Dagverslagen 1996-TT20
Een wel heel hartelijk welkom deze keer bij het openslaan van dit historisch document: het trektocht boek van onze twintigste tocht, een jubileum uitgave dus.
Misschien herinner je je nog vaag die prachtige tocht rond de Brocken, met dat jubileum-slot-ontbijt. Ja die tocht, met die hutjes, die stoomtreinfluit, JW's nieuwe tent, sneeuw en het verdwenen ijzeren gordijn. Nee, niet verwarren met die tocht met het zakmes, of die met die koeien. Lees snel verder zodat aan al die door elkaar geraakte herinneringen een einde komt. Ook deze tocht was weer uniek.
Namens de redactie wordt iedereen weer recht hartelijk bedankt voor alle fantasievolle verslagen. Veel lees-, plak- en bladerplezier, Oom Jan en Els.
In dit jubileum nummer:- VoorpreTT - Marion: de paklijst is bijna geautomatiseerd.
- Trekkers - Els: even voorstellen.
- Route - Jan Willem: ter plekke bedacht, later ingetekend.
- ZATERDAG - Aldert: op weg naar de brocken die jarenlang door het ijzeren gordijn gescheiden waren.
- ZONDAG - Evelien: langs Torfhaus en de Steile Wand richting voormalige oost-west grens.
- MAANDAG - Els: na een historische passage en 4e lustrum moment naar Schierke en Drei Annen.
- DINSDAG - Oom Jan: door een prachtig landschap naar de Plessenburg en een mooi waldkamp.
- WOENSDAG - Jan Willem: overvallen door nattigheid via de Plessenburg en Ilsenburg naar huis terug.
- Donders, geen donderdag - Herman: rapportage van een Reintjeshandigheidsonderzoek.
- financieel overzicht - oom Jan.
- NapreTT - Els: terugblik; we deden het weer voor de twintigste keer.
- TT‑historie - Els: overzicht van de tot nu toe gelopen tochten.
Mag ik u even de trekkers voorstellen:
Jolanda: echtgenote van Reintjesneef Jan Willem, schoonzus van Reintjesnicht Evelien en stuwende kracht achter de zuurkool in taksi en jus d'orange.
Evelien: speciaal voor de tocht uit Samoa overgekomen Reintjesnicht, zus van JanWillem en dus schoonzus van Jolanda.
Herman: langste Reintjesneef en echtgenoot van Joyce, waarnemend en rapporterend groepslid (is nooit de tocht van de jonge onderzoekers te boven gekomen), soms met klutsknieën.
Marion: echte Reintjesnicht en echte echtgenote van Aldert, tevens zus van Reintjesnicht Els en behept met soepmaak- en verdeeltalenten.
Joyce: langste echtgenote van een Reintjesneef (Herman) en tevens, als vegetariër, liefhebber van vette varkenspoten en veel vlees.
Aldert: nog onbevooroordeeld lid van de kaartcommissie en tevens getrouwd met Reintjesnicht Marion, tevens zwager van Reintjesnicht Els.
Oom Jan: Eerste deelnemer die geen Reintjesbloed door de aderenheeft vloeien, maar wel degelijk de echte Reintjesoom van al die Reintjesneven en nichten is (en ook vader van andere Reintjesnichten die doorgaans mee trekken).
Jan Willem: oudste Reintjesneef, echtgenoot van Jolanda, broer van Reintjesnicht Evelien en tevens hoofdtrekker die altijd is mee geweest.
Els: kleinste Reintjesnicht, tevens tweelingnicht van Jan Willem, semidochter van Oom Jan, zus van Reintjesnicht Marion en schoonzus van schoonbroer Aldert.
Je moet een beetje de relaties kennen!
Waarin wij na zeven treinuren met angst en beven het ijzeren gordijn naderen... ten afscheid achtendertig TT‑kaarten versturen... als berugzakte sprookjesfiguren de volgevreten wereld van Kürörter en Waldhäuser binnentreden... en ons in een donker vochtig sparrenwoud op een bed van zompig moerasgras en verrotte stammen afgeritst te ruste leggen... Aldert verhaalt:
In de vroege zaterdagochtend spoeden wij, Marion en Aldert, ons wandelend en in alle rust naar het Houtense station. Onwennig nog torsen we onze rugzakken, die onmatig gevuld zijn met allerlei levensbehoeften. Behalve ons lijkt het dorp nog in een diepe droomloze slaap ondergestopt. Het wolkenloze sterrengewelf boven onze hoofden en de windstille koelte van de nacht, doen nog niet vermoeden dat de dageraad weldra aanbreekt. We proeven voorzichtig aan de sereniteit van het moment, de hoofden nog vol van de tomeloze drukte die we zojuist achtergelaten hebben. Hoewel, de afgelopen nacht was rustig, en in stijl, want wij sliepen op een opblaasmatje op de grond in een slaapzak in de woonkamer. En uitgezwaaid werden we slechts door onze oudste dochter, de andere kinderen en grootouders sliepen nog als rozen. Terwijl de eerste schelvispekelbronzen gloed aan de oostelijke horizon voorzichtig enkele sterren doet verbleken, bereiken we het verlaten station. De eerste trein die deze dag het perron aandoet brengt ons naar Utrecht, op tijd voor de aansluiting naar Amersfoort, op tijd voor de aansluiting naar Hannover, op tijd voor de aansluiting naar Bad Harzburg.
In Utrecht worden we hartelijk begroet door zes andere trektochters, te weten Herman en Joyce, Jan Willem en Jolanda, Evelien, en Els, die ons snel meetronen naar het meest geschikte perron om voorspoedig te Amersfoort te geraken, alwaar oom Jan zelf het gezelschap zal completeren. Ondanks een zondvloed van de meest apocalyptische rampenscenario's die op dit toch tamelijk korte traject worden overwogen, verschijnt de oom stipt op tijd en stapt de groep probleemloos in de volgende trein, die hen verder oostwaarts zal brengen. Het zal geruime tijd duren voordat Hannover in zicht komt, en een ieder nestelt zich zo comfortabel mogelijk en voert een gesprek, leest een krant, eet een bolletje, of dommelt wat. Oostwaarts trekken wij, naar het Harz gebergte, een verzameling brocken die wellicht ooit opgestuwd werd in een ijstijd, en die jarenlang in tweeën gesneden was door een ijzeren gordijn, gemaakt door mensenhanden. Het zijn de restanten van deze scheiding die dit gebied bij voorbaat een extra fascinatie geven, naast al het natuurschoon wat we er als vanzelfsprekend denken aan te treffen.
Het doet me terugdenken aan een reis die we elf jaar geleden maakten naar Oost-Duitsland. Met de 'Veteranenzug¦ reden we destijds naar de Oost-Duitse grens. De trein zat vol met 60-plussers die, onnut geworden voor het regime, eens in de zoveel tijd naar het westen mochten en daarvan gebruik maakten om inkopen te doen. Beladen met huishoudelijke artikelen stonden ze op het perron te Hamburg te wachten op de trein die hen zou terugbrengen naar het oosten. In de trein vertelden zij ons honderduit, maar naarmate de grens naderbij kwam verstomden zij en een beklemmende sfeer maakte zich van de coupé meester. Toen de trein tussen twee prikkeldraadversperringen stopte, en politie met honden door de trein kwam om alle westerse propaganda in de vorm van kranten en tijdschriften weg te halen greep de beklemming ook ons aan. Ons hele verblijf van toen was doortrokken van de angst van mensen voor het systeem en dus voor elkaar. Men sprak niet openlijk over de problemen, iedereen zou immers een klikspaan kunnen zijn.
Ik word uit mijn overpeinzingen wakker geschud door Els, die me meedeelt dat in de belendende coupé kaartoverleg plaatsvindt. Ik moet toegeven dat enige opwinding zich van mij meester maakt en ik spoed mij derwaarts. Ik heb zoals elk jaar ook nu een kaart van het wandelgebied gekocht, omdat ik het leuk vind om vast te leggen waar ik gelopen heb. Ook oom Jan en vooral natuurlijk oppertopoloog Jan Willem hebben relevante kaarten, zij het van iets andere makelij, en dit zal zoals gebruikelijk tot boeiende discussies leiden. Trektochters die meer ervaren zijn dan ik trekken zich op deze ogenblikken discreet terug. Zij hebben hun bekomst reeds, terwijl ik nog onbezonnen aan het kaartoverleg pleeg deel te nemen. Jan Willem spreekt de wens uit bij aankomst met de bus verder het oostelijke gebied in te trekken alvorens te gaan lopen, vanwege het fraaiere natuurschoon aldaar. Ik tracht dit voorzichtig tegen te spreken, aangezien ik het liefst zo snel mogelijk ga wandelen, en omdat ik graag lopend het ijzeren gordijn wil passeren. De ervaring leert dat men zowel het een als het ander uiterst omzichtig moet aanpakken. Jan Willem van zijn plan afbrengen staat gelijk aan bijvoorbeeld het slechten van een ijzeren gordijn, en vergt dus politiek inzicht en vooral veel geluk. Welnu, over dit laatste mag ik in dit verband niet klagen, want na een overstap volgens plan te Hannover blijkt de trein die wij richting Bad Harzburg kiezen ergens halverwege te Hildesheim haar eindpunt te hebben. Een conducteur verzekert ons dat een uur later een doorgaande trein langskomt. Dit kostbare uur zorgt dat wij pas om twee uur te Bad Harzburg zullen zijn, en maakt verder rijden met de bus nog minder aantrekkelijk.
Ondertussen worden in de trein vele soorten snoepjes rondgedeeld, en verhalen van ouders, kinderen, en achterkleinReintjes verteld. Daarbij praat Evelien honderduit over Samoa, hoe warm het buiten was, hoe haar kindertjes in bomen klommen, welke botten ze allemaal braken op verschillende vakanties, en andere leuke anekdotes. Oom Jan, hoewel joviaal en goedgemutst als altijd, verzinkt bij tijd en wijle in een diep gepeins. Soms borrelt er iets op over zijn voorbereidingen voor de reis naar Zuid Afrika die hij aanstonds met zijn vrouw zal maken. Het houdt hem niet alleen in gedachten bezig, ook heeft het hem genoopt met een tweede keus aan kampeermateriaal deze trektocht mee te maken.
En zo wordt mijn wereldbeeld weer verruimd, want de Harz, die voor mijn idee op de grens van voormalig Oost- en West-Duitsland ligt, bevindt zich dus eigenlijk tussen Samoa en Zuid Afrika.
Tegelijkertijd worden achtendertig door Els vervaardigde kaarten elk van negen krabbels voorzien. Vele van de geadresseerden zijn aan de meesten van ons volstrekt onbekend, en navraag leert dat het veelal gaat om gescheiden exen van voormalige collega's, schoonmoeders van buurvrouwen, en waarschijnlijk buitenechtelijke kinderen, maar ik sluit niet uit dat dit aan het roddelcircuit ontleend is. De onvoorziene stop in Hildesheim geeft ons de kans om de kaarten te posten, historisch snel in de trektocht. Tegenover het station bevindt zich een postkantoor waar we zegels kopen en likken en plakken dat het een lust is. Een plaatselijk oud dametje slaat ons vertederd gade terwijl zij een postpakketje maakt.
We keren op tijd terug op het perron waar oom Jan de rugzakken heeft bewaakt, en wachten op de instapzone volgens de op het perron geschilderde aanwijzingen. Kennelijk zijn hier wel eens twisten voorgevallen tussen in- en uitstapverkeer die beslecht zijn op deze 'grundliche weise'. Inderdaad verloopt het uit- en instappen probleemloos en bereiken wij zonder verder oponthoud na zeven uren treinen Bad Harzburg. Voor het station kauwt de groep nog wat snoepjes totdat Jan Willem bij de bushaltes alle verbindingen heeft genoteerd met het oog op mogelijke scenario's voor de terugreis. Vervolgens trekken we de stad in langs een lange rechte winkelstraat met aan weerszijden een onafzienbare rij kastanjebomen. De straat is vol met slenterende mensen, van verveeld kijkende jonge echtparen met kinderen die jengelend in buggy's hangen, tot bejaarde paren die zich al of niet met stok voortbewegen tussen de lunch en het diner. Sommige kinderen rennen rond om als eerste de vallende kastanjes op te rapen. Verschillende mensen hebben een wolk aangelijnde pekineesjes rond hun voeten drentelen. Op terrasjes zitten anderen aan de 'Kaffee mit Kuchen' te kijken naar de voorbijgangers. Dit is Bad Harzburg, één van de vele Duitse kuuroorden waarvan elke Duitser op kosten van zijn zorgverzekeraar eenmaal jaarlijks gebruik mag maken. Tussen de winkels en terrasjes staan hier en daar fraaie panden met indrukwekkende borden in de voortuin met opschriften als: Herr Dr. Med. J.P.L.Fisschler, Heilpraktiker. Mocht er tijdens onze tocht iets misgaan, dan weten we waar we terechtkunnen.
We hebben opvallend veel bekijks met onze rugzakken en wandelschoenen. Sommige mensen kijken ons glimlachend na, alsof ze zeggen willen: 'Jullie horen er zeker ook bij'. Waarbij dan wel?
Even later komt ons een open rijtuig met paarden tegemoet, waarin een gekroonde koning en koningin in vol ornaat welwillend de menigte toewuiven. Zij verwijzen het publiek naar het Märchenwald, aan het eind van de promenade bij het begin van het bos. Zo zijn ook wij sprookjesfiguren geworden. Voorbij de kastanjelaan komen we inderdaad bij het sprookjesbos, waar nog meer kleintjes zich vermaken in het huisje waar Hanzl und Gretl door de heks opgesloten werden en anderen dansen met de zeven dwergen. In het bos volgen we goed geplaveide paden, probleemloos te volgen voor elke kurende Badgast. Nog steeds passeren ons vele wandelaars en het duurt tot aan het eerste Waldhaus, genaamd Sennhütte, voordat het wat rustiger wordt. Aldaar zitten opnieuw velen te genieten van een versnapering.
We lopen verder door langs een almaar stijgend pad, en bereiken na enige tijd een tweede uitspanning, het Molkenhaus, ook druk bezet, waar ook wij de verleiding niet meer kunnen weerstaan. Trouwens, dit is de laatste pleisterplaats van de dag, en er dient dus water ingeslagen te worden. Het interieur van het houten gebouw is volgehangen met curiositeiten, kaarten en foto's, waaronder één van het ijzeren gordijn hier nauwelijks een kilometer vandaan, en een aantal van jachtactiviteiten, waarvoor deze blokhut oorspronkelijk als basis dienst deed. Veel gasten zitten copieuze maaltijden naar binnen te werken, waarbij vooral de enorme tulbandvormige warme cakes met rode saus indruk wekken. Ook de pullen bier zijn van typisch Duits volume. Voor wandelaars zijn er drie stempels voorhanden om te gebruiken als aandenken, en ik stempel mijn routekaart met alle drie.
Verzadigd van koffie, chocolademelk, en zelfs bier trekken we verder het bos in, in de hoop dat de drukte zal afnemen en dat we een onbespiede kampeerplek kunnen vinden. Naarmate het rustiger wordt dringen de geluiden en geuren van het bos meer tot ons door, en het trektochtgevoel neemt allengs bezit van ons. Enkelen van ons duiken aan weerszijden van de weg het bos in om een kampeerplek te zoeken. Evelien blijft het langst weg en zij komt enthousiast terug met een verhaal over een prachtige plek. We volgen haar het bos in en bereiken rond halfzes in een donker sparrenwoud een wat drassige halfopen plek, overgroeid met mos en moerasgras, waaronder stammen en stronken voelbaar zijn. Nu weten we zeker dat we een hoogveengebied betreden hebben. Toch vinden we voldoende plek voor vier tentjes, en de opbouw wordt snel aangepakt.
Het is op dit moment dat het tot mij doordringt dat er deze twintigste trektocht op schokkende wijze gebroken wordt met het verleden. Wat er ook verrijst aan tenten, de goede oude mirakel van oom Jan is er niet bij. Dat heb ik nog nooit meegemaakt, en een zeker gevoel van onbehagen bekruipt mij. Maar de toestand is nog ernstiger. In plaats van de mirakel is er nota bene een tunneltent in de groep, aangeleverd door Jan Willem zelf. De man heeft dit natuurlijk uit louter goedheid gedaan, met het oog op het ontlasten van oom Jan en zijn flankerende dames (Evelien en Els). Maar een dergelijke modernistische tent, voorzien van de nieuwste snufjes op het gebied van vochtafvoer en ventilatie, die kan ik niet direct rijmen met het nostalgische, klassieke, traditionele en primitieve karakter van de trektocht. Het kost Jan Willem dan ook heel wat moeite om oom Jan en de dames uit te leggen hoe deze windtunnel opgezet moet worden. En vervolgens vragen de beoogde Inhaber zich af hoe het zit met de frisse lucht, waarop de eigenaar voor elke windrichting aangeeft waar zij binnenkomt, waar zij gebakken wordt, en langs welk kanaal zij de tent weer verlaat. Ter voorkoming van turbulentie blijkt namelijk niet alleen aan voor- en achterkant, maar ook terzijde van de tent een luchtin- dan wel -uitlaat te zijn aangebracht. Afhankelijk van de windrichting kunnen zweetvoeten wel of juist niet bij deze zijopening worden neergelegd. Bovendien dient het luchtschip met metalen pinnen aan de grond verankerd te worden om ontijdig opstijgen te voorkomen.
Mij troostend met de gedachte dat alle tentjes dit jaar tenminste in milieuvriendelijk groen zijn uitgevoerd verzamel ik blikken, pakken en zakken met ingrediënten voor de inmiddels ook klassiek geworden Mexicaanse bonensoep, ooit ingebracht door mijn onvolprezen echtgenote Marion. Ik installeer mijn benzinebrander in de buurt van de kampvuurplaats waar Herman inmiddels met succes licht en warmte heeft geproduceerd. Al snel pruttelen de kidneybonen behaaglijk in de tomatenbrij, en verzamelt zich de uitgehongerde groep met borden en lepels rond de dampende pannen. Wij versterken met smaak de inwendige mens, en vervolgen met koffie, thee, nootjes en neutjes. De dit jaar nog voortdurende zomertijd doet ons pas om half tien onze slaapzakken opzoeken. Voordat ik zover ben tuur ik echter nog even tussen de rijzige sparren door naar de hemel, die deze dag geheel onbewolkt is gebleven. Vanzelf denk ik terug aan de ochtend van deze dag, zo kort geleden nog en toch zo ver weg, maar toch ook dichtbij vanwege dezelfde serene rust en hetzelfde flonkerende sterrengewelf. De dag is rond, en met een voldaan gevoel rits ik mij af van de wereld.
Een dag die begint met tent dweilen en andere handigheidjes, frambozen en bosbessen... zich voortzet via oerbospaden, een skihelling, Torfhäuser Apfelkuchen en de Steile Wand... een zonnige lunchplek in het Hochmoor en een prachtige wandeling mèt brugfoto brengt... en na het afschudden van andere bermtoeristen met macaroni en een vuurtje ten einde loopt... Evelien doet verslag:
De eerste ochtend wakker worden. Bosgeluiden, Oom Jan-geluiden en veel te weinig licht naar mijn gevoel. Oom Jan rolt neuriënd zijn slaapzak op en Els ziet mijn verwarring. Ze haalt me snel uit de droom: de tijden zijn veranderd en wel in beide betekenissen van het woord. Peter Pi, Peter Pa en Albert Pr zijn niet mee en Aldert Pi wel. Dat betekent dat om zeven uur de ogen open gaan, om half acht de brander wordt aangestoken en om half tien wordt omgehangen. Wow! Dat is nog eens wat anders dan de eerste tien jaar van de trektocht. Maar dit schema bevalt me wel. Er is geen Peter Pi die zich slaapdronken aan mij vastklampt, dus zodra OJ de tent uit is begin ik met aankleden. De nacht is warm geweest. Zo warm hebben we het in jaren niet gehad. Een T-shirt en onderbroek was voldoende om de nacht comfortabel door te komen. Dat komt goed uit want OJ had de avond daarvoor ontdekt dat hij de helft van zijn pyjama had vergeten. De goeie helft gelukkig, anders had hij er een gat voor zijn hoofd in moeten knippen. De nieuwe tent van JW is goed bevallen. We hebben de instructies opgevolgd die een ingenieus doorluchtingssysteem moesten bewerkstelligen. Zijsluis open, hoofdsluis dicht en voetensluis open. De door de tent trekkende lucht zou op die manier de tent droog houden. De binnentent was inderdaad prachtig droog, maar aan de binnenkant van de buitentent hing helaas toch nog een litertje water. Geeft niks. Ik dweil wel.
Bij het ontbijt komt het gesprek goed op gang. 'Handigheidjes' is het onderwerp. Het verkruimelen van koekjes en mie in de verpakking, de aambeispijker en de scharen in een Reintjeshuishouden (voor details zie de bijlage van Herman). Willem blijkt op deze ochtend de beperkende factor voor een snel vertrek. Hij heeft natuurlijk wel de pannen en de brander in zijn rugzak, maar ik meen mij ook te herinneren dat toen het theewater kookte er nog maar één TT'er in zijn slaapzak lag..... We baggeren zoekend naar de weg omhoog door het bos en wachten daar tot iedereen er is. En terwijl ik daar zo wacht zie ik ineens: frambozen!! Dat is smullen, maar helaas de groep is in beweging dus we moeten gaan. We lopen het eerste stuk van de ochtend over een brede Duitse bosweg. Niet echt een TT‑pad, maar wel handig om te beginnen aan een jaar bijkletsen. Na een uur wordt er op een zonnig kruispunt even halt gehouden en iets met suiker wordt uitgedeeld (ik weet niet meer wat, de stroom zoetigheid was weer eindeloos op deze tocht en iedereen maar denken dat-ie gezond bezig is en er van afvalt). Ik onderwerp echter ook nog een paar bosbessenstruiken aan een nauwkeurig onderzoek en ja hoor: Bosbessen!! Dit belooft een fruitige tocht te worden. De snoepjes groeien zo vroeg in oktober nog gewoon aan de bomen.
We gaan weer verder over nog meer brede paden op weg naar een glaasje op de kaart. Maar hoe dichter we bij het glaasje komen, hoe dichter ook de mensenmassa's op ons pad. Ik geef het op om nog iedereen een goede morgen te wensen. Dan komt het café in zicht. Het enige wat er ons nog van scheidt is een erg steile skihelling die we recht omhoog moeten. Effe ploeteren dus. We worden meewarig en lacherig bekeken door de naaldhakjes met de Hunies (Kleine Hundchen). Het medelijden is echter wederzijds. Wat ben ik blij dat ik daar niet loop met een buggy en een bontjas. Als we bovenkomen is de aanblik demotiverend. Een vierbaansweg bereikt dit punt met uitzicht op de Brocken. Je kan er over de hoofden lopen en de geur en aanblik van leren motorpakken is verstikkend. Dit was niet helemaal wat we ons hadden voorgesteld bij dat kopje koffie toen we ons kamp die ochtend opbraken midden in het bos. Gelukkig vindt Aldert een leefbaar plekje. In de tuin van een hotel dat iets achteraf staat staan een paar oude tuinbanken in de zon. De tuin is verlaten op twee pony's en wat kippen na. We hangen er onze tenten te drogen en besluiten binnen iets te gaan nuttigen. Ik sta als eerste binnen. Het restaurant is bijna geheel verlaten, een schril kontrast met de drukte buiten om de hoek. Er staan alleen twee mensen verveeld achter een gokkast. Ze vragen me of ik wat zoek en ik stamel verward in het Duits dat we graag wat zouden willen drinken. De gokkers blijken onze gastheer en gastvrouw te zijn. Onverschillig verdwijnt de gastvrouw in de keuken. We bezetten een tafel met uitzicht op de tuin. Op de tafel staat een kartonnetje met het aanbod aan gebak. De ene helft van de groep wil appel, de andere helft Schwarzwalder Kirsch. Ik verzamel de hele bestelling en geef het door bij de bar. Helaas! Geen Schwarzwalder! Dan maar allemaal Apfelkuchen mit Streusseln und Sahne. Känchen koffie en chocolademelk erbij. Toch wel lekker. Rekening: DM 91.- oei!
Het plan is om na de koffie een omweggetje te maken omdat er op de kaart een heel mooi stukje lijkt te zijn richting het westen. Er staat bij Steile Wand en op de kaart staan aan weerszijde kliftekeningetjes. Eerst denken we dat het een afgrond is waar we langs gaan lopen; zo'n soort rode-zakmesrots, maar als we beter naar de hoogtelijnen kijken moet het eerder een kloof zijn. Duidelijk is het niet. We verlaten het café en slalommen eindeloos tussen de toeristen door over een grote parkeerplaats. De moed zakt in mijn schoenen. Zullen wij door de toeristen het bos nog kunnen zien? Gelukkig valt dat erg mee. De toegangsweg tot het Steile Wandpad is ongelooflijk blubberig. Genoeg om 98% van de toeristen af te schrikken. De rust keert dus weder. Een zucht van verlichting gaat door de groep. Uiteindelijk blijkt het Steile Wandpad één wand omhoog en één wand naar beneden te hebben. Niet helemaal wat we gedacht hadden, maar ook mooi. Aan het einde van het pad is een bruggetje en een watervalletje en er wordt even gepauzeerd.
Links voor de brug moeten we een onduidelijk paadje nogal steil omhoog en daar wordt met enige tegenzin tegenaan gekeken. Toch ploetert uiteindelijk iedereen braaf omhoog alhoewel ik achteraf hoorde dat niet alle groepsleden het rotspad langs de Steile Wand en de daarop volgende klim met evenveel plezier hebben volbracht als ondergetekende. Boven komen we weer bij een grote weg (bah bah, alweer) en wachten tot iedereen boven is onder het genot van weer eens iets met suiker en een slokje water. Oom Jan stuurt Aldert naar beneden om Marion bij het laatste stukje omhoog van haar rugzak te verlossen en na een kleine pauze steken we de weg over en volgen en paadje langs en kanaaltje dat zo ongeveer de hoogtelijnen volgt.
Na een minuut of twintig verlaten we dit kleine dijkje en duiken naar beneden het bos in. Nog even doorstappen op zoek naar een mooi plekje waar we even wat boterhammetjes kunnen smeren en thee kunnen zetten. We vinden en opengekapte plek in het bos waar de zon overdadig aanwezig is en daar nestelen wij ons voor het komende uur naast en op het pad. Af en toe komen er wat wandelaars en mountainbikers voorbij. Bij de laatsten verschijnt er zonder uitzondering een dikke frons van ergernis op Jolanda's voorhoofd: die mensen horen daar niet volgens haar.
Uitgerust en met een volle buik gaan we weer op pad. De dag kabbelt verder en de zon is al duidelijk weer onderweg naar de horizon. Als we uiteindelijk het bos uitkomen komen we wederom bij een ONTZETTEND drukke weg. Tien minuten wachten voor er een kans kwam om over te steken! Maar aan de andere kant ligt een Gasthaus en dat is ons watertappunt voor die dag. Dat moet stiekem want we willen niet naar binnen voor een consumptie. Hoe haal je in een kroeg twintig liter water uit de kraan zonder dat het opvalt? Men schuifelt onopvallend met flessen onder de trui en met als plastic zak vermomde waterzakken de wc in. Ach, en als je dan snel weer omhangt en verder gaat is de operatie voorbij voordat iemand er erg in heeft. Er was ook iets met een fascist, racist of bassist binnen met Oom Jan, maar dat verhaal ken ik niet helemaal.
Wij duiken weer het bos in en hebben wat problemen met nieuwsgierige toeristen die allemaal willen weten waar wij nog heengaan zo laat op de dag met die zware rugzakken. Wij lachen vriendelijk en mompelen iets onduidelijks en slaan bij een bordje met 'verboden in het bos te poepen' rechtsaf. Dit pad is al kleiner en rustiger dan het vorige. Langzaam laten wij het lawaai van de mensenmassa en de auto's op de grote weg achter ons. Op de volgende splitsing kiezen wij weer het minst toeristische pad en na korte tijd ziet OJ een mogelijk plekje onder de sparren langs het pad. De grond ziet er zacht en mossig uit. Enkele vinden het te dicht bij de bewoonde wereld en wij verspreiden ons met een stukje chocola in de mond op zoek naar mogelijke betere plekjes daar in de buurt. Niks wordt gevonden, dus we besluiten om toch daar ons kamp op te slaan. De duisternis nadert namelijk met rasse schreden en de buiken verlangen naar macaroni-met-saus. De tenten staan snel en hout voor het kampvuur wordt verzameld.
We maken een kampvuur op het pad en borrelen, eten, praten, wassen af en drinken thee zoals altijd. Ik heb dan ook geen idee meer waar het gesprek die avond over ging. Om half negen kijken de eerste mensen gapend op hun horloges, zuchten eens diep en besluiten het ter bedde gaan nog even uit te stellen om langdurig wakker liggen in de nacht te voorkomen. Half tien mogen we eindelijk van onszelf en ik kruip als laatste onze tent in. Omdat ik heb gekookt, heb ik het uitzoeken van een goede slaapplek overgelaten aan de inzichten van OJ en Els. Ik bevoel de plek tussen hen beide in die ze voor mij over hebben gelaten. Deze kenmerkt zich door de contouren van de 50 cm lange, 15 cm dikke uit de grond opwellende boomwortel. Ik besluit niet te zeiken en draai mijn matje en slaapzak 180 graden om. Zo nestel ik me die avond met mijn hoofd tussen de voeten van OJ en Els en ik slaap als eerste. En, zoals de volgende ochtend blijkt, ook het beste van ons drieën.
Waarin we loskomen van het familieverleden en hemelse paden bewandelen... ons historisch besef oppoetsen bij het passeren van de voormalige Oost-West-grens en tijdens het uitreiken van de 20e tocht trofee aan JW... de temperatuur in Schierke naar 22 graden stijgt en blote benen langs een beukenhaag levert... een spoorbaan ons bijna fataal wordt... en de huishoudportemonnaie van oma Das door drie afgescheiden groepsleden selectief wordt aangesproken, waarna een kaartentas stinkt naar tabaksrook... Wat er volgens Els gebeurde:
Bijna 7.00 uur... het is nog donker... Op zich is de verlengde zomertijd van dit jaar heel gunstig voor een optimale TT‑dag, maar voor het eerst in twintig jaar TT moet ik bij zaklamplicht constateren dat het 7.00 uur is. Het was wel erg bultig vannacht! Voor de laatste maal proberend de heuvels en dalen van m'n eigen lijf te laten passen in een contrasetje ergens onder mij, besef ik iets dat eigenlijk raar is. Een ware prinses bewijst haar echtheid toch door een erwt door ettelijke matrassen heen te voelen?! Maar hoewel de erwt onder Eveliens dunne matrasje het formaat heeft van een prijspompoen, slaapt ze nog steeds als een roos. Zouden we vroeger verwisseld zijn?
Om zeven uur opstaan is een goede keus. Vroeger kan niet, want dan het is nog niet licht genoeg. Later kan zeker niet, omdat dan te duidelijk te zien is dat oom Jan een piamadeel heeft vergeten. Dus stipt kwart over zeven heeft oom Jan zich al geheel uit onze tunneltent verwijderd en rapporteert hij van z'n eerste vreugdevolle waarnemingen: prachtig weer, weer. Boven de hoge oude dennen is een strak blauwe hemel te zien en op de hoogste toppen schijnt de zon. Het is wel koud, maar onze lijven zijn alweer zo lekker aangepast aan buitenzijn, dat we buiten toiletteren alsof we in een verwarmde badkamer staan.
Aldert fakkelt de benzinebrander aan voor een flinke hoeveelheid thee en koffie. Marion, Joyce en Evelien maken een forse stapel brood. Herman, JW en OJ ruimen het vuur dat we gisteren midden op het pad maakten. Jo heeft nog wat moeite met het ochtendtempo van Aldert, maar als het water heet is zitten we toch allemaal, op de iets hogere zijkanten van het pad, gezellig tegenover elkaar, klaar voor een gezegend ontbijt. Wat hebben we het weer goed. Vooral oom Jan is blij dat we ook deze nacht weer ongezien zijn doorgekomen. Voor geen goud en geen boswachter mist hij z'n vliegtuig naar Zuid-Afrika aan het eind van deze week. Volgens hem kunnen we, als nu de boswachter langs komt, zeggen: "er is hier een vuur gemaakt, dus dachten we dat we hier wel konden kamperen". We voelen ons zo safe met dit argument dat JW en OJ in een kleine euforie luidkeels het "ontvangstlied" van Dorus ten gehore brengen.
| Als ik wist dat je zou komen, had ik de loper uitgelegd,
| een kopje thee gezet en de visite afgezegd.
| Waaròm heb je mij dat niet eerder vertelt,
| een briefje geschreven of opgebeld?
| Dan had ik kunnen zorgen voor een koekje bij de thee,
| en je ook nog kunnen vragen of je bleef voor het diner.
| Waarom heb je mij dat niet eerder gezegd,
| want dan had ik de loper uitgelegd.
| Ja, dan had ik de loper uitgelè-è-è-è-ègd!!
Genieten van de stilte en enkele massieve, goed belegde boterhammen is aanleiding voor echt Reintjesgekeuvel. Van impressie naar associatie, naar logica, naar handigheid, enz.: stevig brood - heeft vlees nodig - in Amerika krijg je enorme lappen vlees - vlees dat over je bord hangt - vreselijk gênant - net zoals dikke mensen over een stoel - zoals tante Jo en tante Dina - zij leefden vroeger net zoals George en Rob nu - door meerdere derrières zijn ooit de armleuningen in de autowandjes volkomen weggedrukt - de verdeling van de erfenis heeft heel wat voeten in de aarde gehad - nee, ze hadden zoveel spullen - ze hadden op de naaikamer van een jongensinternaat gewerkt - nee, niet wat je denkt - er zijn nog steeds naaispullen in de familie - wie heeft er TT‑kleren/spullen die al 20 jaar meegaan? - de scheerspiegel van oom Jan - irritant zijn die TV puzzelspotjes - Oom Jan valt door de mand: hij heeft een glazen pot pindakaas bij zich - willen we hem er vooral aan helpen herinneren vanavond na de maaltijd DE PIL IN TE NEMEN!
Heerlijk, we komen los en tot rust. Dat blijkt wel.
Het is half negen en we zijn uit-ontbeten. Tijd om verder te trekken. De kampeerspullen, kookrommel en privé zooi, waarmee we zeker 100 vierkante meter bos en weg mee hebben weten te bedekken, schuiven we in elkaar, rollen we op, persen we in zakjes, laten we inkrimpen met riempjes èn -wonder, o wonder- proppen het geheel in pakweg één kubieke meter rugzak. En dat volkomen ontspannen, ieder op z'n eigen gemak, in drie kwartier. Zeker de twintigste keer.
Vandaag gaan we de voormalige Oost-West grens over. We lopen al twee dagen eromheen te dralen, maar nu zal het gebeuren. We zijn eigenlijk heel dichtbij. De muur.
We gaan op weg. Eerst lopen we nog een stuk over de Kaisersweg in zuidelijke richting, evenwijdig aan de voormalige grens. Het is een mooi bos. Zeker nu de zon er zo prachtig doorheen straalt. Grote oude donkere dennen, dun bosgras op de bodem, af en toe goudgeel verkleurd loofhout, wat moerasachtige beekjes, poelen, veen en veel minder bosbouw dan we gewend zijn. Het gras is soms nog bevroren en met deze ochtendzon erop is de wereld te mooi om op plaatjes vast te leggen. Je moet het onthouden. Daar zijn we het grondig over eens, Willem en ik. Er gaat iets enorm weldadigs uit van dit moment, de ochtendrust en de stilte, waarin de kabbelende gesprekken tussen de voor ons uit lopende TT'ers ver dragen.
We zien vanuit de schaduw onze familie, in tweetallen en een drietal, met een kleine bocht naar rechts een heuveltje op gaan in de stralende zon. Links en rechts staan enorme bosbessenstruiken. De bessen zijn wel bevroren geweest, maar je kunt ze plukken zonder te hoeven buigen en ze smeken om gegeten te worden.
Met een klein doorsteekje bereiken we een houten brug over de Eckersprung. Nee, het is hier te donker voor een brugfoto, maar even verderop staat een fraaie steen met opschrift, waar Jan Willem wel even z'n kop boven wil hebben.
We moeten nu dichtbij de plek van de muur zijn, maar daar valt nog niets van te merken. We verwachten hier eigenlijk geen paden of wegen. Het is hier toch jaren "doodlopend" geweest. Maar zo te zien heeft het voormalige West-Duitsland met auto's berijdbare wegen vlak langs de muur gehad. Op aanraden van de topografische commissie slaan we rechtsaf en via een wat kleiner pad staan we eigenlijk toch nog vrij plotseling aan de rand van de strook waar eens de muur stond. Ongeveer 30 meter breed is het "leeg". Geen struiken, gras of bomen. Waarschijnlijk is hier lange tijd zowel met chemische als mechanische middelen zorgvuldig alle leven uitgeroeid. Naar het zuiden kijkend zien we, tegen de felle herfstzon in, dat dit voormalige grensgebied scherp is afgetekend in de heuvels en bossen. Twee rijen betonplaten, waarover vermoedelijk vele partij-jeeps heen en weer gespied hebben, markeren de voormalige Oost-Duitse kant van de zone. Aan de overkant van het dalletje achter de strook, zien we eerst een heuvel met wat sinistere ruïnes. En daarachter, als een puist in het landschap, ligt de 1142 m hoge, kale Brockenkuppe met z'n zendmast, schotelantennes en barakken. We zien nu ook de stoomtrein er naar toe kronkelen. Noordwaarts maakt de strook een bocht de bossen in.
Met enige aarzeling betreden we het kale stuk. Ook met wat eerbied, want hoewel ik toch nog ergens iets van overgebleven "Unheimischkeit" verwacht, blijkt niets daarvan overgebleven te zijn. De muur is niet alleen fysiek, maar ook qua sfeer volledig weggenomen. Jawohl, mit Deutsche Gründlichkeit! Nergens zie je muur resten of ingestorte wachttorens. Geen betonnen palen, geen geroest prikkeldraad in de bosjes, niets. En dat terwijl alles pas na de "Wende" in 1989 is weggeruimd. Honderden kilometers versperring. Eigenlijk in een oogwenk dringt zich een historisch besef aan ons op. We staan op gedenkwaardige grond!
We zetten de zakken tegen de paal en strijken neer op de betonnen platen. JW pakt de pannen en de benzinebrander uit en we leveren water in voor een memorabele kop koffie/thee.
De wind is fris, maar de zon is nu al heet.
Ieder herdenkt/gedenkt/overdenkt op eigen wijze de betekenis voor zo vele mensen van een weggenomen muur. Vluchtelingen, grensbewakers, actiegroepen, families, het hele Duitse volk, gaan door onze gedachten. Marion en Herman lopen een stukje de grensweg af, als was het een kruisweg. In gedachten komt op hoe het zou zijn om hier als trouwhartig TT'er door grenswachten te worden gearresteerd. Anderen speuren wat rond en vinden resten beton. Om de paar meter zitten nog betonnen sokkels in de grond. De muur is hier waarschijnlijk van betonplaten geweest en heeft vlak tegen de bosrand van voormalig West-Duitsland gestaan. Wie er over klom, was direct uit het zicht.
Het is nog maar tien over tien, maar we hebben zowel lijfelijk als geestelijk de behoefte om op dit vroege uur toch even stil te staan. Dit is hèt moment voor koffie en thee, AC (jawel: arretjescake), maar ook voor enkele officiële woorden over Willems 20e tocht. Het is een gedenkwaardig moment in onze familiegeschiedenis: de uitreiking van Willem wandelaar; een bronzen beeldje op houten dressoirpootsokkel (zeker een kilo zwaar!).
Onder het genot van een plak arretjescake spreekt oom Jan Jan Willem toe. Als hoftopograaf en hoofdwandelaar eert hij in Jan Willem het bijzondere van onze familie-TT‑band. Detail bij deze gebeurtenis: we worden vanuit de voormalige West-Duitse kant gefotografeerd, zo te zien door andere toeristen, maar je weet maar nooit.
Het is weer tijd om verder te trekken. Op bevel van de stoomfluit van 11.00 uur hangen we om.
Ons eerstvolgende doel is Schierke. We lopen een stukje over de gedateerde betonplaten naar de weg die ons naar de Kalte Bode (het riviertje dat hier in de buurt ontspringt) in het dal moet brengen. Volgens het bordje is dit de Toterweg naar Schierke... Uit de zon is het direct weer erg fris.
We lopen in pittig tempo door het dal, langs het riviertje. Enorm veel beekjes komen hier op uit. Grote afgesleten granietblokken liggen her en der in het bos, alsof ze hier door een enorme hand als grind zijn uitgestrooid. Het pad wordt een weg en er is wat bosbouw te zien. En dan ineens, na vijf kwartier wandelen, staan we aan de rand van Schierke: een flat is plompverloren over de beek heen geplaatst en geeft de stadsgrens aan.
Schierke blijkt een vrij langgerekt dorp te zijn. Veel flatachtige huizen en bijna elk kleiner huis is een pension. Het West-Duitse geld is er als bladgoud overheen gegaan. Soms zie je nog de opkrullende Oost-Duitse loodverf en de gammele, nooit bijgehouden vakwerkconstructies. Maar overal zitten er nu dubbele kunststof ramen in. Verder is veel bouwvalligheid rijkelijk bedekt met dunne platen marmer of metaal. Je weet wel: gietijzeren versieringen en goudkleurige deurposten. Maar vooral die flat-achtige huizen midden in dit Natuurpark herinneren aan Oost-Duitse tijden.
We lopen een heel eind het dorp door tot bij een ideaal haltepunt. Een supermarkt die open is, telefooncellen, een restaurant voor eventueel toiletteren, een parkje met banken in de zon, achter een Natuurpark-Info-Centrum (gratis) met veel foldermateriaal. Zoals zo vaak, zwermen we al uit voordat we samen over de lunchplannen hebben kunnen besluiten. Het komt toch weer goed en na drie kwartier blijken alle noodzakelijkheden van dit moment min of meer naar tevredenheid geregeld te zijn. Het welbevinden van het thuisfront is gecontroleerd, er is lunch met zuivel en fruit aangeschaft, er is foldermateriaal en tenten en slaapzakken liggen te drogen. Om 13.30 uur lunchen we in ons hemd, zittend langs een beukhaag, de voeten en benen bloot.
We verbranden bijna in de zon. Hermans thermometer wijst 220 aan. Heerlijk!
Wellicht omdat we op een lange rij zitten en het verkeer toch veel herrie maakt, is het besluit over de aanschaf van het avondmaal aan de aandacht van een aantal TT'ers ontsnapt. Als Jolan en Evelien terug komen met ingrediënten voor heerlijke zoetzure zuurkool, komen enkele verhalen over kinderkwellingen los. Desondanks wordt vooral de keuze van niet-zuurkoolingrediënten om hun smakelijkheid geprezen. We spreiden de inkopen en pakken al het gedroogde spul weer in.
Het is al half drie als we weer verder trekken. Eerst nog een stukje ouder dorp met wat souvenirwinkeltjes en Stuben. Het laatste huis van Schierke is weer een kapitaal landhuis, met het mooiste uitzicht van de omgeving. Alleen het is volkomen... ja... wat kun je het beste zeggen?!: uitgewoond... leeggeroofd... verlaten en vervallen? Herman bekijkt het met exploitatieogen. Waarom in de afgelopen zeven jaar sinds de "Wende" nog geen rijke West-Duitser zich over dit pand ontfermd heeft, is niet duidelijk. Maar als we later meer achtergrondmuziek horen over Schierke, begrijpen we dat de bestemming van deze plek wellicht door meerdere soorten belangen wordt bepaald. We vernemen namelijk dat Schierke midden in het "Sperrgebiet" rond de Brocken lag. Het was toen dé woonplaats van partijbonzen en tevens hoofdkwartier van de "Stasi". Op de Brocken stond hèt Russische luisteroor en het Natuurpark de Harz was Honeckers jachtgebied.
Deze informatie, de gouden jus die we overal gezien hebben en eigenlijk het niet tegenkomen van oorspronkelijke bewoners, maakt in ieder geval mij nieuwsgierig naar de recente geschiedenis van deze omgeving. Was Jan jr. maar hier!
Pakweg 15.00 uur staan we weer aan de rand van de vrije natuur. Eigenlijk vrij laat voor de middagwandeling die Willem nog in gedachten heeft. De verschillende kaarten worden naast elkaar gelegd en een "afsnijroute" uitgestippeld, die wel op de ene, maar niet op de andere kaart staat (gestippeld!). We belanden op een weiland, waar het pad niet meer te zien is. Het uitzicht is hier fantastisch. Maar omdat het erg moeizaam loopt en we een felle afdaling en stijging zonder pad tegemoet lijken te gaan, keren we toch terug naar de weg. JW stelt enkelen voor aan een nieuwe afsnijding voor: een stuk langs het smalspoor, dan via een klim langs een huis weer op de weg naar de Feuersteinsklippen terechtkomen. Nadat we allemaal weer verzameld zijn gaan we, met nieuwe energie brengende karamel en chocotof in de kiezen, koutend en keuvelend weer op weg. Ditmaal langs loofbos en struiken. Vergezeld van eigenlijk veel te veel medewandelaars. Oom Jan verzucht nogmaals dat het verboden moest worden Duits te spreken.
Vlak voordat we het spoor bereiken, komt de trein weer langs. Misschien is het dàt wel, of het zien van het inderdaad zeer smalle spoor, zonder pad links of rechts, maar oom Jan zet een veto op de afsnijroute. "Levensgevaarlijk en als die Duitsers je dat zien doen, zijn we helemaal zuur. Die geven dat direct door aan elk 'Polizei-nest' hier in de buurt." enz. enz. Hoewel volgens JW deze argumenten veel minder zwaar moeten wegen dan de energiebesparing, ziet hij in dat met een OJ in deze staat geen compromis te bereiken is. We lopen dus de zwaar stijgende omweg door het dennenbos. De één met wat meer en de ander met wat minder moeite. En dan heb ik het hier niet alleen over fysieke prestaties. Stoempend en zwetend bereiken we hoogte, nog steeds door andere wandelaars als folkloristische Gruppe nagestaard. Bovengekomen blijken de "inschikkelijken" beduidend minder energie te hebben verstookt -een bekend psychologisch fenomeen overigens-.
We gaan rechtsaf, in Oostelijke richting, op weg naar de Feuersteinsklippen.
Langs het pad stroomt een prachtig beekje. Het kabbelt door de donkere bosgrond en plotseling ontwaren we bij een paar keien een bosnimf. O nee, Evelien. Gelokt door de frisheid van het water, grijpt zij de kans om zich even snel van al het zweet te ontdoen. Jammer dat er hier zoveel toeristen wandelen.
We lopen verder en raken zo uit het dennenbos. Boven aan de Klippen, waar we nu langslopen, liggen een aantal enorme rotsblokken waarop met ijzeren trappen een uitzichtpunt te beklimmen is: de Heksensteen. Angsten worden overwonnen bij de beklimming ervan en Evelien klettert zelfs een stukje omhoog. Dit punt geeft een prachtig uitzicht over de heuvels en dalen van de Hartz, ten zuiden van de Brocken.
Hierna loopt het pad naar beneden: bosgrond en keien en een knieëntergend dalingspercentage. Voetzolenkramp krijg je ervan. Maar we hebben ook al weer behoorlijk gelopen vandaag. Eindelijk kunnen we de medewandelaars afschudden, als wij afwijken van het pad dat blijkbaar naar weer een ander station van de Brockenbaan leidt. Vanaf hier moeten we eerst nog langs een boswachtershuis en daarna zullen we ergens een kampeerplek zoeken. We nemen diverse alternatieven door om in een eventuele ontmoeting met de boswachter onze aanwezigheid hier te kunnen verklaren. We besluiten niet zelf contact te zoeken, maar als het gebeurt te zeggen dat we op weg zijn naar de camping van Ilsenhausen -12 km verder!-. Hoewel, de boswachter kan ons wellicht van water voorzien. Nee, dat halen we wel uit Drei Annen, een gasthuis twee kilometer van de route af.
We passeren ongezien het boswachtershuis en lopen, met de zon in de rug, -nog steeds niet alleen- een prachtig pad af. Helaas, weinig kampeerplek links of rechts. Dat komt ook omdat de grond zo zompig is in deze omgeving. Immer gerade aus. Op het punt waar de weg naar Drei Annen afbuigt stoppen we bij een stapel boomstammen. We zijn ver genoeg van de boswachter, maar plekjes, ho maar.
Het is 17.15 uur, dus beslist tijd voor verspiedwerk. De rugzakken gaan af en we verspreiden ons in diverse windrichtingen, maar zonder veel succes. Zompige stukjes en 1 meter hoge, dicht bevolkte mierenhopen maakt 'neerstrijken' vooralsnog niet aantrekkelijk. Uiteindelijk besluiten we toch ongeveer 50 meter van het pad in het bos te gaan staan. Een open plekje biedt precies genoeg ruimte voor onze tentjes en een vuurtje. We ontdoen de grond van dennenappels en takken en passend en metend krijgen de tenten een plek dicht naast elkaar. Het is al laat en omdat we toch in een weer wat donkerder bos zitten verdelen we snel het werk. Om 18.00 uur gaan Herman en Evelien water halen. Aldert en OJ maken vuur, Jolan en Joyce storten zich op het eten en de rest poedelt. JW zoekt daartoe een beekje, maar keert onverrichter zake terug.
Het water blijkt echt op te zijn. De zuurkool wordt gekookt in de laatste resten taksi en jus d'orange, wat een heerlijk resultaat tot gevolg heeft. Hoewel het hout erg nat is, begint het vuur toch al aan te trekken. Een borreltje erbij en nog niet eerder aangesproken zakjes zelfgebrande pinda's en pistache nootjes van OJ verhogen het ware TT‑gevoel. Met windjacks en een paraplu schutten we de zitkring af. Het enige nadeel hiervan is, dat je dan ook zo lang lekker blijft zitten, dat je volkomen stijf wordt.
Kwart voor zeven zijn Herman en Evelien terug met water. Gelukkig hebben ze ons weer kunnen vinden. Ze zagen het vuurtje toch al vanaf de weg. En weer is alles precies op tijd. Met het water wordt de puree gemaakt en het gevreesde, dan wel geliefde zuurkooldiner is klaar. Het blijkt heerlijk, respectievelijk "goed te eten" te zijn, dank zij de ananas, appel, rozijnen en kaas. Tijdens het eten herinnert Evelien zich plotseling dat zij de kaartentas in het Gasthaus heeft laten hangen. Zo'n ingeving die je niet hoeft te checken, maar waarvan je direct weet dat het zo is.
Dus om half acht gaan Herman, Jan Willem en Evelien terug. Oom Jan geeft de huishoudportemonnaie van mevrouw (oma) Das weer mee en belooft ze de uitgaven te boeken als bedrijfsongeval. Voor de zekerheid spreken we af dat we tot 22.00 uur geen zoekactie hoeven te starten. We doen de vaat en maken water heet voor koffie en thee. Het is gezellig om rond het vuurtje te zitten, ook met z'n zessen. Maar voor een hele TT is zes mensen wel te weinig. We mijmeren en vele gesprekken worden over het vuur heen gevoerd. Herman heeft een klein flesje Apfelkorn achtergelaten, waarvan we de inhoud delen. Ook nu weer blijkt, dat, wanneer iets gedeeld wordt, de hoeveelheid rijkelijk vermenigvuldigd wordt. In tweetallen kan eindeloos uit één bekertje genipt worden. Ook blijkt dat datgene, wat daarna nog in zo'n glaasje overblijft, zelfs voldoende is voor nog drie nippers.
We gaan aanstalten maken. We poetsen de tanden boven het dovende vuur -ook weer zo'n typisch TT‑fenomeen-. Hoewel de sterren boven de bomen te zien zijn is het erg donker. Dus nog even het bos in is niet simpel. Dankzij die handige zaklamp die met klittenband aan mijn muts kleeft, lukt het om op comfortabele wijze -zonder lantaarnkwijl- iets kwijt te raken. Her en der komen kakkers gevaarlijk dichtbij uit het bos. Ook de kroeglopers duiken weer op. Ze zijn precies om tien uur terug. Mèt kaartentas en behoorlijk stinkend naar tabaksrook. Zeker weten dat die lucht echt smerig is in vergelijking met de rook van ons vuurtje. Volgens de verhalen was er in de kroeg een drinkgelag aan de gang. Er werd steeds meer gedronken en steeds luidruchtiger gebrald. Je kunt beter buiten zijn.
We zijn rijp om naar bed te gaan. Evelien, oom Jan en ik schuiven ons tunneltje in en liggen vrij vlot goed. We hebben het gezellig. Daar waar we gisteren avond elkaar nog zo veel te vertellen hadden is nu een tevreden luisteren. We hebben vandaag het genoegen het gekeutel, geschurk en geritsel in de tentjes rondom ons aan te horen. Verbazend soortgelijk. De eenheid en verbondenheid waarmee we dit constateren, is eigenlijk nog meer verbazend. En daarmee vallen we zeer tevreden in slaap. 22.30 uur!
Deze dag wordt melancholiek ingezet door klagende stoomtreintonen en de desolate inboedel van een voormalig café-restaurant... maar, met het zwetend klimmen naar een picknicksteen in de HochHarz, stijgt de stemming... bereikt zelfs een hoogtepunt op een bosterras, achter grote bokalen Weizenbier en indrukwekkende taartpunten... brengt bijtijds een ideale kampeerplek-met-wasbeekje... en wordt tenslotte aan een romantisch kampvuur afgebouwd met vette bokworsten en dito verhalen over een achtergelaten kinderschare... Oom Jan vertelt:
Terwijl de groep in ontbijtgebed verzonken is klinken klagelijk de altfluiten van de Dampfloks van de Harzquerbahn uit het dal omhoog. Tussen de donkere stammen van de sparren rond de top van de Hasselkopf (571 m) hangt nog de morgenschemering. Maar hoog daarachter is de hemel onbewolkt.
Herman meldt dat het vannacht acht graden was, voor de herfst vrij warm, zeker in de tunneltent waarin we met z'n drieën slapen: Els, Evelien en ondergetekende. Het is de nieuwe tent van Jan-Willem (en Jolanda!), die deze tocht voor het eerst mee is en, zoals eerder vermeld, de ouwe trouwe Mirakel heeft vervangen. Voor mij is dat een moeilijk verwerkingsproces, al komt het me praktisch gesproken goed uit.
De Telemark blijkt een gezellige, ruime en niet al te hoge nylon tent, die aanzet tot diepgaand dromen en -blijkens bevindingen van anderen- tot luide nachtelijke slaapgesprekken tussen Els en mij, een fenomeen waarvan wij beiden totaal onkundig zijn. De dromen van de anderen worden geduid, maar over onze nachtelijke conversatie, blijft een mysterieuze sluier hangen.
Opnieuw klinkt een melancholieke stoomfluit uit de richting van Bahnhof Drei Annen omhoog. Een volgende trein alweer, vol vroege vogels: Germaanse Natuurvrienden, compleet met hoed, stok en knickerbocker, die de Brocken willen beklimmen. Het geluid is nu wat schor. Ik vraag mij hardop af of dat komt van al de bloedspatten die op deze loc zitten. Wellicht zijn zij afkomstig van roekeloze toeristen, die via de smalspoorbaan tussen de rotsen door hun route levensgevaarlijk wilden bekorten. Deze opmerking wordt door een deel van de groep niet gewaardeerd. De gisteren geslagen topografische `afsnijwonden' zijn nog té vers.
Rond half tien is er niet meer te zien dat wij hier op deze zompige graspollen gekampeerd hebben en een prachtige kampvuur hebben gehad. Wij hangen onze rugzakken om en vervolgen onze weg in noordelijke richting. De bospaden zijn hier breed, te breed naar onze smaak. Zij maken wel een vlotte voortgang en een uitgebreide communicatie mogelijk. Wij verwonderen ons over allerlei soorten drollen onderweg, niet van mensen of van honden, maar waarvan dan wèl? Met deze vraag worden vervolgens Els en oom Jan opgezadeld. Want zij hebben de eindredactie van het TT‑boek dit jaar en zouden daaraan een leerzame pagina kunnen wijden.
Redactionele mededeling:
Welbewust van de kennisnood is direct de volgende dag in een gesprek met een jager de prangende vraag voorgelegd. Het antwoord werd vermoed, dan wel gevreesd: de uitwerpselen zijn afkomstig van wasbeertjes. Ze zijn ooit uitgezet en bij gebrek aan voldoende natuurlijke vijanden gedijen ze goed. Er wordt zelfs op gejaagd, ook omdat zij 'Tollwut' overbrengen. Bij deze dus slechts een kort bericht i.p.v. een hoop-volle pagina.
Oom Jan vervolgt:
Het gerucht gaat dat wij in hoog tempo op een riante uitspanning afstevenen: Gasthaus Steinerne Renne genaamd. Geurige Kaffee mit warme Apfelstrudel kunnen daar ons deel zijn. Eerst passeren we een merkwaardig soort berghut met brugje en watervalletje, waarin de Bergwacht Harz in normale tijden gehuisvest is met iemand van de Bergunfalldienst. Niemand te zien.
We betreden nu een ander type bos, met grote rotsblokken en hier en daar een kleurige loofboom. Een warme wind waait ons uit het woud tegemoet, wat een merkwaardig vertrouwd gevoel geeft. Verderop bevindt zich bij een T-kruising wederom een brug en Forsthaus: Hannekenburch. Het geheel wordt gemarkeerd door een werkelijk prachtige geelgouden beukenboom.
Hier slaan wij rechtsaf. Café-restaurant Die Steinerne Renne moet nu in de buurt zijn. Rechts van ons ligt een diep dal. We horen het geruis van verschillende watervallen. En inderdaad, er ligt iets dat op een etablissement met allure lijkt. Maar het is er opvallend stil. We pauzeren voor overleg en Jan Willem maakt ondertussen de verplichte `Harz-groepsfoto op rots'. Zo worden ze al meer dan een eeuw gemaakt. Want zonder zo'n foto ben je niet in dit beroemde natuurpark geweest.
Herman, als rechtgeaarde Hellemans onmiddellijk als verspieder het dal ingezonden, meldt bij terugkomst dat er wel een eenzaam hotel /café /restaurant ligt, compleet met een romantisch torentje en een terras aan een waterval, maar dat er niemand is en dat het gehele interieur kort en klein geslagen is.
Dàt gaan we zien! Wat moet ik als verslaggever vermelden over wat ons hier te wachten stond? Het was één troosteloze bende. En omdat de deuren openstaan kunnen we alles, ja álles in ogenschouw nemen. Kapotte wastafels, beddengoed over de grond, een redelijk goed keukeninterieur aan brokken, gebroken glaswerk, doorgeknipte bedrading, kortom ga zo maar door. Diep onder de indruk vervolgen wij na enige tijd onze weg, nadat wij eerst (nog te zuiveren beek-)water halen bij eerdergenoemd Forsthaus Hannekenburch en daar wat achtergronden van het drama vernemen.
Het pand was een `Betriebsferienheim' van Oost-Duitse bedrijven in Berlijn en na de Wende overgenomen door een particulier, die echter niet op tijd zijn verschillende vestigingsvergunningen kreeg, waardoor hij failliet ging. Zou hij toen alles aan gruzelementen hebben geslagen of waren het de gebruikelijke vandalen? Wij komen er niet achter. Wel vinden we in een van de slaapkamers boven een grote bijl: ik neem hem zwijgend in de hand en Aldert stelt ernstig vast dat dit zonder twijfel het corpus delicti moet zijn. Ondertussen verzamelen we een paar ansichtkaarten van het pand. Zij liggen verspreid over de vloer.
We hebben inmiddels dus water en moeten onderweg zelf maar wat brouwen. Jan Willem overlegt met Aldert over de route naar een volgende culinaire pleisterplaats, genaamd Raststätte Plessenburg. JW was daar eerder en weet daar in de buurt een mooie kampeerplek bij een beekje. Er is een rechtstreekse weg van 3,5 km naar dit punt, maar uiteraard gaat zijn voorkeur uit naar een alternatieve route van zo'n 8 km! De bosweg slingert geleidelijk klimmend door een mooi stuk HochHarz. We worden beproefd, want zijn eigenlijk aan een grote rustpauze toe. Die wordt ons gegund op een hooggelegen kruispunt van wegen, tussen de Sonnenklippe en de Groszer Jägerkopf, beide rond 750 m hoog.
Het is inmiddels half een. We strijken moe en bezweet neer op een paar grote rotsblokken. Els, Joyce en Herman maken het brood klaar, terwijl Marion en Aldert water koken voor soep (heerlijk!), thee en koffie. Evelien masseert in trance de schouderpartijen van Jolanda, die daar duidelijk van opkikkert. Jan Willem trekt zich terug voor een grote boodschap en belandt, terwijl hij geniet van het uitzicht op de Brocken, in een wespennest, wat hem twee steken oplevert. En ik doe niets.
Lekker uitgerust aanvaarden we het laatste gedeelte van de tocht van vandaag. Reeds rond drie uur in de middag arriveren we bij uitspanning de Plessenburg, een romantische enclave te midden van de eeuwig zingende bossen van de Harz. Voor een echt Duits terras strekken zich een paar aflopende weiden uit met hier en daar een eenzame loofboom in uitbundige herfstkleuren. Er zitten nog verrassend veel toeristen aan de lange houten tafels. De waardin loopt er vrolijk koutend tussendoor. Dat is nog eens wat anders dan die toeristische ``Waldschenken'' in de westelijke Harz met hun humeurige eigenaren. De mensen dragen met een gelukkige glimlach hun hausgemachte bestellingen naar buiten.
Omdat wij niet ver meer hoeven te gaan is bier op dit tijdstip alleszins verantwoord. Grote bokalen Weizenbier van Schöffenhofen vinden gretig aftrek bij bepaalde TT'ers. Maar ook Buttermilch en potjes thee. En bij dit alles gebak, van tante Bep of tante Hermien, het is mij even om het even. Als het maar Heidelbeer of Apfelstrudel is, want die maken ze hier zelf.
Een goed geïnformeerde toerist vertelt hoe het hier nog maar een paar jaar geleden was: toen patrouilleerden Oost-Duitse soldaten in de bossen, waar wij vandaag doorheen trokken. Zij voederden daarbij de herten, moeflons en wilden zwijnen, die daardoor behoorlijk tam werden. Vervolgens jaagden apparatsjiks in overeenkomstige soldatenuniformen op de arme, aldus misleide dieren.
Vandaag wordt een veelgekoesterd ideaal gerealiseerd: wij komen bijtijds (half vijf) op onze kampeerplek aan. Een prachtige stek onder hoge oude sparren met een grandioos uitzicht op een dalletje en, ver daarachter, op de Brocken. En overal liggen mooie droge stammetjes voor het kampvuur, dat met het vallen van de schemering al gauw brandt. Enkelen gaan zich nog wassen in een nabijgelegen beek, een heerlijke luxe waaraan ik mij ook overgeef.
Wij eten boerenkool met de uit de Plessenburg meegenomen bokworsten: grote glanzende sappige kavaljes die ons slechts 1,5 DM per stuk hebben gekost.
Wederom breekt een `lange' avond aan, die ons niet verder brengt dan een uur of tien, als de eerste druppels van een regenbui zich aan ons manifesteren. We hebben dan al uitgebreid over de verschillende kinderen gesproken en ik prijs mij een gelukkig man, dat ik als opa even kan en mag geuren met mijn Timo en mijn Pim. Ik hou mij voor het slapengaan nog wat terzijde van de groep, die gezellig om het vuur gezeten is. De vlammen flakkeren en ik geniet van de verlichte voorzijden van mijn geliefde nichten en neven. Wat er ook gebeurt, het leven is op deze momenten goed.
Een dag waarop alleen een krachtig Gloria in excelcis Deo de regenherrie kan overstemmen... een köstlich, köstlich jubileum ontbijt tegelijk brunch en slotdiner wordt... wij op aandringen van Frau Krebs met tevreden berusting de tocht op z'n hoogtepunt besluiten af te breken... een natte wandeling en alweer een restauratiepunt -ditmaal met Stramme Maxen- en een gecondenseerde busrit de cirkel rond de Brocken sluiten... we tot slot de trein pakken voor een lange en late terugreis... Jan Willem doet er kond van:
Het was voorspeld: de dinsdag zou al minder mooi zijn en de woensdag zou de kans op een bui toenemen. Zo had Evelien het in Schierke begrepen. Dinsdag was inderdaad ietsje minder, de zon was na vijven definitief weg en op het punt van slapen gaan viel er inderdaad een spettertje, maar wie rekent er nou op een herhaling van wat zich 2,5 jaar geleden op exact dezelfde plek afspeelde. We waren met zijn vijven toen, de eerste dag (en nacht), vertrokken vanuit Ilsenburg, een zwoele voorjaarsmiddag, bier op het terras van de Plessenburg; ècht lekker dus, maar ook toen vielen in de loop van de avond de eerste spetters... en dat hield de eerste dertig uur niet op...
Tja, op een herhaling reken ik niet. Zelfs niet als ik in de loop van de nacht merk dat de frequentie van buien en getik van regendruppels op ons ouwe trouwe hondenhok langzaam maar zeker toeneemt. Het regent dus (on)behoorlijk als we definitief wakker worden. Buiten klinkt een driestemmig 'Gloria in excelsis Deo' (of een vergelijkbaar lied). Mooi hoor, maar ik ben niet in de stemming om mee te doen, ècht niet. Buiten eten lijkt me nou niet zo'n goed idee; we kunnen nu de -jasses, wat een naam- 'druiper' gaan inzetten waarvoor hij ook is aangeschaft en kijken of we er ècht met zijn negenen in kunnen. Jolanda wordt naar buiten gestuurd om daar assistentie te verlenen, zodat ik kan inpakken.
Haast heb ik niet, waarom zou ik. Hier is het lekker droog en Jolanda..., ach, die redt zich wel... Kleding, lampen, pannen, o nee, die nog niet, slaapzakken, matjes. Alles uit de binnentent, grondpennen los maken, binnentent los prutsen van de stokken, binnentent opvouwen (handig, zo'n stuk plastic onder de tent...). Alleen vervelend dat er aan de randen van de buitentent plasvorming begint op te treden. Rugzak inpakken...
Inmiddels is buiten besloten om niet híer te eten, maar onder de overkapping van de Plessenburg. Enerzijds jammer (ik moet tenslotte mijn tent uitproberen), anderzijds ben ik het hartgrondig met de beslissers eens. Dus ook de brander kan ik ontmantelen en inpakken. Scheisse, de plasvorming begint uit de hand te lopen. Rugzak naar buiten, losse zakken ook; tentluier oprollen. De vergelijking met een peuterbadje komt inmiddels in me op. Poncho aanwurmen, zelf naar buiten, 'hallo allemaal en goeiemorgen! Lekker weertje, we treffen het ècht luitjes. Jool, help je even met de tent?' Pennen los, tent valt om in de modder..., fijn..., nou ja, beetje uitwapperen, opvouwen en in de zak er mee.
Poeh, net op tijd, het peuterbadje is inmiddels geschikt voor grote kleuters. Ik zie nu -hoe dom-, dat we heel horizontaal -dat wel- in een verlaging -is een kuil!- op het pad stonden. Waren we met z'n tweeën geweest, dan waren we zeker nog een tijd blijven liggen en waarschijnlijk even later weg gedreven... Fijn dat we met een groep zijn. Zo'n voordeel bedenk je niet, daar word je mee geconfronteerd.
Het is ongeveer kwart over negen. Marion en Aldert zijn de laatsten. De eersten zijn inmiddels al op weg naar de Plessenburg. Wij verkneukelen ons: ontbijtje buiten, snel naar binnen en een goeie die ons daar weg krijgt... Hoewel, waarom ontbijten we niet bìnnen, is een steeds luider klinkende roep. De penningmeester zegt niets, wat let ons nog... Ai! Na een natte wandeling van zo'n 300 meter blijkt dat we te vroeg zijn; men gaat pas om 10 uur open. Tja, wat nu? Toch maar zelf iets in mekaar flansen????
Maar... wij hebben buiten de waardin -Frau Krebs- gerekend. Terwijl wij nog dubbend buiten staan gaat de deur open. Een struise boerenvrouw verschijnt op het bordes en met luide stem verordonneert ze ons naar binnen te komen. Dit begrijp ik eventjes niet; doen we iets verkeerd? Mogen we op het terras onze eigen boontjes niet doppen?
Dan zie ik pas het licht... en de gastvrouw in haar. Allemachtig! En wàt voor een gastvrouw! Aarzelend druipen we de trap op. Ja, of we meteen maar door willen lopen. Niet hier die natte troep uit, doe dat maar binnen, achterin... Ik besef het nu pas -1 november, 22.00 uur-, volgens mij heeft niemand om een ontbijt gevraagd; we gaan zitten en vijf minuten later staat de tafel vol (is al dit heerlijks ons opgedrongen?...). Om precies 9.55 uur staat de omelet paysanne voor onze neuzen; de appeltaart is dan al op, evenals twee bakken koffie. Naast de boerenroerei vinden we op tafel tientallen soorten vleeswaar + enkele eieren (restanten van het ontbijt) en veel zware boterhammen, koffie, thee en kruidenthee en daarnaast een vaasje bloemen als 'finishing touch'. Het opvallendste gerecht is een homp rauw gehakt. Deze blijft onaangeroerd. Joyce -voor wier neus het staat- twijfelt het langst. Ik probeer de verse, zelfgemaakte bloedworst en griezel, maar anderen delen deze mening niet. De stemming -dat zult u wel begrijpen, lieve lezers- zit er goed in. Wie maalt erom dat ons jubileumdiner is gedegradeerd via jubileumlunch naar jubileumontbijt. Dit ontbijt is ontegenzeggelijk het welverdiende hoogtepunt van twintig jaar TT. Dat zeg ik en ik kan het weten! Om met Els te spreken: 'Köstlich!...Köstlich!!!'.
Ik krijg de tekst van enkele liederen toegezongen, nu verstaanbaar; vanochtend, half slapend in ons warme nest, verstonden we er niets van. Daar gaat'ie:
Heer, ik hoor van rijke zegen
die Gij uitstort keer op keer.
Laat ook van die milde regen
dropp'len vallen op mij neer.
Ook op mij, ook op mij,
dropp'len vallen ook op mij...
Istie niet mooi en toepasselijk? Prachtig!
Nog één, maar van een duidelijk lager niveau:
Jan Willem, opzij van de Brocken,
zat in zijn tentje te mokken.
Het was pokkeweer,
hij huilde steeds meer.
Snoot op 't laatst zelfs zijn neus in zijn sokken...
Of:
Het was pokkeweer,
dus ging hij tekeer
en brak toen uit woede zijn stokken...
Tja... (of is het tegenwoordig pokkenweer?)
Om half elf zijn we vol en voldaan; het regent nog steeds. Aldert verklaart: 'het hoost!' Nee, wij gaan nog niet weg... Er zijn nog meer Nederlanders: één of twee gezinnen verblijven in het pand. Zij komen hier al jaren, vooral vanwege de gastvrijheid. Voor dochterlief -zo'n 15 jaren- is het allemaal wat té rustig geloof ik. Ze loop duidelijk zichtbaar met, naast één van de huiskatten, haar ziel onder de arm.
De tafel is afgeruimd; wat gaan we doen... Kaarten? Nee, die zijn er niet. Niet bij ons en slechts onvolledig in het pand (volgens de dochter). Aldert heeft het minuscule schaakspelletje van Els; Evelien wil wel. OJ en Herman gaan beneden badderen. Els praat nog wat met Frau Krebs en verneemt hoe het Gasthaus voor en na de Wende gastvrij heeft kunnen zijn. Vele details worden zelfs nu nog op fluistertoon toevertrouwd. De rest wacht op de zon.
Het schaken en badderen is snel klaar. Arme Flien... Wat gaan we doen vandaag? De Förster van in de boerderij hier iets beneden, houdt de nattigheid ook voor gezien en komt even onze hoop op opklaringen de grond in boren. Dit doet Frau Krebs op zeer besliste toon zich met de voortzetting van onze tocht bemoeien: "Blijf toch hier, het weer wordt niet beter. Jullie kunnen wel naar Wernigerode, het slot, of naar Ilsenburg, het Hüttenmuseum". Manlief kan daar met zijn bus eventueel bij ingeschakeld worden. Tja, maar daarvoor zijn wij niet hier en dan: toch vanavond in de regen weer je zeiknatte tent opzetten, dat trekt ook niet echt. Hee jongens, eh..., wat mij betreft gaan we kijken of we vandaag nog thuis kunnen komen... Huh, wat? Ach, ja, wel, waarom niet? We informeren bij Frau Krebs. Die haalt daar weer een medewerkster bij, maar duidelijkheid geeft uiteindelijk één van de Nederlanders: vanuit Ilsenburg gaat vanmiddag nog een bus naar Harzburg, mèt aansluiting op de trein naar het westen. We kunnen vandaag nog naar huis!
Wat zullen we doen? Twijfel, twijfel, maar één blik naar buiten levert het antwoord: WIJ GAAN NAAR HUIS!!!
Vreemd... Is dit een nederlaag? Ergens natuurlijk wel, maar er is geen persoon die het zo ervaart. Na dit ontbijt kan het verder alleen nog maar tegenvallen. Wat doen we hier eigenlijk nog... Oom Jan wil in ieder geval nog wel eens Tante Georgine met deze gastvrijheid laten kennismaken, maar tijdens zijn gesprek met de zorgelijk kijkende waardin blijkt dat zij geen enkele zekerheid kan bieden voor de toekomst. Het blijken moeilijke tijden te zijn. Jammer voor deze mensen.
OK jongens, omhangen! We hijsen ons in onze regenkleding, verschuilen ons onder en achter onze plu's, nemen afscheid van hen die wij nooit meer zullen vergeten en verlaten het zompige terrein van de Plessenburg. Het regent nog steeds.
Het is een mooie wandeling naar Ilsenburg, een kilometer of vijf over een makkelijk begaanbaar pad door het Ilsetal naar beneden. We lopen weer in het loofhout; prachtig! Dan besef je toch weer wat je de afgelopen dagen gemist hebt (hoewel ik me kan voorstellen dat er groepsleden zijn die van onder hun paraplu geen beukenblad gezien hebben). Heel in de verte klinkt nog de fluit van een stoomtrein, hoe stemmig... We passeren Ilsenstein; daar bevindt zich een oude ruïne waar we niets van zien, een uitzichtspunt, waar alleen Evelien iets van ziet en een uitspanning die ons niet interesseert. Beneden aangekomen steken we het riviertje de Ilse over en belanden in Ilsenburg. Ja, het regent nog steeds.
Allereerst dienen we nu zekerheid te krijgen over het vertrektijdstip van de bus; ten tweede moeten er boodschappen gedaan worden en als leste -en beste- mogen we de kroeg weer in.
Via VVV en bushalte komen we erachter dat we nog ruim de tijd hebben. We zoeken weer een droge plek en ik leid het volk zur Silbertanne, een etablissement dat ik nog van 'toen' ken. We mogen erin; ècht blij zijn de uitbaters niet, maar we mogen erin. Alles wordt weer uitgehangen en wij nemen plaats achterin. Bier, appelsap, koffie, warme chocola, thee (denk ik), soep (met slagroom!), een Schweinelach(?)schnitzel met friet en mayo(?) met mandarijnen, alsook enkele Strammer maxen. De rauwe spekblokjes die daarbij geserveerd worden blijken (gelukkig) rauwe hamblokjes te zijn. Er wordt een boodschappenlijstje opgesteld (2 melk, boter, kaas, fruit, appelsap en chocola) en Herman begint nu echt werk van zijn opdracht te maken. Nu zijn 'dag' (=morgen) vervalt stort hij zich met ziel en zaligheid op 'Heldere Hermans' Handigheidsenquête' onder de groepsleden. De aangedragen mogelijkheden variëren van eetbare slipjes tot wasknijpende broodzakafsluiters.
Over afsluiten gesproken, het is zo'n beetje tijd; enkelen gaan boodschappen doen, de rest zal een kwartiertje later volgen. Afgesproken wordt bij de bushalte. Joyce en Herman worden nog met prinses Ilse (een schilderij dat hier aan de muur hangt) op de gevoelige plaat vastgelegd en daar gaan we weer, de regen in. Zwervers wijzen ons de weg, zwanen in de dorpsvijver volgen ons. De bushalte is bij het postkantoor. Kleumend staat de plu- en ponchoclub te wachten; regen en wind maken het tot een uiterst onaangename bezigheid. De eerste bus is het niet, de tweede wel. De reis naar huis begint...
Weemoedig proberen we door de beslagen ramen nog een laatste blik op het mistroostige Ilsetal te werpen. De bus slingert zich de komende drie kwartier door landerijen, dorpen en loofbossen. In deze bossen hadden we de laatste nacht willen doorbrengen, maar een blik naar buiten leert dat de beslissing dat níet te doen de juiste is. Harzburg nadert en we passeren de stadscamping; eventueel waren we hier gaan staan. De aanblik van vele caravans doet ons huiveren. Ja, ons vertrek is terecht. Het station; de cirkel van een 'Harzstikke leuk Brockenrondje' is gesloten. De trein staat klaar, wij stappen in, op OJ, Marion en Aldert na, zij bellen naar Nederland. Tante Georgine moet iedereen verwittigen dat we een dagje eerder terugkomen. Ik haast mij naar het toilet (ik weet dat het niet mag, maar als je nou zo ontzettend nodig moet...).
We installeren ons, de trein gaat rijden, mandarijnen worden uitgedeeld, chocola, alles wordt weggewerkt. Het volk zakt onderuit en wordt stil. Het rouwproces komt op gang, want van welke kant je het ook bekijkt, dit is tòch het einde en iedereen moet dat op zijn eigen manier verwerken. Het weer werkt God zij dank mee, het blijft slecht. De chips worden rondgedeeld.
We takelen wel af luitjes; mandarijnen, chocola, chips, het is me de volgorde wel. Nu nog marshmallows en zure bommen, dan kunnen we weer even vooruit...
Na een uur of twee belanden we weer in Hannover. Onze drie coupés stromen leeg, het perron op. Anderen nemen onze plaatsen in. Achter ons knallen de ramen open ('Hé, daar zaten wij toch?...'). Enigszins schaamrood gekleurd vervolgen wij onze weg naar de stationshal. We hebben ruim een uur de tijd voor onze boodschappen en een versnapering. Het is spitsuur, vergelijkbaar met de Westharz op een zonnige herfstzondag. Jolanda zit nog volop in haar rouwproces; ze blijft de hele avond volharden in het dragen van haar knalrode poncho en ìk schaam me ervoor. Dat zij dat nog mag meemaken... Maar luister: Jolanda is binnen de groep de enige, ik zeg de énige die vanochtend te kennen gaf dat wat haar betrof we tòch gewoon door zouden lopen. Hier..., mìjn vrouw, wat een wijf hè, daar win je de oorlog mee, dat zeg ik je! Maar goed, in Hannover ga ik dus even niet bij haar lopen, toch maar niet.
Over jassen gesproken: OJ heeft twee jassen: een goeie, waterdichte en een oud windjack, zo lek als een zeef. De goeie heeft hij nog niet aangehad deze tocht, ook niet vandaag. Het is tenslotte zijn goeie jas en dat moet zo blijven... Ik heb hem hoog zitten deze man hoor, maar af en toe... Ander voorbeeld: een doordenkertje: het is vervelend dat veel telefooncellen alleen op kaarten werken, dat vind ik ook. Waarom, zo vraagt Oom Jan zich af, hangt niet bij iedere kaarttelefoon een automaat om zo'n kaart te kunnen kopen?...
In de benedenverdieping van de stationshal planten we onze zakken in een soort koffie/ijssalon en nuttigen daar wat. Daarna mag iedereen, behalve Evelien, even weg. Ik ga op Kindereierjacht; vaste prik, zolang de jongens er blij mee zijn ben ìk er blij mee. Na een uitgebreide speurtocht vind ik ze bij de drogist: 8 eieren voor Bas, Taco, Mark, Alex, Sanne, Aron, Laura en eh... haar broertje. Ik voeg me bij de groep, ruim op tijd.
Als iedereen er is gaan we naar boven. De trein komt, met enige vertraging, dat wel. Wij stappen in en belanden uiteindelijk wederom in een rookcoupé. Onze groep heeft een aantal gewoontes opgebouwd in de loop van de jaren; één ervan is: als we zitten, gaan we eten, altijd en overal! Ook nu weer. De crackers van Els komen op tafel. Zij worden aangevuld met de inhoud van de 'Bockwursterzeitung', de nog niet geconsumeerde worst van Marion in een actuele verpakking. Men eet, dommelt of converseert. Vooral mijn zusje Flien klept wat af (Reintjes zeker...). De trein voert ons met een twintigtal minuten vertraging steeds dichter naar hen die ons lief zijn. In Amersfoort stappen we uit, missen nèt de verbinding naar Utrecht en moeten -dus- even wachten. De stoptrein brengt ons verder. OJ stapt uit in Bilthoven; hèm zien we voorlopig niet terug, maandag gaan de twee Dassen naar Zuid-Afrika, de bofkonten.
Wij gaan naar Utrecht. Daar is het echt, definitief afgelopen. We nemen afscheid van elkaar. Ik bel Tineke (in ons huis, bij Bas en Taco) uit bed met de boodschap dat we rond twaalven thuis zijn. Jool, met poncho ('Waarom, het is toch droog, je loopt voor gèk!...') en ik zijn de laatsten die het station verlaten en de trein nemen... of was het de bus..., maakt niet uit..., naar Maarssen.
Thuis komen, post doornemen, douchen (dáár doen we het uiteindelijk voor: die ongeëvenaarde ervaring van een warme douche na een week zweten...) en om half twee liggen we erin. Morgen komt de tweeling thuis en begint het lieve leventje weer. Ik geef het stokje door aan Herman. Welterusten allemaal.
Donders, geen donderdag dit keer: helaas pindakaas. We zijn een dag eerder terug gekomen en Herman - die zijn 'verslagdag' de mist in zag gaan - heeft zijn onbedwingbare lust tot verslagleggen botgevierd op HANDIGHEIDJES.
Het 20-jarige TT‑jubileum was een reden om eens een kort onderzoek te plegen naar de praktische eigenschappen van de Reintjes: 20 jaar trektocht staan garant voor 20 jaar ervaring met rugzakken tochten. Elke rugzak staat bol van ervaring, maar wat zit er nu in die rugzakken van de Reintjes? Lees mee met de best bewaarde praktische tips van de Reintjes clan.
Verlichting:Tip: De ophanging voor je zaklamp in de tent (bron: Jan Willem)
Zaag of knip een stuk van een tentharing met een rond oog af. Buig de pin van de tentharing 90 graden en je hebt een lichtgewicht ophanging voor je zaklamp (zie illustratie). Bijzonder handig: je kunt hem ophangen op de hoogte waar je wilt omdat hij blijft hangen op elke hoogte van de tentpaal.
Tip: Een zeer lichte zaklamp (bron: Herman)
In de USA (maar inmiddels ook in Nederland verkrijgbaar) kan je zeer kleine penlights kopen. Ze zijn klein, licht en geven zeer gericht en lang licht en hebben een oogje zodat je ze op kunt hangen (batterijen: 2 kleine langwerpige standaard alkaline batterijen en een standaard lampje)
Tip: Verlichting met je handen vrij (bron: Els)
Plak aan je zaklamp een klein stukje klitteband, dan kun je hem op je (harige) muts plakken en heb je je handen vrij om je tent op te zetten of in de tent je spullen te pakken.
Tip: Verlichting voor de (kinder) tent (bron: Evelien)
Neem een fietslampje mee (Nieuw klein model met cel batterij, brand 180 uur) dan heb je altijd verlichting in je tent en zijn de kinderen ook niet meer bang in het donker.
Tip: Verlichting met je handen vrij (2) (bron: Jan Willem)
Koop een hoofdlamp (Bever zwerfsport: merk Petzl, type micro E03, gewicht 100gr, bereik 10 m, kosten F 53,75) die ook de mijnwerkers op hun hoofd hadden. Dan heb je je handen vrij en hoef je niet perse een muts op te hebben (is beter, maar wel duurder en zwaarder).
Tip: Nooit meer batterijen kwijl in je zaklamp (bron: Jolanda)
Als je een zaklamp opbergt voor een langere tijd, draai dan de eerste batterij om zodat de batterijen in de zaklamp niet meer leeg kunnen lopen.
Tip: Een koperen kaarsstandaard voor de juiste sfeer (bron: oom Jan)
Als je nog wat gewicht kwijt kunt in je rugzak én je wil een bijdrage leveren aan de verhoging van de avond sfeer tijdens een rugzakken tocht, dan is het meenemen van een kleine koperen kaarsstandaard met verschillende kaarsstompjes een goede tip.
Tip: Waxine lichtjes voor de juiste sfeer (bron: Joyce)
Minder zwaar als de koperen kaarsstandaard maar ook iets minder sfeervol is de tip van Joyce om waxine kaarsjes mee te nemen. Ook goed te gebruiken voor het aanmaken van het kampvuur!
Tip: Nooit meer nat met een poncho (bron: Jan Willem)
Koop een poncho die ook over je rugzak heen past, dan kun je ook in de regen een tent op/afbreken zonder nat te worden.
Tip: Nooit meer natte mouwen (bron: oom Jan)
Rol je mouwen op voordat je je regenpak of poncho aantrekt. Regen kruipt nl. omhoog in je mouw!
Tip: Nooit meer klef of nat met een paraplu (bron: Herman)
Voor sommige de start van decadentie tijdens de rugzakken tocht, voor anderen de start van elementair comfort: de paraplu. Koop een paraplu (formaat voor 1,5 persoon). Zaag het handvat eraf (scheelt gewicht, en hierdoor steekt de paraplu niet meer uit t.o.v. de rugzak).
Bevestig de paraplu aan de buitenzijde van de rugzak. Bij regen kun je hem snel pakken, zeker handig bij wisselvallig weer. Je blijft droog, je kleding ventileert en wordt niet klef door condens of zweet. Je hoeft geen regenkleding mee te nemen of extra droge kleding (dit compenseert het gewicht van de paraplu (ongeveer 500 gr.). Bij het kampvuur kun je de paraplu openklappen, achter je neer zetten en als warmtehouder en/of tochtschild gebruiken. Bij heel veel zon is de paraplu ook een bescherming voor de warmte.
Tip: Nooit meer natte billen (bron: Jan Willem)
Koop een vuilniszak en knip hem aan de zijkanten open, waardoor een lange plastic zitmat ontstaat (licht en sterk). In combinatie met een zitlap een perfecte combinatie.
Tip: Nooit meer natte spullen (bron: oom Jan)
Verpak alles in plastic zakken in je rugzak, en neem extra zakken mee voor natte tenten en/of grondzeilen. De plastic zakken zijn tijdens de tocht ook te gebruiken als afvalzak.
Tip: Een minder zware tent in je rugzak (bron: Jan Willem)
Nylon lichtgewicht tenten hebben als nadeel dat ze lang vochtig blijven (door condens en regen). Koop een absorberende zeemlap of vaatdoek, dan kun je de buitentent afvegen (zowel binnen als buitenkant). Scheelt soms 25 cl water aan gewicht.
Tip: Een tent met een demontabele binnen tent (bron: Herman)
Koop een lichtgewicht tent waar je de binnen tent kan demonteren zonder dat je de buitentent eraf moet halen. Als het regent kun je alles droog in pakken inclusief de binnentent en het zeil en heb je alleen een vochtige buitentent die je van binnen en buiten kunt afvegen met een absorberende doek.
Tip: 's ochtens een droge tent (bron: Peter Pa)
Zet een tent neer waar 's ochtends de zon opkomt (oosten) en op een droge ondergrond (bijvoorkeur: in beukenbos op bladerondergrond, droog, warm en goed hout om vuur te stoken). Leg onder de binnentent een dun plastic zeil, indien je op een natte ondergrond staat. Zet de buitentent op een kleine kier (scheelt condens aan de binnenzijde 's ochtends).
Tip: Een wind regenbroek die helemaal open ritsbaar is (Bron: Joyce)
Lastig bij regen, eerst je schoenen uit moeten doen om je wind/regenbroek 's avonds aan te doen bij kou en veel wind. Door ritsen over de hele beenlengte is dit probleem opgelost. 's avonds makkelijk aan te doen, warm en houdt je broek schoon en droog.
Tip: Droge benen met Gamaschen (Bron: Jolanda)
Koop Gamaschen (beenbeschermers die meestal bij skiën gebruikt worden), een goede bescherming tegen modder en vochtigheid.
Tip: Lekker en goed slapen (Bron: Joyce)
Koop een thermarest matje (lengte 1,80 cm is prima) zodat je lekker kunt liggen ongeacht de ondergrond. Het matje isoleert uitstekend en ligt lekker zacht. Je hebt geen pomp nodig om hem op te blazen. Het matje is sterk en gaat niet snel kapot (Niet bij het kampvuur gebruiken gezien vonken).
Tip: Lekker liggen bij het kampvuur (Bron: Joyce)
Koop een kunststof ligmatje, knip het in tweeën en je hebt een perfect ligmatje voor bij het vuur. Je bovenlijf moet er op kunnen liggen, zodat je lekker languit kunt liggen en je rug rust kunt geven. Dit matje kun je ook gebruiken als extra matje voor je heupen of als extra matje voor bij je voeten (zie illustratie) 's ochtends wil de tent nogal eens vochtig zijn en heb je anders een natte slaapzak en natte voeten. Je kunt het matje ook tegen de rugzijde van de rugzak plaatsen, dan heb je een zachte ondergrond voor je rug.
Tip: Een kussen uit kleding (Bron: Evelien)
Trek 's avonds je trui en T-shirts tegelijk uit en vouw de mouwen in je trui. Je hebt dan een lekker warm en stevig kussen. En je kleren zijn 's ochtends lekker warm.
Tip: Nooit meer glijden op je matje (Bron: oom Jan)
Smeer wat lijm aan de buitenkant van je matje, hierdoor wordt het matje ruw en glij je niet meer van je matje.
Tip: Nooit meer zoeken naar hoezen en elastieken (Bron: Joyce)
Leg de hoezen en elastieken van je slaapzak en matje in de binnen tent aan je voeteneinde
Tip: Muggen vangen met 100% kans (Bron: Herman)
Niet alleen handig in de tent maar ook thuis naast je bed. Leg een rol WC papier klaar om muggen mee te vangen. Door het ronde oppervlak is er weinig luchtverplaatsing (hierdoor wordt de mug vaak verplaatst), door het witte oppervlak reageert de mug vaak te laat én je krijgt geen vlekken omdat het WC papier de mug "absorbeert"
Tip: Muggen vangen met je oog (Bron: George)
Vertrouwelijk wordt helaas niet vrijgegeven.
Tip: Extra schoenveter en tentharing om rugzak verticaal te houden (Bron: Herman)
Maak een schoenveter vast aan je rugzak met een tentharing zodat je de rugzak verticaal rechtop kunt plaatsen en met de veter en de tentharing de rugzak zo kunt houden.