TT‑verslag 2008-TT32
"HARZTOCHT"
Als het goed is heeft iedereen zijn en haar rugzak nu gepakt. In de gezinnen is het rennen en vliegen, hoewel JW door de telefoon vertelde dat hij ging barbequen met Jolanda en de kinders, een glaasje schelvispekel in de hand. De rondgezonden 'paklijst' is een paar keer veranderd. Inmiddels zijn Jolanda en Peter Pi afgevallen en blijven er negen deelnemers over die morgenvroeg met de auto van Herman (5 personen) en Ron (4 personen) richting Harz rijden. Mijn rugzak staat al een paar dagen ingepakt klaar om de eenvoudige reden dat de zolder niet meer benaderbaar is, omdat vandaag en maandag het dak wordt vernieuwd i.v.m. Renovatie (dat is nog maar het begin). Aangezien alle kampeerspullen daar liggen moest er ruim tevoren gepland worden.
Georgine is met Robert en Isabel onderweg naar hier. Ze kondigde aan twee flessen jonge wijn bij zich te hebben die opmoesten. Hoe heet die ook al weer? Spätlese? Maar dat is volgens het woorden boek 'late oogst'. 't Kan! Laatgeplukte druiven, we wachten af.
Georgine slaapt vannacht bij Irene en Ron. Isabel en Charlot komen naar ons toe en blijven tot aanstaande donderdag. Heel gezellig voor Georgine senior.
Els gaat voor de 25e keer mee. Ik liet bij de Hema een beker maken met haar, temidden van de groep (helaas zonder JW) en dat in een geheel beplakt doosje, o.a. Met een lied op haar, op de wijs van “Lustig is das Zigeunerleben”. JW maakte een mooie oorkonde. Morgen vindt ergens de huldiging plaats.
Het is jammer dat ik het 'creatieve proces' van het schrijven van de laatste hoofdstukken van het “Eilandje in de mist” (dit is een kinderboek in wording) moest afbreken. Ik kwam net weer op gang. De notities blijven liggen tot na de TT, tussen de renovatieperikelen door. Ik heb steeds meer ideetjes over details, maar betwijfel of het boek niet te laat komt voor de jongens die toch al wat puberaal gaan worden. Maar het gaat over henzelf, dus dat motiveert wel wat meer om 'het boek' te lezen.
Te elfder ure mijn Canicula-tent uit de rugzak gehaald. Ik zou daarin slapen met JW, maar hij heeft een lichtere (of ruimere?) tent voor twee personen.
Vanmiddag een NIPO-interview doorstaan over Europa. Ik mocht het onderwerp niet weten, maar wist het bij doorvragen tevoren wèl, zodat ik wat geprepareerd was. Het blijft moeizaam en aanvechtbaar, zo'n sociaal onderzoek. Men baseert daar veel te veel op. Je vliegt met een hoge snelheid door tientallen vragen en gokt soms maar wat.
Het wachten is nu op morgen. Ik heb er zin in!!
Zeven uur. “Alle dingen zijn gereed”. Temidden van de al weken durende Financiële Kredietcrisis, waarbij ik tot nu toe dik 7000 euro op mijn aandelen heb moeten inleveren en zelfs Brigitte merkt dat er minder schouwburgkaarten worden verkocht, en Jörg Haider, de rechtse politicus van Oostenrijk, door een auto ongeluk om het leven kwam, en ons huis wegens renovatie op z'n kop stond, gaan wij rustig op trektocht, al merk ik er nog niets van, want ik kreeg nog geen telefoontje om alvast aan de weg te gaan staan.
Isabel en Charlot liggen, in onze slaapkamer voor, in bed te lezen. Ze wensen mij veel plezier, zo sociabel zijn ze al geworden.
De telefoon gaat! 7.15 uur. Ik ga naar de bushalte.
Terwijl een grote oranje zon ons vergezeld als we oostwaarts rijden, komt de opgewekte stemming er gauw in. Onze auto is een Dassenauto: Ron, Irene, Georgine en ik. Niet zo best voor de TT-integratie, maar ja... We jakkeren voort, langs Arnhem, het Ruhrgebied door, richting Kassel. Het is rustig op de weg. Rond kwart over tien stoppen we bij een wegrestaurant in de buurt van de beroemde Möhnesee, van de bombardementen van de dam in WOII. Daar huldigen we Els, omdat ze 25 jaar meeloopt. JW heeft een prachtige oorkonde gemaakt. Ik heb een beker-met-foto in een opgesierd doosje. Els deelt zelf gouden eikeltjes met een herfstblad uit. Het lied op haar bewaren we tot elders deze dag. Evelien constateert dat we weer met een zeer ervaren groepje zijn. Inderdaad. Alleen al het rugzakpakken doen we met onze linkerachterpoot.
Els heeft getekende TT-kaarten bij zich voor diverse familieleden en zelfs nog postzegels van vorig jaar. We zetten allemaal onze poot erop. Dan instappen, op naarStolberg! JW bekent geen goede wandelkaart te hebben. Dus moeten we in Stolberg naar een boekhandel zoeken. Dat voorspelt qua voorbereiding niet veel goeds!
Ik schrijf dit in de auto. Buiten is het al 17 graden, we rijden verder. De zon verdwijnt. Het blijft mistig, de lucht is bewolkt. Maar hoe oostelijker, hoe zonniger. Onder Nordhausen eindigt de autobahn. Inmiddels kwart voor één en zonnig. We rijden op een provinciale weg door een goudgele eikenallee, met dorpjes vol witte huisjes, hier en daar vakwerk. Een mooie herfst weer dit jaar. Ron heeft al geruime tijd beatachtige CD-muziek opstaan. Ik verlang naar de stilte van de bossen straks.
JW moet nog een stafkaart kopen en dat zou in Nordhausen kunnen.
Kwart voor twee rijden we Stolberg binnen. Prachtige herfstkleuren rondom, mede dankzij een stralende zon. Op een parkeerplaats langs een spoorlijn, tegen een berm met margrieten, paarse kattentong en geel boerenwormkruid.
De rugzakken worden definitief gepakt/overgepakt. Ron int het geld voor de tocht. JW heeft zijn kaart nog niet, maar waagt het erop. Het is warm, reden voor T-shirts. We keutelen maar wat aan.
Kwart voor drie vertrekken we, dralend rond het even verderop liggende station met modelspoorlijnenmuseum en een kiosk waar we postzegels kopen. Dan naar het centrum van Stolberg, dat vrijwel geheel uit vakwerkhuizen bestaat. Veel toeristen en auto's, wat irriterend is en niet bevorderlijk voor mooie foto's. We waren hier eerder, toen was het idem dito. Jan Willem koopt bij de VVV een detailkaart van dit deel van de Harz, uitgangspunt van een zware klim, die begint, zodra we dit pittoreske dorp hebben verlaten. Ik probeer, het hart sparend, stappen en ademhaling synchroon te laten verlopen, wat lukt.
Eindeloos lopen we op deze najaarsmiddag in de herfst door prachtige goudgeelgroene bossen, maar ook een keer verkeerd. Dan is het 'klunen' geblazen, helling af, door omgevallen beukenbomen, klauterend een helling weer op, kortom “JW”. Vervolgens weer klimmen en klimmen, het laatste deel moeizaam, tot we op een plateautje komen waar een hoge lichtgroene enorme ijzeren toren staat met terrasjes rondom. Het St. Josephskreuz. Als wij aankomen wordt er een bus ouderen vol geladen, jaloersmakend!
Op het terras onder deze Harzer Eiffelturm strijken we neer, in het zonnetje, en bestellen bier, witte wijn en andere drankjes. Hoewel..., behalve mijn wijn zie ik alleen grote bokalen bier om mij heen!
JW had al gezegd dat als er bij deze toren geen water zou zijn, dat de waterhalers nog wel zo'n afstand als reeds tot nu toe gelopen, zouden moeten gaan. Dus na het St. Josephskreuz zover mogelijk doorlopen om zo dicht mogelijk bij dat dorp te zijn. Dat is nu goddank niet nodig!
Het is kwart over vijf als ik dit schrijf. De waterflessen zijn vol en de groep zit gezellig rond een tafeltje bier te drinken. Het wordt tijd om verder te gaan. Water hebben we, dus er hoeven geen waterhalers naar een dorp. Maar het is al bedenkelijk laat! Half zes! Eerst maar een groepsfoto gemaakt bij de toren, op de trap. Aldus geschiedt, zowel zónder mij als mét mij (een meneer neemt die).
We sjouwen nu het bos in, maar al gauw stelt JW voor: zullen we hier een plekje zoeken, niet ver van het St. Josehskreuz. Aldus gebeurt. Er zijn drie nieuwe tenten in de groep: Herman/Joyce, Ron/Irene en JW. We bellen naar de Kwikstaartlaan. Alles goed daar. Het is zeven uur. De maan komt langzaam achter de bomen op, bijna volle maan.
Het kampvuur brandt al snel. Een mooie kampvuurplaats, met grote veldkeien rondom. Ik heb een driepootsstoeltje bij me en zet mij aan het vuur. Els schenkt een borrel in (Berenburg), die minder mild is dan Els. Wat vooral mild is, is de 20 jaar oude port die Herman ronddeelt, met crackers met Brie en een soort pesto-prut, ter voorbereiding van de maaltijd die Joyce met Georgine aan het voorbereiden zijn: pompoenensoep. Zij volgen later als we met zijn allen gezellig om het vuur zitten. Na het eten kletsen we over allerlei familiaire en persoonlijke zaken. Ron en Herman gaan afwassen. Ron stookt ondertussen, ook met Herman, het vuur bij.
We denken dat het al bedtijd is als we ontdekken dat het pas half negen is! De maan is achter de bomen omhoog gestegen en straalt nu over ons kampje heen.
Mijn gaslamp liet ik thuis, op aanraden van iedereen, maar nu blijkt die toch nodig te zijn, vooral tijdens het bereiden van het eten.
Zo eindigt de dag. Eigenlijk al veel geklommen deze eerste dag.
Dementietest: teken 10 over elf!
Het lijkt of er hele fijne druppels op de tent vallen, afgewisseld met zware druppels van de bladeren. Zou het mist zijn, evenals gistermorgen? Het is kwart over zeven. Ik rits de tent open. Inderdaad. Een zware mist hangt tussen de oude bomen en het hoge gras. Ik ga alvast 'rollen' en inpakken voor zover mogelijk. De tent van JW staat op drie boogstokken; in het midden is er daardoor veel bovenruimte. Heerlijk geslapen vannacht. Toiletteren betekent hier een route kiezen door hoge grasstengels, over dode takken strompelend tot een plek onder sparren waar het beter toeven is. Bij terugkomst zijn de meesten al hun tent uit. Jan Willem maakt zijn brander aan voor heet water. Ik neem een paar stemmingsvolle mistfoto's van tenten, maar mijn rolletje is vol. Dan een nieuwe erin. Probleem: hij spoelt niet tot het einde door! Eerst tot 8 (moet tot 36 en dan telt hij terug bij dit toestel). Batterijen te koud? Dan eruit en in de broekzak. Als ze wat warm zijn erin; spoelt door tot 17. Op het scherm staat: 'batterij leeg'. Nieuwe batterij erin, maar de teller gaat niet verder. Dus neem ik foto's vanaf 17. Twintig stuks verloren!
Ontbijt nog steeds in de mist. Alles is vochtig, dus eten we staande, behalve ik op mijn driepoot, voor het eerst meegenomen. Bevalt goed. Alles opbreken, pakken en op pad. Volgt een route door loofbossen, langs een meer richting een dorp dat Strassberg heet. Alles staat hier in het teken van voormalige kolenmijnen. In het dorp is zelfs een museum daarover. Eerder kon je een mijn bezoeken, toen we vanaf de berg waar we kampeerden bij een asfaltweg kwamen met veel parkeerplaatsen, ook voor bezoekers van het St. Josephkreuz. Verderop door het bos lopend was er een roodwit lint over het pad gespannen: “Verboten zu betreten, lebensgefahrlicher Jagd”. Of zoiets. Terug naar Strassberg. Een typisch Oostduits dorp, al is die Wende al bijna twintig jaar geleden. Oude werkplaatsen, slecht onderhouden gebouwen. En vooral de Evangelische Kerk, ook hier: in jaren niet geschilderd, ruiten kapot en toch in gebruik!
We dalen in het dorp af naar de Hauptstrasse, naar een oud cafeetje met een Gästezimmer. Die blijkt al vol te zitten met gezinnen die een warme lunch hebben besteld: groene kool met grote stukken vlees en pullen bier bij “die Männer”. We vinden een tafel in een zijhoek.
Evelien is sinds vannacht ziek. Ze zit stilletje erbij, hangt met het hoofd in de handen, neemt zwarte thee en is niet OK. Wat moet ze? Ze denkt aan een overnachting in een hotelletje en morgen weer aanhaken. Of knapt ze in de loop van de dag weer wat op?
We bestellen chocolademelk, koffie, thee en Apfelstrudel met ijs of Käsetorte. Er blijken maar twee Strudel (of Strüdel?) te zijn, dus wordt het grotendeels Käsetorte. De prijzen zijn Oostduits: koffie/thee: 1 á 1.20 euro en de taart: 2 euro!
Er is veel commentaar op de haardracht van Els: langer, krulliger, waardoor haar imago anders lijkt. Onder dwang van de dames maakt zij twee staartjes. Hoe onbenullig overigens zijn deze aantekeningen! Wij hebben het goed, maar Evelien niet!
De eigenares wordt door Ron benaderd over Evelien. Kan zij met de treín naar Güntersberge? Zij komt terug, wrijft Ron liefkozend over zijn terug en meldt dat haar neef Evelien met de auto naar het Berghotel zal brengen! Ineens veel beweging in de groep. Eveliens' spullen moeten uit de rugzak (brander, etc.). Ron rijdt nog even mee met Evelien. De chauffeur wil er geen geld voor hebben. Tja, het moet nu toch maar eens gezegd worden (red.); ik zat in het café naast Evelien, zag de tranen in haar ogen wellen en dacht te zien dat het niet van de zieligheid was, maar dat het allemaal een beetje te snel voor haar ging. Ze had nog niet echt besloten het hotel in te gaan en werd vervolgens overdonderd door de reddingstroepen. Toen kon ze niet meer terug en dat was schrikken! Maar het kostte haar vervolgens weinig moeite zich erbij neer te leggen. Goed zo!
Ron is in korte tijd terug. We hangen de rugzakken om en verlaten café en dorp, lopend door een heuvelachtig landschap, dan weer door dichte bossen, allemaal over nogal brede boswegen en belanden uiteindelijk op een grote glooiende zonovergoten weide. Aan de rand gaan de rugzakken af voor een bescheiden lunch. Warm water wordt gemaakt voor thee, koffie en soepjes en de broodvoorraad wordt aangesproken, voor het eerst met de pindakaas, waarvan ik een zware pot bij me heb. Het is kwart over twee en we pauzeren hier dik een uur. Als we verder lopen richting Güntersberge zien we rechts in de verte het witte hotel waar Evelien is ondergebracht.
Het is redelijk vroeg als we in de buurt van het plaatsje een kampeerplek moeten zoeken, vooral i.v.m. de waterhalers. Op een kruispunt staan drie houten banken. Voordat we op zoek gaan naar een kampeerplek is er dringende behoefte aan een comfortabel borreltje, zittend op één van de banken in het zonnetje. Aldus gebeurt. We nemen er ruim de tijd voor, want het is nog klaaarlichte dag, met een onbewolkte hemel, en zachte temperatuur, want geen wind. JW gaat in eerste instantie wat struinen in het loofbos (om later gewoon mee te doen in het zonnetje) en vindt een prachtige plek onder eikenbomen. Daar gaan we ons kampje opbouwen. De waterhalers, Ron en JW dalen met een rugzak vol lege flessen af naar Güntersberge. Omdat het hotel van Evelien ver achter het dorp aan de andere kant ligt gaan ze daar niet langs. Ze zijn al gauw terug, omdat ze bij de eerste huizen al twee dametjes treffen die hen maar al te graag aan water helpen, al schrikken ze van de hoeveelheid flesjes (en hebben ze helemaal geen zin om door JW digitaal vereeuwigd te worden. Is er nog steeds angst voor de Stasi? (red.)). Ondertussen maken wij de kampvuurkuil klaar, dit keer met een ondergrond van veldkeien om ondergronds vuur te voorkomen, want er is hier een dikke humuslaag. In no time ligt er een stapel droog hout. Georgine en Els en daarna Irene maken de maaltijd klaar; couscous, met feta, wortel, aubergine, amandelen, olijven, koreander en citroensap. Heerlijk allemaal! Verschillenden melden de aanwezigheid van groepen wilde zwijnen met jongen, links en rechts achter ons, lager op de helling. Dat belooft wat! Hoewel ze schuw reageren.
Even later zitten we voor de zoveelste keer in ons TT-bestaan gezellig om een knappend en vrolijk brandend kampvuur. Dat ligt in een soort kuil en wij zitten er op de randen omheen. Het eten gaat rond, al of niet bedekt met met een handvol door Irene en Georgine 'geplukte' koreander. Heerlijk smaakt dat gerecht weer, al is het wat droog. Ik merk, ook door het thuis bij het avondeten drinken van water, hoeveel behoefte je eraan hebt. Aan water dus. We bellen met het thuisfront en natuurlijk met Evelien, die in haar hotelkamer drie uur heeft geslapen. Ze verwacht morgen weer te kunnen inhaken. Dat zou mooi zijn.
Het begin van deze kampvuursessie wordt beheerst door geheimzinnige lampen die we verderop aan en uit zien gaan. Sluipen daar mannen om ons te overvallen? Uiteindelijk neemt iedereen genoegen met de theorie dat er een weg moet zijn, waar auto's in de bocht in onze richting schijnen. Meer nog schijnt de maan, die nu vrijwel vol is en omhoog klimt aan de donkere heldere hemel en mysterieus licht verspreidt op plekken in het bos om ons heen. Altijd weer fascinerend om te zien.
Ik ben moe en ga rond negen uur naar mijn tent om me rustig voor te bereiden op de nacht, en om deze notities te schrijven. Zo nu en dan valt een takje op de tent en glijdt met een hoog toontje naar beneden.
Altijd weer om zeven uur klaar wakker, ondanks de vroege bedgang gisteravond. Wel een nacht vol dromen, de één na de ander, met tussenpozen van wakker zijn tussen droom en waken. Niettemin geen wild zwijn gehoord, terwijl Georgine die vannacht wel hoorde brullend snuiven en grommen op de hellingen rondom ons.
Er hangt dit keer geen mist tussen de bomen en de lucht is strakblauw, vooral als de zon opkomt en iedereen rond de tent bezig is met een vrolijk dagbegin. En daar is alle reden voor. De tenten zijn van buiten droog en binnen valt het ook wel mee, al is er altijd condens van de ademende bewoners. Steeds meer plekken in het bos zijn zonnig, goudgeel de bladeren op de grond, bovenop tientallen jaren oude humus die nooit verdwijnt (heb ik gehoord). We ontbijten, vrolijk koutend met zo nu en dan de thema's uit de groep, zoals de leermomenten die Joyce aanreikt aan Irene in haar gedrag t.o.v. Ron, van geheel andere orde dan de 'Toscaanse taferelen' in huize Hellemans.
We maken niet veel aanstalten om te vertrekken. Als het zover is, het is nu kwart voor tien en we horen bosarbeiders al een uur met hun motorzagen aan de gang, alsof het wedstrijden van motorfietsen zijn, kortom als het zover is om te vertrekken, bellen we Evelien, want we komen door 'haar dorp', om haar te halen en ook om inkopen te doen. Ron roept: “Jan, omhangen!”. Hij had contact met Evelien. Die zal ons tegemoet komen. Aldus!
Opgewekt dalen we af. Wat een schitterend weer! Zonnetje, geen wind, uitgerust, rugzakken relatief licht.
Onderweg loopt een nogal enge man met een bijl door zijn riem gestoken onderzoekend door het bos. Voor de vrouwen geen man om alleen in het bos tegen te komen... Onderaan de helling komt het pad uit op een enkelspoor, zonder bovenleiding. Daarachter ligt het Oostduitse dorp Güntersberge, veel vakwerkhuizen, soms nog verwaarloosd.
Aan het begin van het bospad dat we zojuist verlieten staat een bord: verboden de paden te verlaten, te kamperen en vuur te maken. Het zij zo; wij hebben van het overtreden genoten!
We lopen het dorp door, waar verderop, voor een gesloten café, Evelien op een bankje op ons zit te wachten. Ze is nog niet helemaal de oude, maar even later, als we inkopen doen in de plaatselijke supermarkt, blijkt dat zij haar oude kordate veerkracht weer helemaal terug heeft. Gelukkig! Op weg naar de supermarkt passeren we nog het 'muizenvallenmuseum' dat gesloten is. Achter de ramen specimen van wat er binnen te verwachten is.
We zijn aan koffie en gebak toe; alles blijkt echter gesloten. Maar even buiten het dorp is er een meertje en daaraan ligt een gezellig cafeetje dat een subliem terrsje heeft, boten verhuurt en wat niet al, inclusief een Nederlandse vlag bij de ingang. Dit etablissement heet Schmunzelstube. We worden hartelijk ontvangen en bestellen koffie, thee en Apfelstrudel. De mannen spreken over verschillende scheertechnieken. Ik denk aan de mijne, vanmorgen weer in de praktijk gebracht; veel doen met weinig water. Dat gaat zo: een vouwbekertje met water. Tanden poetsen, borstel erin afspoelen, het tandenwater hergebruiken voor het scheren. Daarin scheermesje en kwast uitspoelen en wat er dán nog aan water over is gebruiken om het 'onderwashandje' nog eens uit te spoelen. Etc., etc.
Ron rekent af; 32,50 euro voor 9 koffie/thee en 8 Apfelstrudel met Schlagsahne. Dat is nog betaalbaar!
We pakken onze spullen bij elkaar en gaan verder, met bijgevulde waterflesjes voor de lunch.
Buiten het dorp lopen we door een gebied met weelderige weiden, hier en daar voorzien van een bankje voor de oudere wandelaar. Het pad verdwijnt in een dal vol herfstbomen en grote krachtige Douglassparren. Schitterende route met schitterend weer. Het pad loopt uit op een enorme grashelling die nodigt voor een zonovergoten lunch. Maar inmiddels is de wind opgestoken. We dalen langs de bosrand af tot een in de luwte liggende helling. Rugzakken af en genieten! 1- Van de zachte wind in een koesterende zon. 2- Van de schapenwolkjes tegen een blauwe lucht. 3- Van de verse Kaiserbrötchen met kaas, pindakaas, worst of hagelslag. 4- Van elkaar! Hier rusten we van half twee tot ongeveer kwart voor drie. Kun je nagaan!
Met enige tegenzin breken we op. Nog geen half uurtje lopen en we zitten in Allrode, een dorpje met schots en scheef gebouwde huizen, vaak van hout. De kerk van de Evangelische Kirchengemeinde ziet er zeer verzorgd uit. Wat verderop, tegenover een vijver met kwakende eenden is een Hans und Gretchenhäuslein waar de mensen ons vriendelijk begroeten.
Het is kwart over drie, maar we ruiken de kans alvast hier water te halen voor vanavond (macaroni). Inderdaad lukt het. Georgine stapt de tuin in, met een big smile en de handen vol lege flessen en er volgen er meer, zeker 2x9=18 flessen. We danken het echtpaar uitbundig.
Nu gauw verder, eerst door een beekdal, parallel aan een asfaltweg, dan een pad geleidelijk omhoog, heerlijke helling, waar je stug kunt doorklimmen, zonder buiten adem te raken. De weg gaat naar de “Windenhütte”, wellicht een plaats waaromheen we kunnen kamperen en waar we de avond kunnen doorbrengen in een blokhut, liefst met een barbequeplek en dan mijn 6 waxinelichtjes als stemmingbrengers. Met die gedachte klauteren we omhoog, het is al zo'n half vijf. Eenmaal in de buurt van de “hut” ontdekken we een mooie grashelling met bovenaan een café-restaurant! We strijken neer op een stemmig terras met grote zonneparasols. Het huis ljkt verlaten. Maar als ik later de omgeving verken, o.a. De Jagdhütte van Herzog Wilhelm, kom ik een vrouw + hond + kind tegen, die bij het huis horen. Even later komt ze inderdaad naar ons toe: ze is gesloten, maar als we wat willen drinken..? We bestellen 5 Weizenbier, 1 potje thee (Evelien) en 3 droge witte wijn (de drie Dassen). Een heel genoeglijk drinkgelag breekt aan, nou ja... één consumptie (32,50 euro zusammen). Buiten zien we: Jagdschloss Windenhütte. Daarna lopen we door, een hoog beukenbos dit keer (in onderscheid met het eikenbos van de afgelopen nacht). Het is nog een half uur zoeken, tot we een plek vinden onder hoge beukenbomen. Tent opgezet, naar huis gebeld (dak eraf vandaag) en kampvuurplaats aangelegd met dikke boomstammen om op te zitten. Els en Evelien maken iets met macaroni (d.w.z. “pennen” met heerlijke prut. Een mandarijn toe. Goddelijk! Het bos is zó donker, dat we slechts sporadisch de maan zien en verder laat die het afweten. Aan het kampvuur evalueren we de omgeving. Het is hier een rustig en prachtig gebied, met niet die grootschalige opzet van de Brockenomgeving.
Het “Jagdschloss Windenhütte” heeft ook hotelaccommodatie en doet wel heel sympathiek aan. Maar wie komen hier? Misschien was het een vakantieoord voor functionarissen van de communistische partij.
Vandaag hebben we volgens JW veertien kilometer gelopen en dat in 3,5 uur. Die cijfers rollen uit de GPS van JW. Hij vindt die cijfers maar matig. Meestal zitten we boven de vier uur.
Rond half tien ga ik tentwaarts en dan ineens druppelt er wat uit de donkere lucht boven ons, gevolgd door een heus buitje. Ieder vlucht naar de tent, enkelen houden nog even het vuur in de gaten, want ja, de omgeving is vrij droog en een bosbrand willen we niet op ons geweten hebben.
In de loop van de nacht volgen meerdere buitjes met forse nadruppeldouches als de wind door de bladeren trekt. Niettemin is het warm, buiten en vooral ook binnen in de tent. Ik slaap in perioden, steeds weer wakker wordend.
In alle vroegte en duisternis, wachtend op het ophouden van de regen. Dat gebeurt inderdaad rond half acht. Maar dan ook direct en uit! De verdere uren blijft het droog.
Vandaag staat het Bodetal op het programma, dat we alleen maar kennen (TT2001) uit “vocht van onder en van boven”, overvloediglijk! JW legt me uit dat je van de zuidzijde in het dal afdaalt, terwijl ik andersom in mijn hoofd had; toen moesten we steil naar beneden vanaf de Hexentanzplatz. Vandaar. Gelukkig dus droog, bij het toiletteren en bij het ontbijt dat we, gezellig in een kring op boomstammen gezeten, nuttigen.
Overal wordt, nu ik dit schrijf, ingepakt. Ik moet ook maar eerst de finishing touch van de rugzak verrichten. Het is half tien. Er zitten hier kleine mugjes.
We verlaten het bos, op zich eigenlijk een foto waard (te laat!) en lopen over een brede bosweg in de richting van Treseburg. Een gebied met weidse uitzichten, vooral omdat hier en daar boomgroepen bij stormen zijn geveld, en wel geruimd, maar je ziet de chaos in het landschap. Kennelijk zitten we hoog, want als we rond elf uur afdalen naar Treseburg is die afdaling pittig. Toch wel een paar honderd meter met hier en daar een glibbertrap van spoorbielzen, waarop Irene bijna onderuit gaat, ware het niet dat er een stevige houten leuning is. Beneden bij de rivier ligt een majestueus hotel (Hotel Bodeblick) met een restaurantgedeelte. We besluiten ons hier koffie & Kuchen te laten welgevallen. Het is niet het café van 7 jaar geleden. Ligt dat aan de overzijde? Als we weggaan moet er een foto worden gemaakt op de lange brug over de Bode. JW, met zijn digitale camera in de aanslag, ontdekt dat hij het afdrukknopje van zijn camera heeft verloren (na het fotograferen van een vervaarlijk uitziende das in de hal van het hotel was de camera uit zijn tas op de grond gekletterd en zonder te kijken weer in de tas gestopt...(red.)). Iedereen overal zoeken. Dan maar eerst de brugfoto met mijn oude camera met zelfontspanner. Vervolgens weer zoeken (maar niet vinden), waarbij we wel op de tuinmuur een vuursalamander zien en fotograferen op de arm van Georgine. Er lag er nog één langs de weg, maar bijna dood.
Ik heb altijd een reparatiedraad van metaal bij me en met een stukje ervan krijgt JW zijn toestel weer aan de praat.
We lopen door, langs de rivier en passeren het punt waar we in 2001 onze maaltijd gebruikten na een afmattende regentocht door het Bodetal. Dat het afmattend kan zijn zijn we vergeten, want opnieuw trappen we in deze tien kilometer lange tocht door het dal; even leuk, maar op den duur te weinig afwisselend. Ik hou er voor mezelf een pittig tempo in en hou dat zeker anderhalf uur vol, maar dan is het op, als we even wat brood eten langs het pad. Nog geen idee dan, hoever het nog is. Maar van een rust knap je wel op. Ik zit op mijn krukje te schrijven. Prettig!
We lopen weer verder door dit eindeloze dal dat toch op z'n einde loopt. Het rotspad daalt ineens tot diep in het dal, waar een brug is boven de rivierkloof die de Teufelsbrücke heet. Ik neem daar een foto van Ron, Georgine en Els.
De route gaat aan de andere zijde van de Bode verder. Op een splitsing is het kiezen. Eén pad gaat steil omhoog (45 minuten klimmen) naar een “hotel”. Het andere gaat rechtdoor naar het dorp Thale, waar inkopen moeten worden gedaan voor vanavond en morgenoverdag. Ron en Evelien stellen zich beschikbaar, maar dan moeten ze wat spullen overladen op de anderen die weer nét voor een zware klim staan! Na wat geharrewar worden wat spullen verdeeld en gaan de twee door naar het dorp, terwijl de rest begint aan een klim, die in zoverre meezit dat het pad zigzaggend en niet al te steil omhoog gaat. Niettemin zwaar. Eenmaal boven blijkt het hotel nóg hoger te liggen, maar dat is een kwestie van hooguit een kwartier. Het blijkt een aantal gebouwen te zijn met hotel- en restaurantaccommodatie. Eén van de gebouwen heeft een terras met schitterend uitzicht op de laagvlakte ten noorden van de Harz, die inderdaad hier dichtbij abrubt eindigt.
We strijken neer aan een tafel met met kussentjes voorziene stoelen en bestellen zes Weizenbier en één Apfelsaft (voor Joyce). Heerlijk, want eerder hadden we te weinig water, zodat de meesten behoorlijk dorstig zijn geworden.
We vullen hier onze waterflessen. Aldus zeer zwaar beladen lopen we verder over een asfaltweg en steken een tegenoverliggend bospad in. Dat brengt ons na enige tijd naar een open stuk onder hoge beukenbomen. Inmiddels is het half zes. We zoeken onze tentplekjes uit en dan gaat de telefoon van Ron en Evelien; die zijn onderweg naar hier. JW gaat ze tegemoet, terwijl ik -werkloos- deze notities maak.
De laatste twee uren is er een waterig zonnetje. Al met al viel de dag mee, want was droog en van een lekkere temperatuur. We hebben het dus weer getroffen! Nu morgen nog, de laatste dag.
Daar komen ze in de schemering! Eigenlijk waren Ron en Evelien al ergens in dit bos, ons vóór en het duurde enige tijd voordat JW dat in de gaten had en ze goed kon aangeven waar ze heen moesten (bovendien had hij zich vergist in de exacte lokatie van het 'kampeergebeuren', en dat is ook niet echt bevorderlijk voor een goede uitsluitend verbale communicatie... (red.)).
De tenten staan, het vuur brandt snel en de maaltijd wordt uitgeserveerd: zuurkool met worst en ananasblokjes. Yoghurt toe. JW deelt de resultaten van vandaag mee: 394 m. geklommen, 15,4 km. in 3 uur en 47 minuten; dat kan hij op zijn GPS lezen. Zou hij tevreden zijn?
Ik bel naar Georgine. Daar hebben ze ook zuurkool met worst, cq brie gegeten. Alles is goed, het dak is er half op. De maan schijnt weer over onze kampeerplek. Verderop achter een heuveltje zie je de lichtjes van Blankenburg, toch nog zo'n 8,5 km. van hier. Dat wordt morgen ons eindpunt.
Aan de maaltijd, of eigenlijk ervoor, heb ben we een heerlijke witte wijn gedronken, een onvervalste Grüner Veltliner uit 2007!
Overigens, hoeveel lawaai maken wij eigenlijk? Zo constateerde Irene straks dat de stemmen van de vrouwen vèr dragen. We doen aan zo'n kampvuur in een donker bos trouwens geen enkele moeite om stil te zijn. Het begint al bij het hout verzamelen als het breken van houttakken als knallen in de stille avondlucht klinken. Vooral als er dik hout wordt gebroken tussen twee bij elkaar groeiende stammen, dus m.b.v. de hefboomtruc.
Terwijl een volle maan de hele avond weer troostend door de hoge beukenbomen op ons kampje schijnt, zitten we rond het vuur dat binnen de cirkel van keien warm en rookloos ons verwarmt. Ik blijf tot kwart voor tien zitten. Laat voor mijn doen. Als we allemaal op bed liggen klinken ineens schoten! Eén heel hard en dichtbij, de andere verder weg. Ook later in de nacht. Plat liggen is het veiligste...
Heerlijk geslapen aan één stuk door en om 7 uur wakker. Het is droog, dat wil zeggen binnen- en buitentent zijn droog ónder dit beukendak en óp het beukenvlak. JW en ik kleden ons snel aan, conform de afspraak: vandaag vroeg weg om rond half één een bus te halen die ons naar Stolberg brengt. Een bus in Blankenburg wel te verstaan. Lukt dat niet, dan gaan we dat Harz-stadje verder verkennen. Iedereen is vroeg. Tegen een heuveltje zitten we al gauw samen te ontbijten, heel gezellig. Het lijkt onbewolkt, maar al gauw dringt tot ons door dat er wellicht regen dreigt.
Bij het vertrek zijn er wat druppels, maar die houden snel op en zo gaan we al om kwart over negen op pad richting Blankenburg.
De tocht door de bossen hier is werkelijk fantastisch!! Prachtige beukenbomen en herfsttinten op steile hellingen. Intieme dalen, ongerept, waar een glinsterende beek doorheen stroomt, overal de herfstnatuur in optima forma. Heerlijk om op comfortabele bospaden hier doorheen te lopen.
Ineens is er de Harz op z´n eind en belanden we in het vlakke land, met enorme akkers en graslanden.
Onderweg een boomgaard met appelbomen. Zou ik mijn kaneel (appelmoes) niet voor niets hebben meegenomen? Ja! We nemen wel wat op de grond liggende appels mee voor onderweg.
Er zijn ook witte geiten. We wandelen het dorpje Timmenrode in, een typisch nog 'Oostduits' dorpje, met deels verwaarloosde boerderijen en huizen.
Vandaag klimmen we naar de Teufelsmauer, een rotskam, die van dit dorp naar Blankenburg loopt. Een mooi rotsig stuk met vliegdennen (als in Bilthoven) en eikenboompjes en een rotspad dat zo'n 4,5 km de rotskam volgt, hier en daar nog weer klimmen. Halverwege is er een keuze tussen een pad over een Grossvaterrots en Grossmutterrots, maar zwaar en een “bequemerpfad” aan de zuidzijde. Daarvoor kiezen ikzelf (uiteraard), Irene, Georgine, Joyce, Els en Herman, de zes “normalen”. Voor de moeilijke route de fanatici: Ron, Evelien en JW.
Aan het einde van de rotskam, in Blankenburg, verzamelen we ons. Halen we een bus van half één? Nee.
Maar rond één uur gaat er nog een bus, waarmee je in Quedlinburg moet overstappen op de bus naar Stolberg. Onderweg naar het station koopt Evelien nog 3 vlaaien voor onderweg (ik schrijf dit in de auto van Ron, reeds op de terugweg).
Kortom, rond half vier zijn we in Stolberg. Daar bekijken we het Modellbahnhof, ondergebracht in het voormalige station, en gaan we daarna een glaasje drinken in de gelagkamer van “Zur Bürgergarten”, waar een wand vol foto's van echtparen hangt. Ondertussen doen Irene, Georgine en anderen wat boodschapjes “voor de kinders” (zij kopen twee weerhuisjes, voor Charlot en Isabel, een cadeautje van ons drieën. Waardeloos blijkt later...).
Om kwart voor vier zitten we op de weg met de afspraak elkaar in Soest (Dld) te treffen voor de slotmaaltijd. Dat betekent dat we vanavond wat vroeger thuis zullen komen dan het middernachtelijk uur (wat de planning was).
Soest, zeven uur in de avond. Een middeleeuwse kern met nauwe straten vol vakwerkhuizen en klinkerbestrating (ik denk aan de problemen die dat voor rolstoelen veroorzaakt). Op de markt, of wat er van door kan gaan, is een soort stadsherberg, waaraan het woord “Ristorante” is toegevoegd. Het ziet er nogal clean uit, zeker zonder klanten, maar opschieten is geboden. Dat verhaal van eerder thuis (zie vorige pagina) is te optimistisch ingeschat. Want een verblijf van zo'n twee uur plus nog eens 250 km rijden levert toch wel middernachtse thuiskomst op.
De waardin, een vrouw van middelbare leeftijd, gezet, lang zwart haar (Duits-Italiaans?) is blij dat ze wat te doen heeft. Ze komt meteen met een stapel menuboeken, waaruit we, onder tijdsdruk, een keuze maken in betrekkelijke variatie. Van een pizza met kaas (die we heimelijk even later in kartonnen dozen naar de keuken zien dragen, valt tegen, maar bleken lekker) tot vier medaljons van het varken, bedekt met pepersaus, naast een berg frites, voorafgegaan door een bak rauwkost die we toch wat tekort zijn gekomen de afgelopen dagen.
Het wordt een gezellige slotmaaltijd onder elkaar met deze ervaren doorgewinterde groep neven en nichten.
Om negen uur zoeken we onze auto's op en gaan huiswaarts over een rustige autobahn door het Roergebied. Bij Arnhem -de Nederlandse situatie ten voeten uit- wordt Ron, onze chauffeur, knarsetandend geconfronteerd met een omleiding door dorpen als Zevenaar, etc., zodat we, ondanks zijn pittige tempo, toch nog laat in Bilthoven arriveren. Georgine senior zit dan nog wat dommelend voor de TV, wat heel lief is. Een Kwikstaartlaan vol rommel van de renovatie herinnert mij aan de rauwe werkelijkheid na deze fantastische dagen in een prachtig deel van de Harz.