TT-verslag 1986-TT10
TT 1977 - TT 1986:Jan Willem schrijft:
Een Das gaf ooit het startsignaal
Voor vele herfstvoettochten
Wij loven hem, maar bovenal
Zijn borrels die wij drinken mochten
Lieve, beste mensen; we hebben een feest en dat gaan we vieren met een heleboel oude bekenden. Lang zullen we leven in de gloria. Hieperdepiep... HOERA!! Gefeliciteerd met onszelf...!
Welkom, welkom, welkom! Bij onze verjaarweek. Het wordt een groot feest, dus trek je jas aan, doe je zak om en kom er bij. Hallo oom Jan, hoe gaat het? Bent u alleen? ... o nee, Irene! Smak, smak, smak, Georgine! Goh meid, dat je vrij hebt kunnen krijgen...; smak, smak, smak! Jan, Robert, hallo! Daar hebben we Els! Hoi Els! Smak, smak, smak! Hè lekker... Peter en Marijke, dag neef, hoi aangevrijde nicht, daar gaat'ie weer: smak, smak, smak! Het kan niet op vandaag... Hee hallo, Appie... èn BEA! Jeetje, dat had ik nooit gedacht, hup! Smak, smak, smak! EVELIEN!!! Wat zijn jullie allemaal mooi op tijd! Smak, smak, smak! Hebben jullie Jolanda al gezien, die moet ook nog ergens rondlopen en nou ja, ìk ben er natuurlijk ook. Met z'n dertienen, oef.... als dat maar goed gaat...... Hee jongens, George kon niet komen, die heeft weer eens last van zijn lijf en Marion heeft ook weer eens afgezegd. Ja, het spijt me, ik kan er ook niets aan doen...Hee, wees eens even stil... Appie!... kop houden! We gaan naar Luxemburg.... nee, niet zeuren Pee, het wordt best leuk..... We beginnen in Kautenbach en ... jeetje... oom Jan, zegt u er eens wat van, ik krijg ze niet stil... dank u... Goed we lopen eerst naar Vianden, schijnt heel leuk te zijn en dan weer zo'n beetje terug na Clervaux, daar zijn we tenslotte indertijd begonnen. Leuk hè? ... ALLEMACHTIG, wat een zooitje is het altijd met jullie!!... Hè, hè, iedereen klaar?... Daar gaat'ie dan...
Als op de eerste ochtend van je vakantie de wekker om + 6 uur afgaat, dan heb je de neiging het apparaat door het raam te gooien. Dan bedenk je opeens: HOERA!!! TREKTOCHT!!! en je springt uit je bed. Helaas, de trein die jij wilt nemen, rijdt niet op zaterdag, de accu van de kanariegele Renault staat in de schuur, de brug gaat net open en de trein blijft een eind voor Utrecht CS stilstaan. Het record van George wordt net niet geëvenaard.
Net voor de trein naar Maastricht stilstaat, stappen wij aan de andere kant van het perron uit de onze. De familie staat rustig en vol vertrouwen op ons te wachten. Vervolgens stapt iedereen bij Jan Willem en Jolanda in de trein en tante Georgine zwaait ons uit. Ook de rest van de reis verloopt zonder problemen en het weer ziet er steeds beter uit. Alleen Marijke en Evelien vallen ons lastig met zeer persoonlijke en pijnlijke vragen waarvan zij denken dat wij daar eerlijk antwoord op geven. Zo als het goede Reintjes betaamt, is er meer dan voldoende te eten en te drinken. Heel verlichtend dus.
De gevolgen van onze inname laten niet lang op zich wachten. Gelukkig voor de andere reizigers hebben de spoorwegen dit voorzien en ons opgesloten in een aparte ruimte. TT-tien begint goed.
We arriveren om ongeveer 13.00u in Kautenbach en verlaten de trein aan de goede kant. Het is prachtig weer en meteen begint het verkleed-weeg-verdeel-waterhaal-plas-poep-ritueel. Als alles in orde is klinkt de traditionele kreet: omhangen!
We beginnen met een flink eind te klimmen en vanaf een uitkijkpunt hebben we een goed (en voor sommigen een uiterst frustrerend) uitzicht op het vlakbij gelegen station. We lopen een prachtige route door Girschend. De zon kan toveren met de blaadjes. Kortom:TT-optima forma!
Om 4.00u vinden we een mooi stukje gras. We besluiten relatief snel om te blijven. De TT-stemming zit er helemaal in een mum van tijd staan de tenten, is er water gehaald, hout gezocht, thee gezet en uitgerust. Campingplatz Reintjes. Bij de thee trakteert Jan jr. op gebak. Georgine, Peter en J.W. mogen de kaarsjes uitblazen (10 jaar bloed zweet en blaren).
Dan moet er weer gewerkt worden. Maaltijdsoep staat er op het menu en zo hoort het ook. Oom Jan drukt de restjes weer achterover voor morgenochtend, er wordt thee gezet en bij het kampvuur bespreken Evelien en Marijke hun enquête. Ze komen met onthullende feiten en conclusies aanzetten. Al gauw gaan de TT-borrels van hand tot hand. Albert en Evelien gaan vroeg naar bed en onder invloed (dat kan niet anders) wordt er besloten om morgen om 7.00u op te staan. We zullen zien...
Zondagochtend heel vroeg. Het ronkende geluid van een vrachtwagen die steeds dichterbij komt. Jolanda en Jan Willem liggen in hun tent, in diepe slaap. De truck nadert, dendert door, recht op de laagste der tentjes af. Oorverdovend wordt het kabaal. Lieve help, dit wordt een bloedbad! Wie kan het aanstaande bruidspaar nog ooit de 22 mei laten halen... Jan Willem? Hij schrikt wakker; lege, starende, niet begrijpende ogen. Een ijselijke gil... zijn armen omhoog, het gevaar bezwerend. In eens is het monster verdwenen, een duizelende stilte achterlatend. Wat is er gebeurd? Nog natrillend ligt onze held in bed, verschrikt, maar tevreden; Yolande de Vianden, zijn lief, zijn al, is gered...
Later. Ook deze dag begint exact hetzelfde zoals alle dagreportages die door de jaren heen van mijn hand verschenen zijn: òp een matje, ònder een slaapzak, mèt Jolanda, ìn ons ouwe, trouwe, groene, windvaste, maar ó zo hyper lage, krap bemeten condensmonster. WOEHAHAAA... We hebben zin, springen fluks uit de veren de wereld in. U ziet het, niet slecht voor een herfstvakantie, maar mooi dat het bij ons nu behoorlijk frisjes is; een koude wind, laaghangende bewolking. We hadden beter verwacht. In ieder geval, wanneer wij naar buiten komen is de rest van de familie er al of nog niet, dat varieert sterk (wat is het nut van deze zin eigenlijk?). In ieder geval duurt het niet lang meer of er staan dertien razend enthousiaste trekkers klaar om er weer stevig tegenaan te gaan; liever gezegd: men popelt... en dat moet ook wel. Vianden is ons doel vandaag en dat ligt nog een bloedeind weg, zeker 20 km! (Hadden we gisteren maar door moeten lopen.) Maar eerst eten. Evelien heeft haar best weer gedaan. Wat een brood! Stapel na stapel wordt in sneltreinvaart weggewerkt. Er wordt ook gepraat. Wie gilde er vannacht zo, ik schrok me wild. Jan Willem?... Nee hoor, ik? Ben je gek! Zoiets doe ik nooit, je zult gedroomd hebben...
Maar goed, om 9.45u (is dat niet ongelooflijk vroeg?...) is het zover. Alles hangt, we kunnen weg en dat doen we dan ook. De heuvel Girschend af, de weg over, het bos in, helemaal naar beneden, naar Oberschlinder, een boerderij en een kapel en dan, het zat erin, weer omhoog, met de al oude vraag: nemen we de lange, mooie of de korte, minder mooie weg?... We kiezen de korte en nemen de lange. Waarom? Tja, als we dat wisten.
Het pad leidt ons naar en over een adembenemend (Bea en Els weten daar alles van) rotsricheltje dat ons in een mum van tijd 200 m hoger in het dorp Hoscheid brengt. Mistflarden jagen door het dorpje op de heuvel. De trekkers kijken maar naar één ding uit: waar is de koffie? Er is godzijdank een restaurant, mèt koffie of liever gezegd en besteld: warme chocola! Er is zelfs op ons gerekend, de tafels zijn gedekt en boven de deur staat te lezen "Oost-West, thuis best." Dat belooft wat voor het eten hier. Jongens, vandaag trakteren de Prinsensponsors uit Frankrijk. Dank u wel oom Rutger en tante Hermien. Lekker hoor... We worden bediend door een betoverend schone, jonge blonde fee, wier woorden oom Jan de volgende uitspraak ontlokt: "of mijn Duits is voortreffelijk, of ze spreekt heel goed Nederlands." Over het appelgebak waar we op getrakteerd worden bijna niets dan goeds (te warm, te koud en mèt gember). Ze gaat er in als... ja... als... eh, méér dan koek!
We moeten weg, het is al laat. De zakken gaan om en wij op pad. Het is een uur of één. Op naar Kralingen o.i.d.. Eerst naar beneden en dan weer omhoog... Onder het snelweg door (een fata morgana? Op de kaarten is hij niet te vinden). Weer naar beneden, een prachtige dalletje in èn weer naar boven. Bossen, weilanden, koeien, dorpjes, beekjes, alles trekt aan onze ogen voorbij (maar we moeten er wel voor lopen). Tussen alle taferelen door pauzeren we op een beschut plekje en eten we onze boterhammen op. We pakken het beleg weer in en lopen, lopen, lopen... Eigenlijk is het, naar TT-maatstaven gemeten, een saai stuk; te veel asfalt. We zijn verwend denk ik. De wandeling is zo saai dat we, ondanks eerdere nare ervaringen er sterk over denken om op de bus te stappen. Dan moet het wel saai zijn, want het is inmiddels 3.00u geweest en het is duidelijk dat wij Vianden niet halen. Er rijdt geen bus, het is zondag. Goed zo!
Tussen alle bedrijven door zorgen Peter en Robert voor enige afleiding. Het is vandaag hun dag en dat heeft voor de rest (ons dus) meer consequenties dan voor hen. Terwijl ik gezellig met Jan jr. op loop worden we, een beetje onopvallend benaderd door neef P. die ons de opdracht geeft een liedje te maken op de melodie van Yellow Submarine van de Beatles en het moet gaan over Jan sr. Waarom wij vinden dat hij volgend jaar weer mee moet, ondanks zijn gesputter van: "ik ben te oud en loop te langzaam en zo..." (geeft niet om Jan daarvoor hebben de volgende spreuk: BEJAARD is BEAUTIFUL).
Voor de oude man zelf zit er bij de opdracht een addertje onder het gras. Hij maakt een liedje waarin beschreven moet worden waarom hij zelf zo graag mee gaat, iets wat hij ook de anderen toe denkt. Goed, wij zijn even zoet, terwijl we verder lopen, verder lopen er nog verder lopen langs een drukke asfalt weg, richting Vianden. Tot we de Stausee van Vianden bereiken, een kunstmatig meer, hoog in de heuvels.
We stoppen om te rusten en besluiten voor de nacht te nemen. En daar begint het gekrakeel... En hoe! Jan Willem is een beetje dom geweest, heeft de route zodanig uitgezocht dat het vrijwel onvermijdelijk is dat we morgen, als we 12 km verder zijn, de plek waar we nu zijn iets verderop zullen passeren en dat had nooit mogen gebeuren. Want Peter krijgt het in de gaten en die jongen vindt, dat is algemeen bekend, dat, hoe graag hij ook wandelt, de kortste afstand tussen twee punten nog altijd een rechte lijn is en daar mag alleen in uiterste noodzaak van afgeweken worden. Het is dan ook onverdraaglijk voor hem dat hij nog twaalf kilometers met 20 kg op zijn rug moet lopen, terwijl het maar een halve kilometer hoeft te zijn. Ik zie een heleboel mensen nu enthousiast ja knikken, zo van: "logisch toch, geeft die knaap eens ongelijk..." Nou mensen, hij krijgt ongelijk en zijn zin niet! En dat doet me deugd. In een half uur gekakel komen wel tien alternatieven op tafel. Natuurlijk is het zo dat wanneer we gewoon rustig, ontspannen door gelopen waren, zonder discussies, we op een redelijke tijd op de camping bij de stad hadden kunnen zijn. Maar het gebeurt gewoon.
We besluiten in ieder geval verder te gaan met rugzakken en water. Daarop leegt neef Peter, hoewel niet echt gelukkig nu, zijn rugzak en vult hem vervolgens met water. Het laatste stukje... kom op jongens... In gezwinde pas verlaten we de plek des onheils en proberen we weer in de stemming te komen. Dat lukt pas echt bij de vondst van een appelboom! Jaaaa... Hiep hoi! APPELMOES!!! Alleen, we zijn niet compleet, we missen de waterzak, Marijke en Irene. Ik (JW) galoppeer terug, fluitend, gillend, roepend... Zo verantwoordelijk voel ik me nou en voor niks blijkt altijd weer, want ik vind ze niet en toch komen ze weer terug (dat doe ik dus niet meer...).
We zoeken een plaats voor de nacht en dat gaat niet zo best vandaag (wat eigenlijk wel), maar we zijn moe en moeheid maakt rottige plekken prachtig, dus staan een half uur later de tenten in weer en wind boven op "Schank" (zo heet de heuvel) 3 km van Vianden. Er staat wel een soort jachtschuilhutje van palen met dekzeil erom en erop (Lammerts van Bueren?). Die is dus voor ons! Het ding wordt opengebroken en in beslag genomen. Water koken, appels schillen, hout halen... Ho, nee, STOP!! Koplampen, het silhouet van een Landrover, wèg dat hout! Ja, ja, het is natuurlijk de boswachter met de al oude vraag: "Wat mot dat hier"? Zo lang oom Jan nog bij ons is mag hij het opknappen en, enigszins nerveus, dat wel, vervult hij zijn plicht: ja en amen; natuurlijk meneer; nee, we zijn hier morgen weer weg; prachtig weertje deze week; o, is het hier de koudste plek van de omgeving? Tsssch, het is toch wat... babbel, babbel, zwam, zwam, klets, klets; 20 min lang en ondertussen maar in de gaten houden dat er nu net geen hout aangesleept wordt. De man vertrekt en wij mogen blijven. Oom Jan, heb dank...
Het houtvuur laten we toch maar schieten vanavond, dus eten we in de tent. Boerenkool met worst en appelmoes. Daarna moet er af gewassen worden en de animo is minimaal. Binnen is het namelijk toch net een tikkeltje comfortabeler. Buiten is het koud. En nu het verneukeratieve van deze prachtige Dassentent: de mensen die het hardst aan het eten hebben gewerkt en dus het laatst de tent inkomen, mogen ook naar het eten er het eerste weer uit om de afwas te doen en thee te zetten, want ze zitten toch al bij de uitgang... Dit is heel leerzaam. Koop grote tenten uitsluitend met twee in/uitgangen. Dat is veel eerlijker!
De thee komt te laat, de helft van het volk is door slaap overmand, nog maar half aanwezig. En dan moeten we de opdracht van P en R nog afwerken. O JEE! Er staat een gigantische hoeveelheid lofliederen op oom Jan op papier en die moeten nog allemaal gezongen worden en als het even kan enthousiast en uit volle borst... Ja, daag, vergeet het maar, het heilige vuur ontbreekt volledig. Niet in de laatste plaats door het volkomen ontbreken van stimulerende aanzetten en opmerkingen van de bedenkers van de opdracht die zelf niet verder zijn gekomen dan la, la, la, laa... Foei dus! Maar slapen doen we die nacht prima. Doek valt.
7.45u wordt door oom Jan de geblokfluite versie van het liedje "Wordt, wakker, 't zonnetje is als op" gespeeld. Hij probeert daarmee de groep te werken. Dat lukt. Al spoedig na de eerste tonen klinken heftige protesten van enkele notoire blokfluithaters in de groep.
Een blik uit de tenten geeft ons een grandioos uitzicht over de in ochtendnevels gehulde heuvels rond de stad Vianden, zonder dat we deze stad in het dal ertussen zien liggen. Ondanks de nevels is onze heuvel onbewolkt: het belooft een mooie dag te worden!
Het ontbijt nuttigen werk in een kring gezeten voor het opengeklapte herdershutje van groen/oranje canvas. Het wachten is op het toetje: warme zelfgemaakte appelmoes, net als gisteravond. (Het zal ook niet de laatste keer zijn deze tocht.) Na het omhangen van de rugzakken worden we door oom Jan gesommeerd een rondje achter elkaar te lopen voor een klassieke TT-foto. Dan duiken we het bos in om naar even lopen de beroemde burcht van Vianden de beneden ons tussen de bomen te zien opdoemen. Het is de eerste keer in haar tienjarig bestaan dat de TT-groep deze stad aandoet. Ten onrechte, wat al gauw na de bezichtiging van stad en burcht zou blijken! Het is nog even lopen over het bospaden voordat er echt vlak boven Vianden zijn. Een prachtig uitzicht over het dal met de glinsterende Our langs de oevers met oude huizen...
Langs de kabelbaan dalen we via rotsige paadjes af naar de burcht. Het is inmiddels al 11.30u. Dat doet ons besluiten voordat de winkels dichtgaan eten in te slaan voor de lunch en voor vanavond, om daarna de burcht te bezichtigen. Het stadje ligt diep in het dal, dieper dan de burcht en we laten daarom de rugzakken bij de kassa aan de poort van de burcht achter.
Niet alleen het imposante kasteel getuigt van een middeleeuws verleden van Vianden: de verzameling huizen en straatjes worden omzoomd door een heuse stadsmuur en wachttorens. Tegen enkele huizen groeien in herfsttinten gekleurde wijnranken met druiventrossen. Bij het eerste hotel-restaurant strijken neer op een zonnig terras. Alleen dat deel, dat zich heeft belast met de inkopen, trekt verder het straatje in. De kruidenier wordt gerund door twee oude dames (zò!?). We kopen er eten en ansichtkaarten. De dames bedienen ons in een mengelmoes van Letzenburgs, Duits en een enkel woordje Nederlands. In de zaak maken we een keuze wat we eten: vanavond macaroni en Ardennerham en morgenavond met puree en spek...
Het deel van de groep dat zich op het terras van Mariënburg heeft genesteld, heeft inmiddels koffie en chocolademelk laten aanrukken. Als de inkopers terugkomen, worden op grote schaal gebakspunten besteld. Vooral de heren etaleren hun lusten op schaamteloze wijze. De dames genieten deze liefhebberij meer in stilte, omdat vaak andere onderwerpen hen meer bezighouden.
Er worden vele ansichtkaarten geschreven aan achtergebleven familieleden en kennissen. Ze worden voorzien van toepasselijke (soms zelfs verwijtende) teksten en door ieder van ons ondertekend.
De rugzakken in de burchtpoort worden nu opgehaald voor een bezoek aan het kasteel. Hoewel men al enige jaren bezig is met de restauratie van de ruïne, heeft deze zulke kolossale afmetingen, met zoveel ruimtes, dat men zich tot nu toe voornamelijk heeft beziggehouden met de grote zalen. Waarschijnlijk om daarmee de burcht zo spoedig mogelijk geschikt te maken voor gebruik.
Wij dwalen door het kasteel, over trappen, door nauwe gangen, door grote zalen en over dakterrassen. De burchtkapel is misschien de mooiste bezienswaardigheid: hij bestaat uit twee boven elkaar liggende delen. Deze worden verbonden door een brede schacht, die op een schitterende wijze door gebrandschilderde ramen van het bovenste kapeldeel worden verlicht. Hierdoor ontstaat een mystiek kleurenspel, dat de mensen in vroeger tijden - net als ons - onder de indruk moet hebben gebracht. Vermeldenswaardig is dat in deze burcht Jean-Guillaume en Yolande de Vianden hebben gewoond. Hebben we nu te maken met twee gelijknamige reïncarnaties? Wie weet!
Na de bezichtiging eten we in het zonnetje op een schans in de buitenmuur van de burcht. Een ideale plek met een mooi uitzicht. Het lijkt er wel op of de burchtbouwers van weleer met ons rekening hebben gehouden.
Dan hangen we de rugzak weer om en gaan op weg in de richting van het noordelijk gelegen plaatsje Stolzemburg. Daar zullen we op de camping kamperen. Dat mag wel weer eens na twee wilde en het lijf vervuilende nachten!
Het pad leidt ons hoog boven de Our naar een kapelletje met mooie uitzichten. Wij passeren een processieweg en bij het kapelletje pauzeer we. Oom Jan dwingt ons voor de ingang ons op te stellen voor de beste groepsfoto van dit decennium. Daarna dalen we steil af naar een elektriciteitscentrale om vervolgens een zware klim te doen (volgens oom Jan in een onverantwoord noodtempo). Halverwege is er een obstakel. Het pad wordt namelijk doorkruist door een nieuw aangelegde weg, die zo schuin in de wand is uitgegraven, dat we bijna niet in staat zijn om er tegenop te klimmen.
Was dat trouwens ook nodig? Aldus de stille vraag van menig groepslid. Na een half uur is daar het antwoord: het was niet nodig, want de nieuwe weg leidde naar hetzelfde punt!
Onderweg krijgt iedereen een ballon op de rugzak. De meeste ballonnen sneuvelen vervolgens bij het passeren van doornige struiken.
Boven op de heuvels zijn er steeds mooie uitzichten op de Duitse kant. Uiteindelijk zijn we zover dat we naar Stolzemburg kunnen afdalen. Aldus geschiedt. In de bebouwde kom gekomen is er nog geen camping te zien. Els vraagt zich terecht af of het nog verder is. Jan Willem, als goede herder vaak de hekkensluiter, brengt na enig turen op de kaart uitkomst: nog tweeënhalve centimeter, op de kaart wel te verstaan! Maar dan is er het moment suprême: Els loopt nog enige meters en staat dan ineens voor het campinghek! De ingang is niet veel verder.
De tenten worden opgezet, de macaroni klaargemaakt, de schnapsen gedronken en de nootjes gepeuzeld. Na het eten gaan zij, die daarvóór nog geen gelegenheid hebben gehad, ook douchen. Regelmatig klinkt over de camping een aanzwellende geluid van snel stromend water, dat afkomstig is van het stuwmeer waar we gisteren langs kwamen en dat nu via buizen zijn Water loost.
TT-liedje, onderweg ontstaan:
Nu is de rugzak nog zwaar,
nu loop je nog te zweten.
Nu kun je 't wel vergeten,
nu zijn we de sigaar...
Stil maar, wacht maar, als wordt licht
En zeker niet veel zwaarder.
Stil maar, wacht maar op 't weerbericht:
de zon schijnt op de aarde!
De rest van de avond brengen we door in het plaatselijk café om wat te drinken en de resultaten van de actie van vandaag door te nemen. Ter herinnering: de opdracht bestond eruit dat we iets moesten bedenken dat mensen zou aanzetten ons vanuit Luxemburg thuis een kaart te sturen.
De groep Jolanda, oom Jan en mijzelf, komt met het voorstel een rebus te maken, dit op te hangen op de camping en voor een goede naar ons toe gezonden oplossing een prijs te beloven. Verder was er het idee ballonnen met kaartjes eraan te laten vliegen: de indruk wekken dat het hier een ballonnenwedstrijd betreft. Alleen het rebusvoorstel werd uitgevoerd (naar later bleek: zonder resultaat).
De groep Els, Irene en Albert, belast met de ideeën voor morgen, geven nu reeds de opdrachten uit. Bij het vertrek uit het café wordt ieder even apart genomen. Het blijkt een klein statistisch onderzoek naar de gedragskenmerken van deze groep. Peinzend over hoe ik mijn opdracht zal uitwerken, loop ik terug naar de camping en kruip in mijn slaapzak. Als iedereen zich ter ruste heeft gelegd neemt de stilte bezit van het dal, af en toe onderbroken door een orgasme van het stuwmeer in de Our...
Stolzemburg is ondanks zijn naam een onbetekenend plaatsje aan de Our, ten noorden van Vianden. Dat hebben we gisteravond al ontdekt. Toch trok hier - over de brug waarbij we nu kamperen - op de elfde september 1944 het Amerikaanse Vijfde Leger Duitsland in. Van die heroïek is niets meer over. Zo nu en dan passeert een auto in de mist van de vroege ochtend. Een waterig zonnetje probeert er doorheen te komen als we rond 8.00u opstaan. Op de tent van de Jannen zitten duizenden vliegende mieren; op de àndere, merkwaardig genoeg, geen één. Na wat verlate douches wordt er rustig ontbeten. We hebben alle tijd van de wereld...
Het is inmiddels schitterend weer geworden! Schrijver dezes legt de laatste hand aan een opdracht voor de Nederlandse kinderen op de camping. Het is de rebus.
De zon is al lekker doorgebroken als we (pas) rond 10.45u op pad gaan, richting Dasburg. Gisteren kregen we van de groep die deze dag "verzorgt" (Els, Irene, Albert) nieuwe opdrachten, die in het geheim aan ieder individueel wordt verstrekt. We blìjven aan de gang op die manier! Thema is participerende observaties. Ieder onderzoekt iets in het gedrag van de TT-groep vandaag. Vanavond rapporteren!!
Het is maar goed dat die observaties gaan plaatsvinden want, beste lezers, dit wordt een dag van hoogtepunten en dieptepunten, zowel topografisch als qua moreel, met dien verstande dat de ene omgekeerd evenredig zijn aan de andere, als u begrijpt wat ik bedoel.
Een uitzonderlijk mooie dag, door velen in T-shirt of nog minder doorgebracht. We volgen een groot deel van de beroemde GR2 & GR3-route (die hier samenvallen), maar toch ook (naar mijn overtuiging) de GR5, al vinden we daarvan geen aanwijzingen. Even buiten het dorp hebben we de eerste van de vijf klimbeproevingen die ons vandaag te wachten staan. Hoog boven de Our rusten we voor de eerste keer en genieten van het schitterende uitzicht. Daarna dalen we naar de dalweg en dan weer stijgen: het lot van mensen die en hoofddal met zijdalen volgen...
Van de tweede rust genieten we uitgebreider. Op een weitje ploffen we neer en laten statistisch doch ook hoogmoedig grijnzend andere rugzaktrekkers passeren. Jan Willem deelt arretjescake uit, met vreugde begroet, maar bij mij het maagzuur verwekkend. Wij zijn laat op ons loopschema, dus worden we snel weer op ons spoor gezet op de Sentier International Mediterrannée-Hollande, van Rotterdam naar Marseille (of daaromtrent).
Ons bewust van het belang van deze dagroute gedogen wij dat er (weer) door nijvere handen opgeblazen ballonnen worden bevestigd aan ieders rugzak. Knalt-ie kapot dan levert dat een strafpunt op. Jan Willem (de aanstichter?!) loopt met een beul van een ballon voorzichtig tussen boom en struik. Op de meest onverwachte momenten klinkt er een knal op. Een mens wordt er nerveus van.
We dalen weer af, naar Gemünd waar wederom een brug is over de Our, nu naar een camping leidend. Er is intensief overleg over de vraag of we een cafeetje moeten zoeken, om water te vragen, maar het wordt: dóórlopen!! Een steile klim wacht ons, de derde!
We zwoegen met onze zware rugzakken hemelwaarts, ieder met zijn eigen gedachten over het nut van dit alles. Beloond worden we wel. Bovenop is het horizontaal met een heerlijk stukje gras voor de Grote Rust Met Lunch. We storten ons ter aarde en genieten weer eens van al het goede!
Nu moet ik helaas een tragisch deel van de tocht verslaan. Na de rust gaan we opgewekt verder. Topografisch verantwoord dalen we op een open stuk wat af om vervolgens via een horizontale weg de helling te volgen richting Eisenbach.
We zuigen enthousiast alle vergezichten in ons op. Maar, zoals de foto's laten zien, verlaten we een uurtje later afgepeigerd een bosrand (opgewacht door stiertjes en koeien). Wat is heppend? We kwamen op een nogal nieuwe en rotsige bosweg die na een kilometer ineens eindigde in de bush-bush: steil naar beneden: vol doornige struiken en steil omhoog: een bos zònder enig uitzicht op een pad. Gaan we naar het dal (wat het doel is), of boven over, via een "zadel" in het heuvelland en pas dàn het dal in? We kiezen het laatste: een soort kletterwerk over een beboste helling. Gezwoeg en gezweet, maar de moeite wordt beloond als we een lichtplek zien: een weiland. Uitgeput kruipen onder het prikkeldraad door.
Iedereen zoekt zijn of haar manier om door de weilanden heen te komen naar een verzamelpunt boven op de berg. Alle leed is dan vergeten door het zoveelste prachtig uitzicht dat we daar hebben. Even verderop nemen we een pad dat ons naar Eisenbach moet brengen. Maar dàn zijn er weer, als door hogerhand gepland, oude appelbomen volgeladen met heerlijke groenrode herfsttochtappels!!
Kilo's zwaarder dalen we af naar Untereisenbach. Peter laat enkele appels "los", die vervolgens langs de TT'ers heen naar beneden holderen en bolderen. In het gehucht zorgt een oude boer voor onze waterbevoorrading, terwijl hij tussendoor moeiteloos grote houtstammen versjouwt. Al onze flessen zijn nu gevuld, er is nog voldoende voedsel, er zijn appels, dus we kunnen weer wild kamperen! En of dat al niet genoeg is kopen Marijke en Jolanda in het dorps café en aantal flessen Rivaner.
Zo beginnen we aan onze laatste klim, die ons weer hoog boven de Our brengt, met rechts van ons de steile berghelling nederwaarts. Op de kaart zien we verderop een open stuk land, onder een boerderij genaamd Honicht. Op het laatst van de dag wegen de lootjes zwaar! Tegen de schemering arriveren we ter plaatse: het blijkt een stoppelveld. Erbarmelijk! Hoe blijf je uit het zicht van de boerderij (onder andere voor het kampvuur)? Overleg, overleg, overleg! We besluiten in de bosrand te gaan staan en op het veld te koken.
Zo gezegd, zo gedaan. Tussen de eikenbomen op een droog bladerdek worden onze goeie ouwe tenten opgezet, met een ijzeren discipline, want je bent zò tussen de bladeren je spullen kwijt. Het wordt donkerder als de primussen branden en het heerlijkste voedsel wordt klaargemaakt
De stemming stijgt door de relatief warme avond (!) en de unieke ambiance. Er zijn de stille angstjes om de rondritselende grote padden, het schurken van grofwild ginds tussen de donkere bomen en de enge voetstappen die menigeen denkt te horen.
De maand komt op en verlicht aan onze zijde de steil aflopende helling, waar je zò in zou donderen als je even niet op zou letten... Kortom, een TT-belevenis in de mooiste traditie!
Het avondeten is goddelijke lekker. Heerlijke zuurkool met ananas, Riesling Rivaner in grote bekers en appelmoes toe. Zo wordt het één grote Rinzige droom, die overigens ingeleid was door allerlei borrels. Favoriet blijft Schelvispekel (ik hou het bij Elskes). Daarom grote schrik toen de fles - éven maar - om viel..., gelukkig op het plastic.
Wel gevuld door de zuurkool en goedgemutst door de Rivaner doet ieder vervolgens verslag over de vandaag opgedragen taak. Marijke memoreert de keiharde feiten over wie vandaag na (8) rustpauzes het eerste weer in beweging kwam (sterk verdeeld). Evelien turfde wie het eerste de rugzak omhing (winnares: Els, op punten). Georgine registreerden de looptijden (4.13 van de 6.40 uur). Jolanda onderzocht hoelang er werd gepauzeerd (8 pauzes, totaal plm. 150 min) en constateerde dat niettemin de ene persoon langer pauzeert dan de andere (Evelien het langst). Jan Willem doet verslag van een gevoelig onderwerp: de coalitievorming in de groep. Dat was een zooitje ongeregeld vandaag. Slechts jonge Dassen zoeken elkaar regelmatig op, terwijl de oude Das als een solitair door de gelederen zwierf.
Oom Jan (ondergetekende dus) noteerde het aantal keren dat iemand voorop liep, c.q. achteraan sjokte en wijst op het verschijnsel van "individuele prominentie" (bij de voorlopers). Robert telde achttien tegenliggers (allen rugzakkers en meest Nederlanders) en géén personen die in onze richting liepen (raadselachtig). Bea signaleerde dat twaalf maal overleg werd gevoerd over topografische kwesties (enkele malen lang en intensief, vooral toen we de weg even kwijt waren). Peter had problemen met de registratie van bosschijters en bosplassers in de groep. Direct na de lunch dertien maal, verder nihil (verklaring: veel zweten en weinig drinken?!). Hij heeft daar wat verklaringen voor. Ten slotte brengt Jan jr. in een breed, maar onderhoudend betoog, zijn onderzoeksresultaten over het eetgedrag (inclusief voorbereiding en nazorg) naar voren. Iedereen is wel met "iets" bezig en het gesprek tijdens de voorbereiding heeft het karakter van een breikransje.
Na het afwassen en nachtklaarmaken van de tenten ontsteken we iets verderop het veld een knappend kampvuur. Er omheen strobalen in een halve cirkel. Een comfortabele zit! Goed voor een oergezellig traditioneel familiekampvuurtje, waarbij alle "hot-items" breeduit worden besproken...
In de bosrand klinkt gekraak. Uilen roepen in de verte, de maan schijnt en het water beneden in de rivier stroomt rusteloos door de donkere nacht. Als we gelukkig en moe gaan slapen hebben we er al met al een fantastische dag opzitten. Deze jubileumtocht kàn niet meer kapot!!
's ochtends 6.00u.
Het kost me naderhand enige moeite om het me te herinneren, maar als Irene het later zegt weet ik het weer: ze ging er op dit tijdstip uit om het brood, dat in de boom hing vanwege de muizen, er uit te halen vanwege de regen (wat een zin hè?). In de broodzak zitten namelijk gaatjes. Gelukkiger regent het niet te hard, want als ik tweeënhalf uur later opsta, hangt aan de andere kant van de boom nóg een brood met nóg meer gaatjes in zijn zak.
Op dit moment (als ik opsta) is het droog, maar als we net met al het brood half gesmeerd uitgestald op het stoppelveld zitten, begint het weer zachtjes te zeiken. We nemen onze toevlucht in de grote tent. Gezellig: ontbijt in de Grote Tent. Het ontbijt wordt besloten met appelmoes - voor de vierde keer! - Het blijft een jaar van records. Ook het weer is nog nooit zo mooi geweest, want halverwege het ontbijt is het alweer droog en zijn door de wolken weer kleine stukjes blauwe lucht te zien.
Als we eindelijk ergens na elven weer op weg zijn, loopt iedereen binnen 15 min weer in zijn/haar T-shirtje. De kaartlezers hebben, gelukkig zonder het in de groep te gooien, besloten dat we niet via Dasburg zullen gaan, maar via Hosingen. Dasburg blijft voorlopig een onvervulde droom. Misschien bij de TT25 suggereert al iemand. De bedoeling is dat we toch wel flink doorlopen, want ook vandaag is de te verwezenlijken afstand geen kattenpis. Maar helaas... na een kwartiertje komen we langs een weiland met een potige hengst die het met gemak op kan nemen tegen de hengst die ik fotografeerde op de eerste trektocht en die de springplank was voor mijn ruchtmakende imago - hoe lang moet ik dat nog horen? -
De hengst wordt omringd door een drachtige merrie, een veulen en het Ros Bazaar. Albert tovert wat suikerklontjes tevoorschijn en iedereen voedert enthousiast tot bovenaan de weg koeien verschijnen die gevolgd worden door meer en uiteindelijk door een boerin met een stok en licht opvallende kleren. Tegen die tijd komen Jan Willem en Jolanda langs, die ons er aan herinneren dat we niet te lang mogen treuzelen. Verder gaan we, langzaam stijgend tot het hoogste punt van de omgeving. Daar staat boven op een kale heuvel en een enorme zendmast, die wel op een eerdere TT uit de verte hebben gezien. Na gezamenlijke rekenen komen we tot de conclusie dat de mast ongeveer 300 m hoog is! Dat is driemaal de hoogte van de Domtoren. Dit getal wordt later bevestigd door neef P. naar aanleiding van nog andere berekeningen.
Sneller dan verwacht komt kort daarna Hosingen in zicht. Snel wordt het kroegenbestand in ogenschouw genomen. Choco (-water) en koffie wordt gedronken in Café des Sports. Gebak moet elders worden gehaald: kwarkgebak bij de supermarkt. Peter en Evelien zoenen nog stiekem twee Duitse negers, maar we blijven niet te lang hangen en gaan spoedig weer op weg naar Neidhausen. Beetje stijgen, beetje dalen en ondertussen rustig bijkletsen. Na de laatste klim tot vlak voor Munshausen gaan de rugzakken boven op een kale heuvel op een kale weg af, omdat er bananen beloofd zijn. Omdat chocola er zo lekker bij is, wordt die ook verdeeld (vier melk en negen puur?). Hierdoor wordt het een soort semi-lunch; genoegen excuus om ook de ontbijtkoek binnen 5 min naar binnen te werken. De sfeer is goed, iedereen heeft goede zin, met als enige uitzondering het linkerbeen van Bea. Zo schuiven we gezellige door het landschap om uiteindelijk af te dalen naar het beloofde land: CLERVAUX! Hier deden we het allemaal voor. Zachtjes regent het mot. De groep splitst in tweeën: Georgine, oom Jan en ik gaan boodschappen doen (minstens één ons ham per persoon, hoor!) en de rest gaat de tenten vast opzetten op de voor ons zo vertrouwde camping. Als wij een half uur later komen met de boodschappen staat een schitterende tafel voor dertien TT'ers (zie het verhaal van neef P.). Iedereen kookt, borrelt, noot, worst, schrijft, praat en probeert zich niet met het koken te bemoeien.
CLERVAUX - door Peter Pa
De naam roept bij velen van ons gemengde herinneringen op, die tot de uiteinden van onze emoties reiken. Een ringvormig dal waar de kenmerken van eeuwen geestelijk bewustzijn, strijd en menselijk samenzijn ingesloten lijken te liggen. Het weer-zijn in deze plaats dwingt mij, keer op keer, mijn vaste ideeën over "ik", "plaats" en "tijd" te herzien. De TT is ook niet los te zien van deze invloed die zowel in de momenten van verandering als verstilling voelbaar is. Dat wij dáár eindigen waar wij begonnen zijn, vertelt hoe zeer ook wij een deelnemer zijn in de eeuwige kringloop.
In mijn geheugen staat die eerste TT-nacht in Clervaux gegrift als de koudste. Waren wij toen onervaren en 'blauw" van spijkerstof, schaamte en kou. Nu, na tien jaar blijkt deze kleuromschrijving onveranderd toepasbaar, alleen moeten in twaalf van de dertien gevallen de oorzaak ergens anders worden gezocht. Misschien waren mijn verwachtingen voor Clervaux te hoog, alles lijkt op elkaar: de onvermijdelijke herhalingen van ritueel die vaak de TT en het samenzijn dat eigen karakter geven kunnen mij minder bekoren en lijken eerder mijn trieste gevoel te versterken. "Was dit 't nou? Is dit 't nou?" denk ik. En met een "het zal wel aan mijn vermoeidheid liggen" verklaar en berust ik in het gevoel. "Het zal het weer wel zijn."
Toegeven aan de dingen die anders waren dit jaar, veranderde mijn trieste stemming.
Natuurlijk eten we aan een tafel die creatief samengesteld wordt van het in de natuur vrij beschikbare materiaal: picknicktafel, caravanvlonders en nu zeker 10-jaar oude Diekirch- en Mosel-kratjes. Geen licht karwei, waarbij ervaring en deling van arbeid niet kunnen voorkomen dat ook hier het uiterste van het individu gevraagd wordt. (Zie TT-pret: slotavond.)
Als vanouds zijn de ingrediënten voor de omelet Provençaal / paysanne en het bijbehorende drinkgelach verwerkt. Er is nog van die eeuwige kruidenboter (over van de wonderbaarlijke spijziging), kaas, drank en worst (waar blijft die ham toch?). In schel contrast met de traditie wordt de omelet bereid door de Das-sisters (let op, eieren apart gebakken!). Het beloofde contrast zit hem vooral in de harmonie waarin alles tezamen verwerkt wordt.
Een sfeer van diepe vrede daalt over het dal wanneer wij rondborstig het Glo-hohohohoho-hohohohoho-hohohohohoria inzetten. Het zal wel door de druiven-, chocomelk en anijsmelk komen.
Het gesprek zet zich voort bij kaarslicht in de Capriola, waarbij de gesprekken steeds dieper worden. Na de Kerst- en Sintliedjes gaan we verder over Irene's werk, verloven, blootlopen, blote ouders, tantes en de snelheid waarmee geruchten zich kunnen verspreiden. Hier wordt het duivelse plan uitgebroed de paden van het geheime netwerk te ontrafelen door een schier onmogelijk gerucht over een ophanden zijnde bruiloft te verspreiden.
Nadat de meeste andere gasten aan ons gewend zijn, ofwel vertrokken zijn, is het lange optreden van de J.D.'s (Jan sr. D, Jolanda D en Jan jr. D). Nu dan eindelijk is de verzorging van het dagprogramma geheel in de handen gebleven van de verantwoordelijken. Een grote hoeveelheid werk is verzet. Door oom Jan persoonlijk zijn voor ieder die eens meeliep herdenkingsmedailles gemaakt van gekleurde kunstklei. De klei is niet van het eigen merk, maar speciaal gekocht in de passage te Den Haag. De discussie gaat of George nog komt. Je weet nooit bij hem. Er is zelfs een limerick voor hem klaar. Door de betreffende JD wordt telkens een persoonlijke limerick voorgelezen, bij positieve identificatie: de medaille (en zoen voor de vrouwen).
Een jaarlijks terugkerend moment is om Jans (telefoon)gesprek met zijn minister-president. Na dit emotionele moment loopt zijn reeds door drank gevulde gemoed over en komt een stuk van hun verleden bovendrijven: de jonge JD maakt op zijn 22ste een fietstocht door Luxemburg met zijn Georgine en breekt uitgerekend bij Dasburg zijn frame (hij kwam er dus toen ook al niet?!). Ze kamperen in de buurt. Ze hebben twee tenten bij zich. Eén voor de bagage wordt meteen geopperd. Oom Jan, nu echt serieus: "zo ging dat toen, al is het trouwboekje niet meer nodig nu, mensen zijn nog steeds even kuis!" Een ieder denkt er het hare over en het zijne van.
Het gesprek komt op dubbele bedden en vervolgens op waterbedden. Het is wonderbaarlijk hoe het onderwerp van elk serieus groepsgesprek altijd verre verbindingen heeft met de meer aardse zaken. Mochten we "afdwalen" dan is er altijd wel een creatieve geest die snel toeschiet om een verbale of anale dwarsverbinding te maken. De avondstemming blijft goed, behalve de beklimming van de mobiele vestingwerken worden er die avond geen herhalingen gepleegd. Rolluiken, vaders erfshuld, prei, spoorbrugleuningen, versieringen blijven wonderbaarlijk genoeg uit!
Bij het opstaan heerst een bijna oud TTachtige bedrijvigheid: géén. De trekkoorts is gezakt, de ogen slaperig en hol, trage bewegingen brengen ons naar het nieuwe doel waarvoor wij leven, het vullen van tijd en maag. Een laatste ontbijt (daar is het de ham weer!) gecombineerd met een eerste kam, tandenborstel onderbroek en warme douche, het lijkt een ochtend zonder hoogtepunten en onthullingen. Hoe vergisten wij ons. Neef Willem heeft mij eens verzekerd dat zijn doordeweekse "binnen" leven slechts zin krijgt door de belofte van het "buiten" zijn. De door hem binnen gebakken perfecte gedenktegel erkent niet alleen voor hem, maar voor allen het belang van dit buiten zijn. Al verschilt de behoefte onderling, herkenbaar blijft het feit dat de TT een vast breekpunt is geworden in ieders mentale jaarindeling. De toebedachte plaats voor de gedenksteen is de plek die door de jaren heen vaak het enige warme een droge plekje was op barre momenten: het washok dat de geur uit ademt van zweetsokken shampoo en groengele blokjes.
Om de tegel niet bloot te stellen aan verzamelwoede en respectloos Hollands gedrag (ons welbekend) is al besloten de tegel mee naar huis te nemen voor een ereplaats in des stamvaders Dassenhol. Wij pakken onze zakken en verlaten het camperkamp om de plaatselijke tearoom te onttaarten. Mij is niet meer bekend welk genereus afwezig familielid ons ditmaal subsidieert. Ik weet alleen nog dat de taart lekker was en zo hoort het ook!
Wij zijn op tijd op het station, alleen de trein is over tijd en daarmee waarschijnlijk de enige op deze TT. Jan Willem, Jolanda, Marijke en ondergetekende, die het komende weekend nog gaan kanoën in de Belgische Ardennen, rijden mee tot de Belgische grens. Vanaf daar scheiden onze wegen en stopt mijn verslaggeving. Ajuus, Peter.
Zo, dat hebben we ook weer gehad... eh, nou nee, dat is eigenlijk niet waar; wij spitsen. Voor negen man (sorry dames) is het feest de bijna over. De vier overigen gaan nog even door. Wildwater kanoën op de Ourthe. Via de lelijkste stad van de Benelux, Bastogne, verdwijnt ons viertal maar het beloofde land (pardon, water). De negen anderen moeten het doen met een Griekse maaltijd, het gezelschap van tante Georgine, George en Peter (van Evelien) en verdwijnen uit het gezichtsveld.
Goed dan, nog één TT-mop van dit jaar. Wisten jullie dat Els Duits geld bij zich had, omdat het startpunt Kautenbach toch duidelijk hoorbaar in Duitsland ligt?......
TT86 is afgelopen. Volgend jaar is er een nieuw spel met nieuwe kansen en nieuwe avonturen.
Tot dan... het was leuk!