Dagverslagen 1991-TT15

6.30 uur... wakker... zaterdag?... natuurlijk!... zaterdag 12 oktober 8.00 uurbij Bruna! Hé, daar heb ik naar uitgekeken! Je gelooft het niet, hier wacht ik al maanden op. M'n zak staat al weken klaar. M'n wekker loopt al dagen op de juiste tijd af! Ik tel de uren...

Nog even mijmeren: Dat juist ík me al zo lang verheug op 'het grote lijden'. Gek hè, want net als elk ander jaar heb ik, na de vorige tocht, heel lang gedacht dat ik me niet meer aan die waanzin zou wagen. Maar twee dingen maken het dit jaar volkomen anders. 1: mijn zus gaat mee (joepie!) en 2: Op dit moment is bijna alles beter dan thuiszitten! En daarbij doet het me ook veel genoegen een kleine week lief en zweet te delen met jullie.

Nu toch echt opstaan: Omdat ik al weken op m'n bergmuiltjes heb getraind, stap ik een beetje stijf mijn bed uit. Omdat ik ook al dagen duim dat de douche toch s.v.p. op déze morgen te gebruiken zal zijn, ben ik ook stijf van de spanning. Nachtmerries over "vies op pad moeten" spoelen gelukkig met warm water weg. Stinkend geluk hebben heet dat! Marion zou even bellen, om te horen of ik me niet zou verslapen. Dank zij mijn antwoordapparaat hoor ik dat ze, zelf nog krakerig van slaperigheid en een beetje lacherig, mijn telefoon toespreekt. "Tot zo op het station!" Snel de al weken klaar liggende (niet schurende!) kleren aangewipt, "zakje" om, zaakje op slot en wegwezen.

Op pad dus: Echt wakker ben ik nog niet. Dat is eigenlijk heerlijk, want dat eerste stukje lopen, 's morgens vroeg door Utrecht, dat hoor je half dromend te doen! Een stille singel, bomen met glimmend verse kastanjes, mistig spiegelende grachten, een waterig zonnetje op de Dom, een ontwakende Zadelstraat...
De roltrap brengt me omhoog, mijn dromen uit, Hoog Catharijne, in, naar het startpunt van de tocht. Zijn ze er al? Ja hoor! Kijk aan, Oom Wim (nog meer tiktak als voorheen), George (zo op tijd als het maar kan), tante Georgine (met zin in woensdag) en natuurlijk al enkele echte trekkers.

Eerste treffen: Het eerste wat na het gebruikelijke rituele 1-2-3-wangs-zoenen passeert, is een echte originele bekentenis. Jammer dat we de boetedoening in de familie hebben afgeschaft! Robert, bijna z'n kleren uitzwetend van angst, hangt een slap verhaaltje op over de videocamera: "We" - let wel: we - "hebben de videocamera vergeten op te halen." Aan de ene kant vergeven wij het hem snel (wij zijn niet rancuneus als er een direct gewichtsvoordeel aan te wijzen is.) Aan de andere kant laten wij toch even tante Georgine verwoorden wat wij allen nog meer denken: "De ouders van Robert willen het apparaat pertinent niet aan het ongeregeld zooitje meegeven (overigens tot groot genoegen van Robert, want al die accu's zijn gruwelijk zwaar!)". JW en ik kijken elkaar eens aan. Het maken van een beeldverslag van de tocht is nog nooit zo risicovol geweest. We kennen Rons capaciteiten nog niet.... hadden we maar....

We zijn nog niet kompleet of een tweede openbare bekentenis doet de ronde. Peter schijnt het broodmes te hebben vergeten (hi hi, juist nu is de broodmeenemers gevraagd het brood vooral ongesneden mee te nemen). Ook heeft hij geen mok bij zich. Uiteraard wordt op het station nog geprobeerd een oplossing te vinden, maar helaas. Verder wordt ons eerste treffen nergens anders door verluchtigd, als door de gebruikelijke problemen bij de aanschaf van kaartjes tot de grens, het bijtijds verkrijgen van stationskoffie en het in beweging brengen van de kudde. Oom Jan wordt lang in onzekerheid gehouden over wie zijn goed gevulde tentzakjes zullen sjouwen. In Utrecht worden ze zéker nog niet overgenomen.

Afscheid: Als de trein komt, weet Evelien ons snel naar de juiste gereserveerde plaatsen te loodsen. De zakken worden door de deuren geduwd, in bagagerekken gefrommeld en onder stoelen geschoven. Ho, we gaan al,... eerst uitzwaaien! Daaaag, tot ziens... tot woensdag... op de parkeerplaats... bij die Schutzhütte... bij Cochem... nee bij Beilstein... ik bel nog wel...

De treinreis: Een Zwitserse trein èn blijven zitten tot aan Koblenz. Zo sjiek hebben we het nog niet gehad! Na het veroveren/bezetten van de gereserveerde plaatsen (wat ging dat snel en soepel dit keer) starten we het zaterdagmorgen gekabbel. De krant wordt verdeeld, de kaarten geschud, de babbelarijen begonnen. Joyce heeft nog de door Georgine gevonden, treffende tekst voor deze tocht meegenomen: Dolende dertigers. Naar aanleiding hiervan wordt meteen de volkskrant - met het EHBOschaartje - van koppen ontdaan. Protest! Nog niet alles is gelezen. Marion pakt haar eerste "fop" uit. De kinderen hebben voor elke dag een cadeautje ingepakt. Vandaag was het een betekende WCrol!

Ansichtkaarten: Vanwege het 3e lustrum èn eerdere ervaringen met het versturen van kaarten tijdens de tocht heb ik voor deze keer een tactisch plan voorbereid. De kaarten zijn al mee en worden uitgedeeld op het enige moment tijdens de tocht dat we tijd hebben om te schrijven: tijdens de heenreis. Dat we op dat moment nog vrij weinig hebben beleefd, is van ondergeschikt belang. Op de kaarten worden meestal toch verhalen geschreven, die vooral aan de fantasie zijn ontsproten. De gemeenschappelijke kaarten aan thuisblijvende trekkers, sponsoren en tante Gerda -die vandaag jarig is- kunnen in Koblenz al op de bus.

Koffie:We drinken koffie, praten en lachen allen fijn, want daar achter de lage bergen, lig het land..... van Moezel en Rijn! Een klein ouder mannetje doet er uren over het koffie serveren. Hij haalt voor ons zelfs nieuwe (volgens Robert reeds gisteren in Zurich gezet. Hij weet dat precies, sinds hij bij de NBBS werkt!). Het mannetje gedraagt zich bijna als een oud-Engelse butler. Voordat je de koffie krijgt wordt keurig je eigen klaptafeltje uit de stoelleuning getoverd. Handig hoor oom Jan, volledig wegritsbaar!

Conducteurritueel: We hebben één kaartje teveel. De kosten hiervan kunnen we terug krijgen, àls we elke conducteur die knipt, zover kunnen krijgen dat hij/zij dit aantekent op het pakket formulieren die de Duitsers bij de kaartjes leverden. Evelien gooit haar charmes er tegenaan en ja hoor, wij hebben een nieuw ritueel erbij. Koppen tellen en dan de conducteur helpen met de formulieren.

Rookreservering en de lichtgevoelige cel: Zoals altijd bij internationale reserveren, krijg je, als je uitdrukkelijk om niet-rokers plaatsen vraagt, een plek tussen zwaar dampende sigaren liefhebbers, in een volkomen dichtgelaste coupé. Na enkele spontane en nadrukkelijke hoestbuien besluiten we tot actie over te gaan. Eerst worden de raampjes op hun degelijkheid beproefd, maar helaas, die is Duits. De deur openhouden en voor de nodige tocht zorgen, is ons alternatief. Alleen, dit is niet zo eenvoudig te regelen. De deur heeft een oog. Dat oog ziet of er iemand aankomt en doet dan, met Zwitserse precisie, de deur open en weer dicht. De deur openhouden, kan alleen geregeld worden door er voortdurend door heen en weer te gaan. Te vermoeiend. Dus.. het oog maar dichtgeslagen. Nou ja, gewoon een krantje ervoor gefrommeld. De deur blijft open.... totdat er iemand doorloopt. Achter hem gaat de deur keurig dicht. De meneer wordt bijna panisch als diezelfde deur daarna niet meer doet wat er van hem verwacht wordt, namelijk opengaan. Wij hebben het eerst niet in de gaten, maar al gauw constateren we dat er een tweede oog aan de deur zit. Dus gauw het krantje weggegrist, voordat de man een ongeluk zou begaan.

Koblenz: We hebben een half uurtje voor de boemel naar Renz vertrekt. Niet genoeg tijd voor een bezoek aan ons stam-stations-lokaal. Wel voor enig herpakwerk en het inslaan van water. Het dreigt een pietsje te gaan miezeren..... Peter gaat toch kijken of hij snel ergens een mok kan krijgen. Hij komt verbijsterd terug: hij had een duralex glas gezien en een zakje met vier plastic mokken. Het glas was goedkoper, maar zwaar. Nee, hij kon niet één mok uit het zakje van vier krijgen, probleem. Toen hij besloot toch de vier plastic mokken te kopen, kreeg hij het glas er gratis bij..... Nou ja! Gelukkig is de dame van de stationsrestauratie bereid om tijdens de tocht op twee mokken te passen tegen het bezit van het glas. Wat een handel zeg!

Naar Renz:Een boemel als tussen Maastricht-Visé-Luik brengt ons in Renz. Dit laatste stukje is kort, maar zeer mooi langs de Rijn slingerend. Tot ieders verbazing zijn we er al vroeg. We zijn kompleet, hebben al gegeten en zijn voorzien van water. We kunnen dus meteen weg! Dat doen we dan ook, want het regent een beetje.

Lopen: Meteen klimmen we het dorp uit, meteen gaan we een beetje fout en we moeten dus meteen ook weer een beetje naar beneden. De gesprekken beginnen, de "rust" begint, het klimmen en het zweten begint. alleen het beloofde uitzicht laat op zich wachten. Oom Jan gaat voorop. Z'n hoofd wordt rooier, het zweet stroomt overvloedig en langzaam verdwijnt hij uit het zicht. Hij is niet bij te houden. We proberen er nog achteraan te rennen, alleen JW lukt dat even, maar dan zijn we hem kwijt. Na uren klimmen staat hij ons boven op de berg fluitend en met ijsjes op te wachten. Ja hoor, hij heeft iedereen en met name zichzelf weer eens bewezen dat hij nog de aller-snelste/fitste is. (Ik moet toegeven, zo ging het niet precies. Maar oom Jan, zal je dat niet meer doen... wij gaan ons zo oud voelen, als we je niet meer bij kunnen houden.)

Pauze: Oké, er zijn geen ijsjes, maar wel salmiak lolly's/ballen en een beetje regen. We volgen een soort holle weg, maar dan op een berg. Volgens de bordjes gaan we naar Vier Seenblick. Joost (JW) mag weten hoe die Duitsers hier zo gauw 4 meren hebben aangelegd, maar je weet, ze staan voor niets.

We bereiken een kaalgeschoren topje. We vermoeden een uitzichtpunt en een paar TT'ers lopen naar de bosrand om het te vinden. Een wildstoel en een inmiddels losgebarsten regenbui is het resultaat. Bij het uitzicht is geen zicht, alleen regen. Het wordt er zelfs donker van. Gelukkig hebben we vrolijk gekleurde capes en parapluutjes. Anders zou je nog somber worden.

Na een klein beetje foutlopen, doorsteken en doorlopen, bereiken we..... restaurant Vier Seenblick. Tussen de mist schemert beneden ons een lus van de Rijn. Volgens het bord moeten er nog 3 lussen te zien zijn, maar daar is het te nat voor. Het is eigenlijk nog niet zo laat, maar omdat het ook zo donker weer is besluiten we hier ergens een plek te zoeken. (Een kroeg in de buurt is ook niet gek.) Met name voor Marions gemoedsrust worden oom Jan en ik erop uit gestuurd om te vragen of we daar in het bos mogen kamperen. Na het gebruikelijke verhaal over der Grossfamilie, Naturfreunde usw. vraagt oom Jan "ob wir Zelten können ins Wald dahinten." De restaurantbaas: "Ah, 's gehört nicht uns." Oom Jan: "Danke schön! Und bis wie spät sind sie offen?" "Bis 18.00 Uhr." Al goed. Later geeft oom Jan - waarschijnlijk vanwege Marions gemoedsrust - een vrije vertaling van het besprokene: "We mogen er staan!"

Kampement maken: Het hoost niet meer. Alleen de poedelnatte bomen schudden zich af en toe uit. We hebben ons een prachtig plekje in een beukenbosje gevonden, direct achter de parkeerplaats van het restaurant. Alle 7 tenten worden snel opgezet, we verkleden een beetje en overvallen dan het restaurant. We drinken daar pils, thee en de laatste 6 koppen Heisse Chocola. Ook wordt nog even gebruik gemaakt van het verwarmde toilet.

Maar zachtjesaan begint de oersoep ons te lokken. We breken op, en in het laatste licht wordt de soep op de benzinebrandertjes gaargestoofd. Wat heet soep: het is eigenlijk een niet afgegoten driepansmaaltijd. Uiteraard gaan tijdens het koken de glaasjes en de verhalen rond. Enkelen opperen dat de Abbertavonden aan verbetering toe zijn. Die vuurton - en de Dassenshow eromheen - was een zeer gezellige afwisseling van de drank-rook-eet-avonden in het huisje. Niet iedereen wil de huisjesavonden anders hebben, maar dat gedoe met die ton, blijft een leuk idee.

We zetten de gezelligheid voort rond het vuurtje dat toch nog uit het natte hout wil opknapperen. De soep wordt zo heet gegeten als die is. Er is vegetarische soep mèt en zonder ballen! Een dampende heerlijkheid! Heb dank Albert, je sjouwt voor honden, maar ze zijn je niet ondankbaar! De afwas wordt gedaan, de familie gaat over de tong en we drinken nog eens thee/koffie. Al gauw worden we niet door een regenbui, maar wel door slaapbehoeften de tent in gedreven. Irene ontdekt een prachtige hagedis in haar tent. Ik weet dat van me verwacht wordt dat ik even ga kijken, maar de vergetelheid rukt hevig aan me en dus stort ik met een een dreun in slaap... Els.

Drup, drup, drup. De regen tikt nog steeds gestaag op het tentdoek. Of zijn het druppels die nà de bui nog van de eikenbomen vallen?; nee, het regent echt!!! Misschien is dat de reden dat iedereen, behalve Pa Das, zich nog even lekker omdraait. Pas wanneer Evelien luidruchtig om assistentie voor het ontbijt roept, komt er langzaam beweging in de meute. Onder grote paraplu's (gelukkig zijn ze er weer bij -altijd handig) smeren Evelien en Albert de boterhammen. Koffie en theewaterdampen mengen zich met de fijne nevel die nog tussen de bomen hangt. De grote tent bewijst zijn nut weer eens: we persen ons -met mokken thee en boterhammen met pindakaas en hagelslag (melk èn puur) manoeuvrerend- alle vijftien op onze ontbijtplek. Wordt het toch nog gezellig.

Rond 11 uur gaan we op pad; het is inmiddels vrijwel droog. We laten het restaurant Vierseenblick en ons eerste kampeerplekje achter ons. Deze morgen lopen we door een nat, nadruipend bos. Wanneer we (Pa Das, Ron & Irene) bij een steile klim enigszins achterblijven bij de rest, worden we verrast door twee reeën die vlak achter ons wegschieten. De beesten zijn duidelijk één en al stress. Ze zagen waarschijnlijk de rest van de groep eerst langskomen en kunnen zich bij de laatste drie niet meer beheersen. Ze renden weg!

We naderen inmiddels de duidelijk hoorbare snelweg. Een enkeling ruikt bovendien de geur van frites en Bratwurst. Het water loopt menigeen in de mond. Het is namelijk al lang tijd voor de lunch, de maag rammelt. Een vette bui dreigt ons te overvallen. Volgens de kaart is er bij de snelweg een viaduct. We besluiten daar te lunchen, zodat we eventueel tegelijk kunnen schuilen.

Wanneer we echter ter plaatse komen, blijkt hier het startpunt te zijn van een autorally. De benzine dampen, blikken bier, vette frites en verbrande Bratwurst staan/liggen al klaar. Tafeltjes staan gereed en de stoelen zijn reeds bezet door dikke, luidruchtige rallyrijders. Ons besluit is snel genomen: we lopen door! Niet veel verder vinden we een plek die ermee doorkan: op/langs een asfaltweggetje. Onze benzinebranders worden aangesloten en het lunchritueel vindt plaats.

Na de lunch vervolgen we onze tocht langs de Kobelsbach. De zon breekt zelfs door en het wordt iets warmer. Om een uur of vier bereiken we de Hierermühle, een afgelegen café-restaurant met een flink weiland, dat in een verbreding van het dal ligt. Uiteraard lokt het terras, de forellenvijver en het weitje.

Pa Das vindt het mooi geweest. Hij wil hier zijn tent opzetten, omdat we "in dit smalle dal voorlopig geen betere kampeerplek zullen vinden en sommigen (!) al erg moe zijn". De groep gaat uiteindelijk akkoord, het betekent echter wel dat we de volgende dag meer moeten lopen.

Voordat we de tenten (met toestemming van de eigenaar) in het weiland opzetten, drinken we "ein Kaltes Bier" in het café. Ondertussen tellen we al zo'n 10 katten en poezen. Deze beestjes houden ons de hele avond bezig. Met name de tenten en de warme donzen slaapzakken zijn erg aantrekkelijk (nietwaar JW?!).

Het weiland blijkt een primitief kampeerterreintje te zijn. Het hierbij horende toilet en warme douche blijkt overigens later op de avond een zegening te zijn voor Els en Marion. We creëren ons een kook- en eetplaats onder een afdak. Een kar wordt verschoven en met de hierachter klaarliggende tafels en banken maken we het ons gemakkelijk en gezellig. De kaarsjes verschijnen op tafel en er wordt hard gewerkt in de open keuken. Iedereen kan zitten. De bekende zondagavondmaaltijd (boerenkool/spinaziestamppot met worst) wordt verzorgd door Robert (natuurlijk) en Evelien. Robert draagt zijn bril en is dus nauwelijks herkenbaar (het oogt wel èrg intelligent). Ondertussen worden er kwistig Elsjes, Schelvispekeltjes en Korewijn (nu nog in voldoende mate aanwezig) uitgedeeld. De nootjes en de gesprekken gaan rond en over tafel. De maaltijd gaat er in als koek. Kattenogen volgen al onze bewegingen, in de hoop een stukje worst te bemachtigen.

Na het eten duiken we het café in en brengen de avond toepend, scrabbelend, blufpokerend en bierdrinkend door. Een aantal buigt zich over de route voor de volgende dag. Er kunnen zich problemen gaan voordoen met de bevoorrading. De caféhoudster belt zelfs even naar de "Mühle" verderop in het dal, om te informeren naar winkels op onze looproute. We passen de route wat aan en besluiten eerst het dal te volgen naar de volgende "Mühle" en het dan daar verder te bezien. Door het donker strompelt een ieder naar de tent en valt in een diepe slaap. Een enkeling heeft een onstuimige nacht...

In het teken van de Ixodideae*

Opstaan. Vocht, veel vocht omhult onze tenten bij Hierer Mühle. Els en Marion zijn getekend door een half doorwaakte nacht, deels in de tent, deels in het douchehok doorgebracht. De oorzaak blijft onbekend: bedorven appelsap, vermoeidheid?

Ten teken van hun verbondenheid smeren Herman en Joyce samen onze echte Oudhollandsche boterhammen. Tegelijkertijd worden de pirañas (oftewel forellen in kweekvijvers) met gulle hand gevoed. Geruchten van een gesignaleerde teek waren rond. Voorteken van een plaag?....

Nu we toch kampeergeld hebben betaald, wordt er door enkelen genoten van de warme douche. Het inpakken en omhangen neemt mede daarom veel tijd, maar dan gaan we welgemoed op pad, nagezwaaid door de grote poezenfamilie van Hieren Mühle.

Onze kaartlezer (met fluit) wijst ons naar de Ehrbachklamm die pas sinds 1921 door de Apotheker Georg Franck und sein Wanderfreunde ontsloten is. Een prachtige Klamm: Beschaduwd smal dal, beekje, bomen en bemoste bruggetjes. Een tekenaar zou hier iets prachtigs kunnen schetsen. Maar foto's en dia's betekenen ook veel voor ons gezelschap, dus het toestel wordt overvloedig gehanteerd door Ron en oom Jan.

Daubisbergermühle passeren we. Een èchte, met waterrad. Ron stelt hem in bedrijf, maar 'ontkoppelt' de zaak weer als er verschrikt wordt gewezen op enge gevolgen in de molen. (Een dergelijke daad zou vroeger met instemming zijn begroet!)

We ruiken de koffie al, vlak voor Eckemühle, maar groot is de teleurstelling als het restaurantje gesloten blijkt. Enkele natte tenten worden uitgehangen. Maar dàt was de bedoeling niet! Even arretjescake van JW eten (een cake, bestaand uit vet, biscuit, suiker en cacao, met een soortelijk gewicht van 12 kg per vierkante centimeter maagwand**) en dan weer snel op pad naar Beulich.

Om nu te zeggen dat er geen overleg is tijdens de TT... dat zou een vertekend beeld geven van onze samenwerking. Maar in structuur gebrachte impulsiviteit komt dichter bij de waarheid. In Beulich is er een groepje dat zich op een plein zet om tenten te drogen en eventueel te eten. De anderen hebben nog steeds de geur van koffie (thee, chocolademelk) in hun neus en vinden een terras. Natte tenten worden over het hek van een belendend perceel gehangen, of op de parkeerplaats gelegd. De zon schijnt, het droogt snel. Oom Jan zoekt even contact met het thuisfront, zo ook Marion.

De eigenaresse van het restaurant is 'erg verheugd' over onze komst. Ze eist dat we eerst netjes aan tafel gaan zitten, voordat ze ons bedient. Ze is niet blij met de tententroep, ze is boos over het ongevraagd inslaan van (duur!?) water. Als ze dan ook nog het zich nu ontvouwende toneeltje had gezien..... Ron, op handen en knieën, een teek in zijn bovenste bovenbeen. Irene, die niet van Rons zijde wijkt. Oom Jan, die dat ook niet doet, tot hij een decente foto van het geheel heeft gemaakt. Peter, die zich opwerpt als tekenkenner. Eerst veel sterilon ertegenaan. Maar de teek wil niet los. Dan op advies van een inlander: lijm erop. Maar de teek wil niet los. Dan lijm met een pleister. Maar....... Pas 's avonds horen we de duidelijk opgeluchte roep van Ron: "Ik ben weer vrij!"

Maar nu lopen we op de feiten vooruit. Een subgroep doet inkopen in de winkel van het dorp. Het wordt spaghetti: twee ponds pakken en drie halfponds pakken voor ons (en dan resteert er nog één pak voor de inwoners van Beulich). Saus- en soepzakjes, ui, maïs, wortel en nog wat lekkers voor de prut. Ook fruit, melk, biscuit voor de nog gevoelige magen en lijm voor de teek.

Er was enige ontstemming over onze scheiding, maar nu vormen we toch weer een geheel, als we naarstig zoeken naar een plek om te eten. In een wei buiten Beulich zetten (leggen) we ons neder, voor brood, melk en fruit. Nu blijkt dat we 'nieuwe' trekkers niet goed hebben ingelicht over een enkele 'oude' leefregel. Onder aanvoering van Ron en Gabriëlle worden slechts drie boterhammen met pure hagel bestrooid en vijf met melk. Dankzij het feit dat men hierover stil en verbijsterd is, komt het niet tot een handgemeen. Het komt toch goed, maar een dergelijk voorbeeld toont maar weer aan dat de gestructureerde impulsiviteit af en toe toch enige bespreking nodig heeft.

Ons wacht nog een klim naar Eveshausen. Het uitzicht bovenop is de moeite waard: onze gelopen route is terug te volgen. We hebben tussen dorpjes-op-toppen-van-heuvels door gelopen, in iets dieper gelegen, beboste dalen. De energie van het laatst en laat genoten middagmaal is nauwelijks toerijkend, om door het dorp en nog langs enkele akkers, bij de beloofde Schutzhütte te komen.

Bijna alle tenten vinden een plek bij de hut. Gabriëlle en Peter staan iets verderop. Het donkert al en in de schemer koken we spaghetti met prut. (Ken je dat: afgaan op de stoom, daar je bundel spaghetti tussen plaatsen en dan stoom en spaghetti door elkaar roeren?). We smullen!

Het tekent de ware TT'er dat er dan éérst afgewassen wordt, vóór koffiewater en thee wordt gemaakt.

We zitten bij het door onze stoker Peter verzamelde, nu brandende, hout lekker warm te worden. Wreed wordt JW's gedachtegang over een langere TT verstoord door Albert, die één dag korter ook wel ziet zitten. Daar wordt nog over gedacht. Het effect op JW's maag is niet best. De komende nacht staat voor hem in het teken van 'gooi het er maar uit jongen'.

*)
Ixodideae: Naam van een familie der mijten, die zich op de huid van zoogdieren (bijvoorbeeld honden en paarden!) vasthechten en van hun bloed leven.
**)
Vrij naar L.Huizinga 'Adriaan contra Olivier' pagina 26.

In de struiken rond ons kamp bij de Schutzhütte boven Eveshausen ritselt het van het wild. Tegen vier uur in de morgen ligt Georgine daarover te tobben in haar slaapzak.

Ze heeft de foto's op een poster voor haar geestesoog. Daarop staan -heel zielig- wilde zwijnen met een blikje om de onderkaak en vossen met lappen plastic in de bek, gedeeltelijk reeds ingeslikt. Zij wachten nerveus op hun einde. "Hebben we gisterenavond onze afval wel op een onbereikbare plek gehangen?" Nee dus. Ze kruipt haar tent uit , loopt naar de hut en hangt de plastic vuilniszak hoog aan een spijker. Daarna gaat ze rillend terug om nog een paar uur te slapen.

Rond acht uur komt er beweging in de verschillende tenten. De eersten wagen zich naar buiten. Zij worden beloond: een prachtig uitzicht onder een grotendeels onbewolkte hemel. Dan kruipt ook de rest uit de warme slaapzakken. Peter en Gabriëlle, die verderop in een verwilderde boomgaard kamperen, worden in hun ontwaakrituelen gestoord door luidruchtig passerende boskakkers.

De groep ontbijt vervolgens ordentelijk, mede dank zij de civiliserende invloed van Marion. Men neemt er alle tijd voor. Hoe komt het toch dat de vroege ochtend meestal zo'n traag verloop heeft? Pas tegen half elf is een ieder gereed voor vertrek. Ik probeer de TT'ers te verleiden tot een groepsfoto. Het is immers de vijftiende tocht en dus kan men ten behoeve van het nageslacht niet genoeg groepsfoto's maken. Onder honend gelach stelt men zich op tegenover de laag op een statief staande Olympus. De zon geeft aan het tafereel een welwillende glans. Ieder lijkt gelukkig, dus wat wil een fotograaf meer? Zoals zo vaak is er verwarring bij de eerste opname: op het verkeerde knopje gedrukt. Een tweede keer lukt het beter. Of was het bij de derde keer?

We begeven ons op weg, een onbekende dag tegemoet. Een bospad voert van deze hooggelegen overnachtingsplek naar de M-route, oftewel de Moselhöheweg. Het pad gaat over akkers met links en rechts prachtige panorama's van het Hunsrücklandschap. Een mooie plek voor een traditionele foto: die ganze Groszfamilie in ganzenpas vrolijk koutend achter elkaar aan lopend. Daarna dalen we af in de schemering van een intiem dalletje met dichte hellingbossen in herfsttooi en gouden zonneplekken tussen de donkere stammen. Een warm en dankbaar gevoel maakt zich van ons meester, vooral als we na verloop van tijd op een grazige glooiende weide uitkomen met een kleine witte kapel aan de bosrand, opzij van het pad. Onmiddellijk worden de blokfluiten getrokken en klinken er enkele meerstemmige kerstliederen in de kleine, maar heilige ruimte van de kapel. Maria, omgeven door veldboeketten, hoort deze tonen met een minzaam lachje aan. Ik maak wederom een bijzondere foto, nu van mijn oudste dochter, die van buitenaf een belangstellende, doch kritische blik door de glas-in-loodramen werpt. Een verharde weg brengt ons in Lütz, een klein romantisch dorpje, gelegen aan de kromming van een beek. Els prijst het raffinement, waarmee alles hier zijn plek heeft gekregen. Een deel van de groep is al bij het in de dorpskern gelegen kerkje en weet inmiddels, dat er in geen velden of wegen een winkel is te bekennen. Daardoor komt onze ravitaillering ineens in gevaar. Hoe lossen we dat op? Het is een vraag, die bij de herfsttochten hoort als een rugzak bij een rug. We laten ons dus niet ontmoedigen. Marion belt in een gele telefooncel bij de kerk haar thuisfront en ik geef in dezelfde ruimte aan tante Georgine en via haar aan neef George door, dat we morgen niet op Cochem, noch op Bullay, noch op Zell aankoersen, maar op een plaatsje dat de bedenkelijke naam "Ellenz" draagt, gelegen aan de andere kant van de Moezel. Wij zullen hen daar morgenavond, aan het einde van deze 15-jarige TT, ontmoeten. Een uniek feit in de geschiedenis van de herfsttochten.

Wij zijn echter nog steeds in Lütz, dralend. Ik maak ondertussen foto's, voor de portrettengalerij van dit jaar, van Gabriëlle en Georgine. De groep neemt het besluit de gebruikelijke verspieders op pad te zenden in een viertal richtingen, teneinde een redelijk etablissement op te sporen waar we aan ons gerief kunnen komen voordat kommer en kwel, honger en dorst, koude en andere ontberingen zullen toeslaan. De laatste luxe dus. Ron, die zich als nieuweling hiermee onmiddellijk profileert, komt terug van zijn missie en meldt opgetogen een schitterend gelegen restaurant hoog boven het dorp in een haarspeldbocht van de weg. En inderdaad, die locatie blijkt goed voor een dik uur puur genieten in het zonnetje met Heisze Cacao, thee, koffie en grote stukken Torte. We verzamelen er belangrijke informatie: er is (dus) geen winkel in de nabije omgeving en als we naar Beilstein lopen (morgen), dan is daar een veerpont die ons naar de overkant kan brengen. Maar hiermee hebben we nog geen eten voor het komende etmaal. Evelien wil een fiets lenen en dan in een duivels tempo, terwijl wij hier wachten, naar Treis rijden om er brood te kopen. Ik opper het minder energie vragende idee de hotelhouder te bewegen ons een deel van zijn broodvoorraad af te staan. Dat lukt: drie bevroren Duitse knotsen draagt hij enigszins morrend aan ons over à raison van 6 harde Marken per stuk. Georgine poseert kleumend met de ijskoude graanproducten tegen de borst geklemd voor de genadeloze camera. Het is weer geregeld!

Opgelucht en vol vitaliteit dalen we wederom af naar het dorpje Lütz en vervolgen ons pad door het zoveelste dalletje van deze tocht. Dat brengt ons, tot slot klimmend en zwetend, bij een asfaltweg waar we uitgeput een ogenblik pauzeren. Jan-Willem heeft inmiddels een avontuurlijke route bedacht, die de couleur van de rest van deze beproefde dag zal bepalen. We steken de asfaltweg over en duiken achter een daar gelegen boerderij met de gezegende naam Gotteshäuserhof weer de bossen in. Het is een idyllische omgeving, maar we zijn toch niet helemaal gerust. Er volgt een "speedmars" over een lange bosweg naar een punt waar volgens JW een scherpe afdaling te verwachten is. Hier ervaren we weer eens hoe snel sociale afspraken over het tempo en het bij elkaar blijven vergeten worden. De langpotigen razen opgewekt voorwaarts, de kortbenigen mopperend achter zich latend.

"Is het geen tijd voor de lunchpauze?" vraagt menigeen zich zuchtend af. Maar we vinden de bossen hier te somber en willen wachten tot ons een zonnig plekje wordt geopenbaard, het bekende dilemma.

De beloofde afdaling brengt ons op de verlangde zonnige plek, gelegen in de bocht van de weg. We strijken er uitgeput neer. Het is al laat en we gunnen ons geen tijd om thee te maken. Water en brood, dat moet voldoende zijn. Niemand moppert.

Een steiler aflopend zigzagpad, sadistisch voorzien van omgevallen bomen, leidt ons daarna naar een afgelegen en geheimzinnig dal, waar zowaar koeien en herten te bewonderen zijn (achter een hek) en bij de beek een cementen draak water spuwt. Waar zijn we nu weer beland? Hier moet een boerderij zijn, dus mogelijk ook een kampeerplek waar weer wat te beleven valt. Maar helaas, onze tijd is nog niet gekomen. "Laat ons nog eenmaal opwaarts gaan!", roept JW bemoedigend. Volgens de kaart moet er bovenop de berg een ideaal terreintje zijn. Wij volgen gedwee de grote leidsman. Een breed karrenspoor slingert hoger en hoger en inderdaad, eenmaal op de hoogvlakte beland aanschouwen we tegen de bosrand prachtige kampeerweiden. Dit is echter duidelijk een wildbaan, getuige de vele jagershutjes in bomen en op hoge palen. Ga je hier staan, dan vraag je om problemen met boswachters, jagers en andere padjakkers. Wat nu? De middag loopt ten einde en de schemering valt reeds in.

Velen worstelen nu met hun moreel. Maar onze hoop wordt gevestigd op een andere bosrand, verderop in de buurt van boerderij Beurenhof, waar we wellicht water kunnen krijgen. En eieren. En avontuur! We sjouwen zwijgend, doch hoopvol derwaarts, langs een kale oprijlaan. Dan komt ons ineens een witte Mercedes achterop, bestuurd door een in groen livrei gestoken, nors vorsende jachtopziener. Hij stopt naast ons. Wat we hier van plan zijn? Kamperen? Helaas, dat kan niet. Bij gindse boerderij zijn al maanden de bronnen uitgedroogd en in de achterliggende bosrand de paden dichtgegroeid. Als u nu eens teruggaat en verderop afdaalt naar een in het volgende dal gelegen asfaltweg dan passeert u een klooster en ligt er elders aan die weg een café met een "schöne Wiese". Maar hier? "Nein, dass ist nicht zugestanden". Hij kijkt ons dreigend aan.

We keren mokkend om, sjokken terug en zoeken de afslag, die we na enige tijd vinden. Een ruige bosweg, opengewroet door talloze wilde zwijnen, brengt ons naar beneden in het dal. Aan de donkere hemel verschijnt de maan, nog vaalgeel, maar veelbelovend. Lieflijke weiden liggen in serene avondrust en daarachter ontwaren we de gebouwen van klooster Maria Engelport, een locatie die we volgens onze plannen pas de volgende dag zouden passeren. Ideale plek! De TT‑groep verzet nu geen poot meer, maar wacht bij een uithoek van een weiland op nadere besluitvorming. Ron en ondergetekende lopen verder om de abt van het klooster toestemming te vragen hier te overnachten. De frater-tuinman verwijst ons naar de kloosterpoort. We bellen er aan. Ron doet een prevelementje dat tot doel heeft een betrouwbare indruk te wekken. De dienstdoende monnik houdt ruggespraak. Hun zegen hebben we: toiletten en water vindt u om de hoek.

Snel wordt nu het kamp opgebouwd. Losse tuinbanken die we langs het pad vinden plaatsen we in een vierkant tussen de tenten. Het koken kan beginnen. Dan nadert er vanuit het bos een jeep met een boer erin en van de andere kant een witte Mercedes, verdomd weer die jachtopziener. De heren zijn aan het controleren! Of we wel toestemming hebben gevraagd. Ze druipen af. Nu breken er gezellige uren aan en nog wel zonder een kampvuur. Er wordt goed gekookt en goed gegeten, waar halen we het weer vandaan! En tijdens de rest van de avond klinken de tonen van de blokfluiten op en schallen onze zangen door het stille dal. Dona nobis Pacem. Opa, er wordt gebeld (in talloze oude en nieuwe strofen). En niet te vergeten het nieuwe instudeernummer van Gabriëlle: "Heut' kommt der Hans nach Haus, freut sich die Liesl". Maar dat is nog maar kinderspel, vergeleken met het refrein: "Aber geht er über Unterammergau, oder geht er über Oberammergau?" of woorden van gelijke strekking. Peter Pi bereikt hierin ongekende hoogten. De meute gaat bijtijds naar bed. De mist hangt over het dal als twee monniken ons nog laat in de avond komen opzoeken. Peter Pa staat hen troostend te woord: deze neven en nichten redden zich wel. De kloosterlingen spreken van andere Hollanders, die hier onlangs kampeerden en geven adviezen over mooie routes in de omgeving. Daarna nemen zij afscheid. Als ook de laatsten naar bed zijn daalt de nacht over " de maatloze verlatenheden, die over onze moegezworven leden onder de sterren waaie' in de oude wind." Je moet toch eens "Zwerversliefde" van Roland Holst lezen, dan begrijp je wat meer van wat ik bedoel.

0.00 uur: Vanuit de tent van Peter Pi en Evelien murmelt een gefrustreerde Peter Pi een deuntje:
"Oder ob er überhaupt noch komt...." (Shit, weer niet goed!) "Oder aber über Unterammergau, oder aber über Überabergau...." (Ach nee....?!) "Das ist nicht gewiss, Hans und Liesl...." (Ik stop, ik wordt gek!)

Het wordt stil en het tentenkamp is in een dikke nevel gehuld. Iedereen geniet van de welverdiende rust, het was een stevige trip vandaag. Nog nagenietend van het wrange gezicht van de boswachter (omdat hij ons niet kon inrekenen) zak ik weg in een diepe slaap.

4.00 uur Ineens ben ik wakker, ik hoor een geritsel dat lijkt op een dier dat aan het rommelen is aan een van de plastic zakken met zo'n Duits stereo brood van "das Gasthaus". We hadden de etenszak toch hoog aan een stok gebonden en tussen de bank geklemd? Zou de etenszak nou toch te laag hangen? Is het een wild zwijn dat op de bank geklommen is en de etenszak openscheurt? Ik twijfel, de slaapzak is goddelijk en dat stereo brood is toch van gipsbeton, laat dat zwijn maar z'n tanden erin kapot bijten. Het wordt weer stil. Na een paar minuten komt het geluid weer terug en begint m'n geweten te knagen. Het is ons laatste brood en als het zwijn het op eet hebben we geen eten meer voor morgen ochtend!

Het geluid verstomt weer en ik draai me nog eens om in m'n slaapzak. Inmiddels ben ik klaar wakker en besluit toch een kijkje te gaan nemen bij de etenszak. Rillend kruip ik uit mijn slaapzak en trek m'n jas en schoenen aan. Ik stap de tent uit en controleer de etenszak. Vreemd, niks aan de hand. Ik loop terug naar de tent en hoor ineens weer het geluid rechts van ons tentenkamp..... het blijkt de besproeier te zijn van de houtstapel!? Eenmaal teruggekropen in bed wordt Joyce wakker, terwijl de besproeier weer geluid maakt. "Het lijkt net of er een dier aan de plastic zak ritselt, hè Joyce." "'t Is dat geluid van die besproeier" fluistert ze zacht. "Mmm." Inwendig vloekend draai ik me om en val wederom in slaap.

9.00 uur Opstaan, wassen en ontbijt. De smaken van deze ochtend zijn chocolade, kaas en pindakaas. Tijdens het ontbijt trekt de mist geleidelijk aan weg en krijgen we een mooi uitzicht op "Klooster Maria Engelport" en de bossen rondom. Het klooster blijkt een prima was- en toiletgelegenheid te hebben waar goed van gebruik gemaakt wordt. De klooster bewoners zijn uiterst vriendelijk en zo als gewoonlijk zeer geïnteresseerd. Of we nou echt buiten in die tentjes geslapen hebben?

10.00 uur Het kamp is opgebroken en we lopen eerst naar het klooster. Bij het klooster wordt nog zeer actief gebruik gemaakt van de toilet voorziening en net voordat we onze route willen vervolgen vraagt de Vader Overste aan ons of we met hem op de foto willen. Op het bordes van het klooster, in een straal van Engelenlicht wordt de foto genomen. Klokslag half elf vertrekken we van het klooster. Oom Jan deelt nog een brochure uit van het klooster met de tekst:

"Unsere liebe Frau von Engelport, bitte für uns!"

Met stralende zon en blauwe hemel lopen we over een smal bospad in de richting van Beilstein. Tijdens de tocht over het bospad heb ik nog een interessante discussie met Peter Pa en Marion over de specialisten en de gezondheidszorg in Nederland.

11.00 uur Het einde van het bospad is in zicht en Jan Willem trakteert ons op een pepermuntje. We hebben toch wat opstart problemen met het vinden van de juiste weg. Gedresseerd als een kudde teken stopt iedereen bij het fluitje van Jan Willem. We blijken goed verkeerd te zitten. Ik reik m'n laatste Himbeer uit aan de groep, terwijl er een discussie ontstaat over waar we heen moeten. Peter Pa, onze oude padvinder, schiet er nog eens op los met z'n kompas. We blijken weer terug te moeten naar de asfaltweg.

Terug bij de asfaltweg volgen we deze een tijdje om vervolgens een bospad richting Beilstein in te duiken met prachtige herfstsferen. We komen op een voor ons bekend punt, de kerk van Beilstein met het uitzicht over de Moesel en de mooie geelgouden bomen. In 1989, tijdens onze vorige Moezeltocht, zijn we hier ook geweest. Bijna iedereen loopt de trap af richting het centrum van Beilstein, zou die Konditorei met de taarten lokken?

14.00 uur Konditorei Dehren kan weer rekenen op ons bezoek. We zitten weer op de mooie plek onder de druivenranken met een schitterend uitzicht over de Moesel en haar vliegende zwanen. We doen ons tegoed aan koffie en twee rondjes met Schwartzwalder, Heidelbeer, Himbeer, Zwiebelkuche en Pflaumenkuchen.

Met een volle buik lopen we richting de pont "genannt das Dornroschen der Mosel" waar we de oversteek maken naar "Ellenz-Poltersdorf, Ortsteil Poldersdorf". Op de pont zelf staan wat statistische gegevens over de Moezel. De Moezel is 136 meter breed en 8 meter diep. Aan de andere zijde van de Moezel volgen we het bordje "der Wanderweg" richting de eerste wijnranken. In het dorp wordt een van de kledinglagen verwijderd omdat we straks moeten klimmen. Als ik zo eens kijk naar de knickerbocker van Jan Willem, het rode geruite hemd van Oom Jan, de blauwe trui van Peter Pa en het wit/grijs/roze geruite hemd van Evelien vraag ik mij af hoe lang deze kleding al gebruikt wordt?

Jan Willems rugzak is tijdens deze verkleedpauze het slachtoffer van een laxerende vogel.

Met een forse wind in de rug worden we de "Altar Birge" opgestuwd. Het gaat stormen en het is zaak snel een goed onderkomen te zoeken. Dreigende wolken, vol met regen komen op ons af. Tijdens onze klim naar boven maken we nog even een praatje met een van de druivenplukkers, die aan het werk is op de berg. In het kort beschrijft hij het wijnproces:

Eerst worden de druiven geplukt, deze worden vervolgens verzameld in de groene bakken waar onderin een spindel zit om er een massa van te maken. Hierna worden de bakken in een drukpers geplaatst, waar het sap nog 2 tot 3 maanden moet rijpen voordat uiteindelijk de wijn ontstaat. De bruine (rotte) druiven versterken het proces en worden daarom ook meegenomen.

Boven aan de "Altar Birge" blijven we nog even genieten van het uitzicht op Beilstein met z'n mooie goudgele bomen. Het gaat steeds harder waaien en het wordt nu echt tijd dat we de Schutzhütte gaan vinden, die ergens op deze berg moet staan.

16.30 uur We bereiken de Schutzhütte en zoeken een geschikte plek in de luwte van de berg om onze tenten op te zetten. Samen met Peter Pa, Gabriëlle, Albert en Georgine zoeken we brandhout om een goed kampvuur te maken. Buiten waait het te hard om een vuur te maken maar gelukkig vinden we een gietijzeren prullenmand die binnen te gebruiken is als vuurkorf. We hebben weinig tijd nodig om de vuurkorf met een goed brandend vuur te vullen. Porrend in de vuurpot geeft Jan Willem nog te kennen dat als er nu nog een boswachter komt dat hij deze "pot" op kan.

Vol bewondering staat Oom Jan stilletjes te kijken naar de vuurkorf. Pas de volgende dag blijkt dat hij last heeft gehad van een geweldig gewetensconflict rond deze vuurkorf. Zou men het erg vinden als deze vuurkorf mee gaat naar het familiekamp van de Reintjes? Gelukkig voor Oom Jan is de goede inborst de overwinnaar in dit gewetensconflict.

18.00 uur Al spoedig is de hereniging tussen Oom Jan en Tante Georgine, broeder George en de rest van z'n familie. De timing is perfect evenals de voorzieningen en verrassingen die Tante Georgine en George hebben meegenomen. Er wordt nog wat water gehaald voor de kookploeg van vanavond.

We hebben vanaf de berg een schitterend uitzicht op de "Keller-Geister" wijn fabriek in het Moezel dal. De storm geeft een bijzondere sfeer aan deze plek. Inmiddels is de kookploeg met de omelet bezig. Door een misverstand dit keer zonder prei in afwijking op de traditie. Jan Willem wordt hierover aangesproken.

Het is weer ouderwets smikkelen van de omelet en al het lekkers wat is meegenomen door Tante Georgine en broeder George. Onder het genot van een lekker glaasje wijn worden nog wat oude herinneringen opgehaald over de rottigheden van broeder George (de truc met de slagroom scheerschuim, de perfecte gooi van een appel op een roedel yoghurt bekertjes op de rugzak van een niets vermoedend familielid etc.etc.)

Laat op de avond wordt nog een blik enge verhalen open getrokken van de familie Das. Georgine heeft het woord en vertelt over de wandaden van Oom Jan. Het blijkt dat hij z'n dochters jarenlang de stuipen op het lijf heeft gejaagd door met takjes slangen te simuleren onder het grondzeil en enge geluiden van zwaar giftige reptielen na te bootsen.

Ik kan me herinneren dat in een vorig verslag over de Moezeltocht ook al iets genoemd is over deze praktijken. Wat moeten deze kinderen toch een verschrikkelijke jeugd gehad hebben met zo'n vader. Georgine is op dreef en vertelt nog een verhaal over een echte slang tijdens een tocht met Robert in Indië. Tijdens een persoonlijke activiteit van Georgine met de broek tot op knieën hoort ze geritsel achter zich. Getraind door haar trieste jeugdervaringen springt zij op en roept om hulp. Ridder Robert spoedde zich naar de plek des onheils gewapend met een foto toestel om de slang op de foto vast te leggen. (Klasse Robert, dit is stijl !).

De sfeer van de avond laat zich omschrijven als gemoedelijk, vredig, vochtig, plezierig, soms uitbundig en knus. Een waardig representatieve afsluitende avond van een (in mijn beleving) zeer geslaagde TTeek-tocht '91. De accu van diverse familie leden is weer opgeladen en we kunnen er weer tegen aan. Nooit geweten dat een weekje rugzaklopen zo goed is voor de innerlijke rust.

Nicht Hans, aber der George ist gekommen en oom Jan is bij tante Georgine ingetrokken. Hun tent staat -evenals alle andere tentjes- op een rijtje in het beukenbos. Onze tent staat als een windbreker op de top, in de bosrand. Of het nu aan neef George ligt, aan het gemis van oom Jan of aan de storm en de regen, weet ik niet. Misschien het idee dat het de laatste nacht is, opluchting dus? In ieder geval slaap ik slecht. Ik verricht nog wel een goede daad, want ik schijn in mijn dromen nicht Marion op spectaculaire wijze ergens van te redden. Ik kan me echter totaal niet meer herinneren waarvan. Het zullen wel kilometervretertjes zijn geweest.

Ontbijt om 9.00 uur. De bezoeking van dit jaar is nog niet helemaal voorbij. Gabriëlle wordt geplaagd door een bijzonder vervelend beest: de tepelteek.

We pakken de rugzakken, stoppen de auto vol met vuilnis, vullen ballonnen en bevestigen ze aan de rugzakken. Terwijl de wind afneemt en het geluid van wijntrekkertjes en trage boten wedijvert met het gefluit van de vogels, nemen wij uitgebreid afscheid van de degenen die met de auto verder zullen gaan. Wij proberen het vertrek voor hen wat te verzachten door hun bosrit wat meer inhoud te geven door her en der even een boom over het pad te slepen. Gelukkig is de organisatie weer prima. De route is bijzonder duidelijk aangegeven door een enorme slang op en in de weg. De temperatuur laat wel wat te wensen over, maar als we boven op een kale heuvel aankomen, breekt een lekker zonnetje door. Leeuweriken trachten de F-16's te overstemmen en het uitzicht is schitterend, al zijn de knotwilgen hier wel erg laag. Er is eindelijk gerechtigheid als de ballon van JW als eerste knapt. Als de routeslang het pad verlaat splitst de groep zich. Er worden verschillende routes geprobeerd en terwijl het steeds warmer wordt, komen alle groepen toch weer bij elkaar.

Beneden op de boulevard krijgen we gelukkig nog een vette plensbui op onze nek. De zeer chique uitspanning waar we onze Känchen Kaffe/Heisse Chocola mit Kuchen nuttigen laten we administratief gedesoriënteerd achter (bonnetjes) als we ons chaotisch terugtrekken en verspreiden. Iedereen blijkt toch weer op tijd op het station aanwezig te zijn. Hoort die engerd nu ook bij ons of is het een ontslagen Stasi-medewerker? Hij volgt ons in elk geval in de trein. Later weten we hem toch af te schudden. Dan laadt een vrouw in zwart en goud die verdenking op zich. Een normaal mens trotseert toch zeker onze luchten niet in een bekrompen treincoupé, maar zij blijft lange tijd op onze gereserveerde plek zitten: uitermate verdacht! De observatie wordt waarschijnlijk elektronisch voortgezet, want in Koblenz HBf heeft onze trein 15 min. vertraging. In deze trein weten de mensen niet hoe snel ze plaats voor ons moeten maken en zo hoort het ook! We eten brood met kaas en vollmilch. Voor de verandering toepen we in plaats van klaverjassen. We scrabbelen zelfs met een lichtgewicht magneetjesspel van Gabriëlle.

In Duisburg wippen we gedisciplineerd over in een luxe Wagon-Lits met prima kaarttafeltjes. Gelukkig heeft deze aansluiting keurig op ons gewacht! Herman en Joyce blijken te dure kaartjes te hebben en Peter Pi krijgt een spoedcursus treinkaartjes. Zo denderen we weer naar huis, nog steeds met vertraging. In Utrecht is het afscheid bijzonder kort. Mijn aansluitende trein is al vertrokken (rotstasi) en ik probeer via Alphen toch nog een beetje op tijd thuis te komen. Helaas de trein naar Leiden heeft 6 min. vertraging en in Alphen mis ik mijn aansluiting. De laatste stasi-agent voor die dag zal dus wel die taxichauffeur geweest zijn, die precies wist waar ik woonde. Albert.

Afscheid

Het lijkt wel het verhaal van de 10 kleine donkergekleurde medemensjes. "Er waren eens 17 kleine trekkertjes ..."

Eerst laten we oom Jan, tante Georgine, Irene en Ron op een donker bospad in het oerwoud achter. "Toen waren er nog 13." Daarna sturen we Georgine, Robert en George naar een strafkamp. "Toen waren er nog 10." Dan laten we Albert, Marion, Willem, Evelien en Peter Pi snel naar hun smachtend thuisfront gaan. "Toen waren er nog 5."

Tja en vijf is natuurlijk een prachtig aantal om een uitermate fatsoenlijk slot-slotdiner mee te nuttigen. Peter Pa, Gabriëlle, Herman, Joyce en Els tippelen dan ook met lekkere trek naar een chique Turkse eetgelegenheid op de Mariaplaats. Ziet er goed uit door die grote glimmende ramen!

Het vervelende van ruiten is echter dat je er van twee kanten doorheen kunt kijken. Jammer, want de mensen die aan de andere kant van de ruit staan beweren nu bij hoog en bij laag dat de -bijna lege- zaak helemaal vol zit, volgeboekt is en de komende 6 uur ook gereserveerd is. Zou het aan ons uiterlijk liggen? Jammer, maar niet getreurd. We stappen door tot we een volgende chique gelegenheid vinden zonder ramen. 20 meter voor de deur stellen we vast dat Joyce er nog het meest aanvaardbaar uitziet. We zenden haar -zonder zak- vooruit. Tactisch als ze is heeft ze het over "een gezelschap" van 5 personen. Natuurlijk kunnen we terecht. Ja? Fijn zo ... O, ja, we hebben "wat reisbagage" bij ons, kunnen we dat even ergens kwijt? ... Natuurlijk, dat kan wel in de bijkeuken staan. Kijk, zo zijn we dus naar binnen gekletst.

Het maal was goed en de wc van alles voorzien (zo'n wc die je graag tijdens de tocht zou aantreffen, maar aan het eind van de tocht niet meer hoeft). Toen gingen ook de laatste 4 medetrekkertjes naar huis. "Toen was er nog maar een." Een klein trekkertje… O, jé, als ik me goed herinner wat dat ene kleine trekkertje overkwam… moest doen… nee toch… voor herfst 1992?…

Van Sinterklaas kreeg ik het volgende gedicht:

Lieve Albert

Sinterklaas die kreeg een kaartje
uit een koud en herfstig oord
daarop stonden neven, nichten
TT‑end trokken ze weer voort

Nu zijn er altijd controversies
(zeurderig) ik wil koffie! ik wil thee!
maar toch willen neven, nichten
elk jaar weer mee

Er is een geheime organisatie
die ieder jaar aan invloed wint
zij is de echte lichtkampeerders
niet zo vriendelijk gezind

Deze groep wellustelingen
groeit nog alsmaar in getal
zal hun norm regel worden?
De toekomst die het leren zal

Hun naam, geheim, wordt slechts gefluisterd
maar Sint vertelt hem aan jou nu
deze maffiose lieden
noemen zich de P.L.U.

Heel veel jaar geleden
heb jij aan de wieg gestaan
je hebt het achteloos bevorderd
en er zelfs aan meegedaan

Deze lui, moet ik helaas zeggen
houden van groot en lang en zwaar
niet van klein, noch van plooibaar
het is stom, maar het is waar

Misschien kun jij hen beter leren;
dat dit cadeau tot voorbeeld strekt
voorzichtigjes wat manipuleren:
en de P.L.U. die wordt genekt!

Sint Nicolaas

p.s. Dit kan zo echt niet doorgaan
help, mijn vriend, doe er wat aan.