper die nooit te veel wilde afgeven aan de teken! Zijn befaamde 'pay one, teek two' inkoop aanpak was berucht! En dat had zijn keerzijde!
Brigitte was van mening dat je liefst voor, maar anders direct na de beet, de teek moest kruisen met een nutteloze naaktslak. Ze had beroepsmatig ooit een programma moeten maken over deze naaktslag en Je kreeg dan na het kruisen van teek en naaktslak een soort van amorfe SillyPutty die er vanzelf afviel. Deed die naaktslak toch ook eens wat nuttigs!
Neef Jan jr. had goede ervaringen met het insmeren met geitenkeutels en scheerlijnenvet. Een van zijn geiten, genaamd hippie, was ooit gebeten door een molen-teek, die continue bleef doordraaien. Samen met zijn vader Jan sr. waren ze tot deze remedie gekomen. Dat scheerlijnenvet was een origineel idee van zijn vader Jan sr., moest hij toegeven. Dat was ooit ook eerder gebruikt om de jonge Huib en Rob wegwijs te maken in de gewoonten van de TT.
Neef Jan jr. had ook nog wat goede tips als je last had van een hypo-teek. Je kon het leed van de hypo-teek reduceren door hygiënische witwas praktijken met management BV's. Die konden dan de druk verminderen van de hypo-teek en dat voelde erg aangenaam. Immers je wilde toch niet afhankelijk zijn van een hypo-teek, want dat zijn de ergste bloedzuigers!
De laatste suggestie kwam van Aldert, als enige hoogleraar en gepromoveerd biblio-teek in het gezelschap, had hij de methode van het RIVM onderzocht: de zogenaamde 'teek-off' methode. Hij verzekerde iedereen dat dit ook wetenschappelijk was onderbouwd! (Zie bijlage).
Daar was eigenlijk iedereen het wel mee eens. Bij het kampvuur werd besloten om de methode van RIVM te gebruiken en door te geven aan de volgende Reintjes generaties. Hopelijk zouden hiermee de fobieën binnen de familie minder worden en de aanpak eenduidiger.
Oom Jan sr. nam als laatste het woord, benadrukte dat we het toch wel erg goed hadden, dankte iedereen voor zijn uitmuntende inbreng, beaamde wederom dat het reuze gezellig was geweest. Oom Jan sr. gaf aan dat hij nu 98 was en dat hij wellicht volgend jaar er niet meer bij kon zijn omdat hij zijn rugzak van 22 kilo met de koperen kandelaar, zijn vouwfauteuille, de tube mayonaise en zijn salami worst wel wat zwaar begon te vinden...
Er werd zachtjes gegniffeld bij het kampvuur, want iedereen wist (en hoopte van ganser harte) dat hij dit elk jaar zei en er volgend jaar toch weer bij was. Nicht Els vulde alvast de paklijst in voor de volgende TTocht: oom Jan: nootjes, salami en tube mayonaise; Peter pa: vuurzak; Joyce: tekenpen........
Met die gedachte en een gerust gevoel over de onderbouwde wetenschappelijke aanpak van de teek en het feit dat oom jan sr. volgend jaar weer mee ging, kon iedereen weer fijn gaan slapen.
De allerlaatsten rond het kampvuur: Peter Pi, Evelien, Joyce en Herman plasten weer volgens goed gebruik het kamp vuur (en daarmee dit verhaaltje 🙂) uit...