TT‑verslag 1980-TT4
Het is fris, doch mooi (t/m Zevenaar). Ongeveer 12 graden.
De zak is al gepakt. Dus nu alleen nog ontbijten, planten water geven en een beetje wakker worden. Schoenen aan en op pad. De bus rijdt net voor m'n neus weg, dus dat wordt nipperen. 8.55 op Utrecht CS. Behalve Jan Willem is iedereen er al. Rob, Huib, Jan, oom Jan, Albert, en Georgine. En de uitzwaaiers als tante Dini, tante Georgine en oom Huib, maar ook Peter en George die ons morgen zullen volgen. Ieder schaft zijn eigen enkeltje tot Zevenaar aan in afwachting van JW. Kijk aan, daar is-tie-dan, met Jolanda. Je ziet het zo: minstens 24 kg in een nagelnieuwe rugzak!
Ter verhoging van de feestvreugde (en omdat we verlaten oorden gaan betreden) deelt Albert nu reeds 'sirenefluitjes uit. Voor ieder één. We moeten de trein van 9.49u hebben, dus we vertrekken hijgend en kwijlend in de fluitjes naar perron 11b. Daar constateren we dat het eigenlijk het handigste is als Peter en George mijn peutlamp meenemen, mèt een nieuw lampenglas. De enigen die niet zo overtuigd zijn, zijn Peter en George. Op gezag van oom Jan wordt de lamp overgedragen, maar de heren zorgen dat weer iemand anders de lamp meeneemt de trein in. De volgende brengt de lamp weer naar buiten en daarna wordt hij weer door het raam naar binnen gewerkt, en weer naar buiten geduwd... Als we wegrijden roept oom Jan nog dat de lamp aan de deur een coupé verder hangt.
Oom Huib rijdt mee tot aan Arnhem en geniet met volle teugen mee van de eerste TT‑genoegens. Boterhammen (hoezo net ontbeten?) en pennywafelen, die we meekregen van Irene en witte muizen van Georgine. Zo dat zit er weer in.
Na oom Huib in Arnhem achtergelaten te hebben, komen we al snel bij de grens. We worden zorgvuldig gecontroleerd en goed bevonden. Het wisselen van de loc duurt even, maar dan gaan we weer door naar Emmerich.
In Hagen stappen we over naar Kreutztal. Daar stappen we uit en lopen een beetje in de miezerregen naar Müssen. De klimop die daar langs de kerk groeit, is vuurrood en de berken prachtig geel. De herfst is in zijn veelkleurigheid- en de miezerregen in alle heftigheid aanwezig. De plastic zakken over de rugzakken houden het vocht wel tegen, maar de broeken en schoenen lijden wel een beetje. Toch kan het vocht de pret niet drukken. Het is nog een hele kunst om de paraplu een beetje comfortabel tussen je zak en rug vast te steken. Het lukt, maar of het nu echt handig is? Nee!
Van Müssen lopen we naar Wicroft (?) en via Wigrow (?). Dus door wat dorpjes en over asfaltwegen. Nu nog met z'n achten, lopen we snoepend en babbelend verder. Vast enkele aardigheden voor Peter en George bedenkend. We leren Huib en Jan enkele basiswoorden Duits, voor als ze vanavond water gaan halen: hartelijk dank goede man = "Herzliche Scheiße alter Schwanz".
Bij een soort picknickplaats stoppen we. Een groot grasveld met een hut en een vuurplaats doen vermoeden dat het hier wel eens druk kan zijn, maar nu is het verlaten. Het bordje "Landschafsschutzgebiet" meldt dat het 'anlegen von Feuerstellen verboten ist'. Geen punt, wij gebruiken gewoon de Feuerstelle die er al is. Het bord vermeldt ook dat het 'lagern und zelten nur mit besonderer Erlaubnis' kan gebeuren. Welnu, oom Jan, hoger in rang dan menig bosarbeider hier in de omgeving, vindt dat we 'besonder' genoeg zijn om een hartelijke 'erlaubnis' te ontvangen. Het wordt trouwens donker, dus we moeten wel. Kortom: we gaan hier staan.
Wegens de afwezigheid van een kraan in de hut zenden we Huib en Jan op watermissie. (Zij komen na 1.30u terug met de boodschap dat men hen verteld heeft dat er water te vinden is ongeveer achter de tenten die we hebben opgezet.)
In de hut bouwen we ons een comfortabele keuken en brouwen een stevig maal. Veel worst gaat er in. Met stiekeme angst voor passanten (met name boswachters) maken we een bescheiden vuur. Dat Jan en Huib onze aanwezigheid 'verraden' hebben, maakt dat we ondertussen toch wel enige verklaringen bedenken voor onze aanwezigheid hier.
Na het vuurtje gaan we vroeg te bed. Het is 8 graden en m'n plu heeft het begeven...
8.00u op. Jawel, het is iets droger, maar foei! wat is het koud!
Oom Jan is al aan de afwas als wij ons wassen bij de bron achter de tenten. Het is zo koud dat ik maar al m'n kleren aandoe. We tutteren wat aan op ons gemak. Een vredige zondagstart bij het huisje van Wicroft. We ontbijten en blijven rustig aan doen, want de zon komt er een beetje door. Misschien drogen de tenten nog wat. Na 50 minuten(!) treinkrantresten en kaarten lezen, kunnen we op pad. De natte spullen van gisteren zijn nu wel al smerig, maar toch weer droog.
Op naar Hilchenbach! Daar gaan we langs het station om een teken van leven achter te laten voor Peter en George. Zij zullen daar, later op de dag, aankomen en ons dan met hun stoere mannenpassen zeker voor de avond bij kunnen halen.
Daar gaan we: klimmen! En ons alvast een beetje prepareren op de boodschap die we in Hilchenbach voor Peter en George zullen achterlaten. Oom Jan en Jan Willem leiden ons langs mooie wegen. Weloverwogen wordt de route gevolgd, opdat we - zeker weten - Peter en George niet zullen mislopen. Zouden ze de peutlamp nu hebben meegenomen?
11.30 - 12.30u. Het stuk Schwartzwalder Kirschtorte mit Sahne, dat we in een Konditorei soldaat maken, is voldoende om de rest van de dag op volle kracht verder te kunnen. Nu gaan we eerst naar het station. Met grote interesse worden de aankomsttijden nageplozen. Jawel hoor! Ze zullen hier in ieder geval aan kunnen komen - daar zal het niet aan liggen. Nu nog een bericht zien achter te laten, dat wij hier langs zijn geweest. In het zoeken naar een bereidwillige perronwachter of "Beambte" van soortgelijke aard, lopen we tegen een fikse teleurstelling aan. Er is wel zo'n man, maar die moet niets van ons hebben. Tja, wat nu. Met zo'n ordnung-liefhebber in de buurt wordt het ook wat lastig om een boodschap op openbaar terrein achter te laten. We gaan daarom over tot een bekende guerrilla tactiek en zetten overal op het stationsplein 'geheime tekens' (met krijt!). We zetten ze overal op, zodat de ijverige Bahnhofsauberhalter daar misschien wel veel, maar niet alles van zal kunnen wegwissen. Met de camouflagetruuk 'even een groepsfoto maken' smokkelen we een briefje in een oude stoomlocomotief. Als de pijlen er naartoe straks maar niet weg zijn.
Een beetje onbevredigd verlaten wij het toneel, namijmerend over de mogelijke misverstanden die door de stationsman kunnen plaatsvinden. In een tamelijk 'vuile opwelling' komt tegelijk ook het plan naar boven, dat wij ook wel enige misverstanden kunnen ensceneren. We zullen op onze route telkens berichten achterlaten voor de navolgers, met de tijden dat wij die punten zijn gepasseerd. Alléén, we zullen niet de juiste tijden noteren, maar steeds latere tijdstippen. Het heeft even wat denkwerk gekost, maar we verwachten dat Peter en George onderweg voortdurend zullen denken dat we vlak vóór ze zitten en dat ze er dan steeds nog iets steviger de pas in zullen zetten. Het kan zijn dat ze ons en de tijdsaanduidingen inhalen, maar dat is de lol van deze zekere onzekerheid en liefhebbende pesterij.
We lopen van 14.00u - 17.00u tot vlak voor een dorp. Verder moeten we niet gaan, anders lopen we in de kijkert. Op een wat ongure plek, zetten we de tenten op. Het is een vlak, stenig stuk langs de enige weg die uit het dorp omhoog voert naar het bos. Er staan nog wat resten van wat misschien eens een schuur of rekken zijn geweest.
Georgine en ik constateren dat - nadat we de tenten hebben opgezet - uitgerekend wij, de enige vrouwentent in de groep, op de meest 'overvalbare' plaats staan. Niet op de sintels, dat wel, ook niet bedreigd door het vervallen bouwrek, dat ook wel, maar wèl kunnen wij als eerste (en enigen!) aangerand worden. De eerste tent die onguurlingen-met-duistere-bedoelingen zien als zij de bocht van de weg om sluipen, zijn WIJ. Echt eng dus. Dit doen we dus niet meer! Als enige vrouwen in de groep, willen we voortaan wèl beschut in het midden staan. De Hommel is oké, maar hij kàn aan twee kanten tegelijk open geritst worden...
Jan, Huib en Rob worden op watermissie uitgestuurd en de rest rommelt wat om de basis te leggen voor een vuurtje. Georgine pleegt nog even een boszitje en komt daarvan terug mèt Peter en George. Ze hadden bijna gerènd. Elke keer zagen ze dat ons passagetijdstip dichterbij kwam en ze zagen ons maar niet! Totdat ze in het bos de billen van Georgine ontwaarden.
We eten samen boerenkool. Het is flink koud en we gaan 20.30u naar bed. Het regent!
Het weer is goed. Mooi maar wel erg fris, om niet te zeggen: KOUD! Bij de resten van het vuurtje ontbijten we. Geen idee waarom we er zolang over doen, maar we vertrekken pas om 11.15u.
Een prachtige wandeling! De sirenefluitjes doen het nog steeds goed. Het weer is erg mooi en helder en de blokfluiten zijn tergend volgens JW. Als snel (12.15u) zijn we in Kirchhunden waar we pauzeren. In het plaatselijke café eten we soep. Een soort bonen/kippensoep. We kopen kaarten om het thuisfront op de hoogte te stellen van onze wederwaardigheden. Met de kaart van Peter in herinnering, die hij de eerste tocht uit Luxemburg zond, bedenken we mooie teksten.
Marion en Aldert schrijven we:
"We leven nog. Het is nat en koud en we lopen ongeveer 15 km per dag. George en Peter hebben we nog steeds niet gevonden. We zijn met Jan Willem langs een dokter geweest. Daar heeft hij twee spuiten in zijn knie gekregen, maar goed gaat het nog steeds niet. We denken erover om hem te laten afmaken. Oom Jan heeft pijn in zijn liezen zegt hij, maar daar geloven we niets van. We vermoeden trouwens dat Peter en George uiteindelijk vóór ons zijn uitgekomen. Maar we halen ze natuurlijk nooit in."
En we sturen ook deze:
"Het is afzien! De tenten vriezen 's nachts stijf want in de avond regent het. Overdag is het zo'n 3 graden, wind en regen. Blááááren, ongelofelijk. M'n paraplu is kapot en ik wil naar huis en ik mis jullie zo. Door de pen op mijn blote lijf te dragen doet hij het nog. Niets als ellende. Zet de pantoffels maar klaar, ik kom er aan..."
Tja, het is ook erg fris en we lopen ook wel erg ver, maar genieten er ook erg van.
Om 14.00u, als de winkel weer open is, halen we brood en spek. Niet voor brood met spek, maar voor de hutspot met spek die we vanavond zullen verorberen en brood voor het ontbijt morgen.
We gaan weer op pad en hier ergens, op een breed pad, maak ik een onsterfelijke moddervoetendia (basis voor heel wat schilderwerk een aantal jaren later).
Brede paden! Anders dan we gewend zijn. Persoonlijk wacht ik nog steeds op de kruip-door-sluip-door (g)eenpersoons paadjes zoals in België en Luxemburg. Zoals we nu gaan, kunnen we voortdurend door en boswachter in een jeep gevolgd worden!
Het is wel meer 'onbevolkt'. We lopen door prachtige bossen. Het is een langgerekt NaturSchutzGebiet. Een park dus. Met boswachters dus. En zwijnensporen èn prachtige uitzichten. We lopen zo'n beetje over de rug van het Rothaargebirge. De Grenzweg. Waarom dit pad zo heet is me niet echt duidelijk. Dat het vaak heel breed is, is wel echt Duits.
Aan het einde van de dag wordt het ons een beetje moeilijk gemaakt om een kampeerplekje te vinden. We worden we in de gaten gehouden door twee boswachters. Eén in een jeep achter ons en één in een toren vóór ons. Als de jeep eindelijk is gepasseerd en we even buiten het zicht van de toren zijn, banen we ons snel een weg door het struweel en vinden achter een houtwal een perfect weitje. We zijn beland op de top van de Härdler, 756m. We zetten snel de tentjes op in een rij langs de houtwal en gaan aan de slag voor het eten. Een ijskoude wind waait vanuit het dal. We zien de lichtjes van Schmallenberg aangaan en het duister valt vanavond wel erg snel. Een ijskoude wind waait over de schans vanuit het dal. De windschermpjes om de pannen geven hun beste kunnen, maar het is niet genoeg. Het water wil maar niet koken. We moeten klemvast om de pannen blijven staan om het water warm genoeg te krijgen voor de stamppot. Als het genoeg dampt, mikken we het droogvoer er in en het spek. Het regent niet, maar toch kruipen we met de massieve warme hap toch lekker de tent in.
Het is nog steeds uitgesproken koud! En bovendien mistig.
Zoals gisteren al duidelijk was: er is veel te weinig brood. Maar wat er nog is, ligt wel in ònze tent! Georgine en ik knagen aan de korstjes, stoer afrekenend met familiair-diepe schuldgevoelens. Later vertellen we oom Jan dat er muizen aan het brood hebben geknaagd. Dat horend èn met grote verachting voor de trek die de groep beheerst, smijt hij de aangevreten boterhammen in de houtwal (alwaar Georgine ze weer snel uithaalt en demonstratief opeet). Vrouwenvernuft in een mannengezelschap!
Tja: barre kou, trek en géén ontbijt… zelfs geen water meer… en dat na zo'n dorstgevend-hongerverwekkend droogvoermaal gisterenavond. We besluiten snel op te breken om later in het dorp te kunnen ontbijten. Er wordt dus kort gewast en geplast voor zover dat mogelijk is, en die paar droge boterhammen die nog resten, worden verdeeld. George deelt genereus het vocht dat hij nog heeft: Whisky met jus d'orange. Je moet toch ergens op lopen. Ieder klokt gretig uit de fles en voelt warmte en vreugde snel toenemen (ja, ja, 9.00 uur!). Jan, die deze ronde miste wegens geplas o.i.d., is zwaar beledigd dat wij niet een vingerhoedje voor hem bewaarden. Hij moet nu zowel fysiek als emotioneel verdroogd op pad. Mede hierom vertrekken we 10.00 uur, wat rommelig en koud.
Kijk aan, we komen door Hühne(?) alwaar we weer fors brood en water inslaan. Bij het dorpje, in een soort prieeltje, brunchen we. Albert krast zijn naam in een bank. Een puberale opwelling, die navolging vindt bij oom Jan…
Jan Willem verzorgt nog maar weer eens zijn voeten. Wat heeft die jongen toch een blaren zeg! Noch poeder, noch blarenpleisters kunnen die weke voeten helpen. Het is lijden, bitter lijden!
We zitten nu echt in een Naturpark. De grond is nat en vet, ook op hoogte. Er ligt veel hout langs de weg en de paden zijn eindeloos… We stappen ook eindeloos door. Onderweg stel ik met Jan een nieuw kabinet samen, bestaande uit familieleden. Daar valt heel wat over te discussiëren. Hoewèl… we zijn het eigenlijk snel eens. Dat heb je met Reintjes met soortgelijke intuïtieve associaties.
Onderweg proberen we water te krijgen bij een boerderij. Ondanks het feit dat we de meest ongure en ongeschoren neven langs het hek laten wachten, worden we toch - zonder water - van het erf af geknikkerd. Voor zover de Deutsche Gastfreundschaft. Herzliche Scheiße.
We mòeten nu wel naar het dorpje Schanze.
Na water inname daar, informeren we of we niet ergens in het dorp bij iemand op het land mogen staan. Jawohl: in het park, midden in het dorp. In één ademtocht wennen we aan het idee en grijpen het aan om er een onvergetelijke overnachting van te maken. We schikken de parkbanken en staan! Onder toeziend oog van de oudsten bereiden de jongsten het maal.
Tijdens het eten maken we Huib en Rob wijs dat, wanneer we in een dorp kamperen, we 'wachten' aanstellen. Daar er een kroeg in het dorp is, zullen we straks waarschijnlijk het kamp verlaten. Maar we moeten eerst afwassen, tenten ruimen ed. en de 'wacht' afspreken. Jan en Huib zullen de eerste (eenvoudige!) wacht doen, direct na het eten (als wij dus naar de kroeg gaan?!)
Na een werkelijk adembenemende zonsondergang, gaan we op pad. Wasspullen en andere, nog te drogen zaken, gaan mee. Het toilet beneden in de kroeg is goed voorzien van verwarmingselementen, dus wasserijen en droogtoestanden kunnen keurig geritseld worden.
Vanuit de frisse buitenlucht komend, slaat de plotselinge warmte (en natuurlijk de Riesling) fors toe. Georgine schrijft op een bierviltje dat het wel psychologisch zal zijn, dat het structureel fout zit en dat het niet persoonlijk is bedoeld. Dromerig wordt de route wordt nog eens bezien en oom Jan bespreekt met de kroegbaas hoe dit oord toegerust is voor een korte vakantie, die hij nog in petto heeft, samen met tante Georgine. De spullen drogen en ondertussen halen we ook Huib en Rob toch maar op en uit de droom. Nadat alles is gewassen, gedroogd, heroverwogen en uitgepraat, gaan we 9.30uur weer naar de tenten en rechtstreeks naar bed.
Het is koud maar oké.
Als vader en moeder van het spul, mogen Jan Willem en ik, naast elkaar op de bank zitten bij het ontbijt en ondertussen commando's uitdelen. Gezien de route voor vandaag is het zaak snel op te breken en te vertrekken uit het gastvrije Schanze.
Uiteraard, de jonkies Rob en Huib, hebben onder leiding van de oudjes Peter, Albert en George, een klein detail aan het naambord van dit plaatsje toegevoegd. Als we al een eindje op weg zijn wordt dit fluisterend rondgebazuind. Oom Jan is furieus als hij hoort waar de extra 'W' op het naambord van het plaatsje Schanze is gezet. Zo boos hebben we hem nog niet gezien!
"Dat kan je niet maken! Nu kan ik er niet meer komen. Zeker niet met tante Georgine. Dit móet hersteld worden!" Zwijgend en een behoorlijk eind uit elkaar lopen we verder. Mooie herfstkleuren, dat wel.
Uit het bos, naar Oberkichen afdalend, zien we een boer lopen met een dood schaap in een kruiwagen. Gètsie. Wat daarmee gebeurd is, vannacht misschien wel, daar denken we maar niet aan. Gelukkig is er afleiding in dat zelfde weidedalletje. Peter blijkt een goed contact te hebben met de koeien aldaar. Ze loeien wat af en communiceren natuurlijk over alle gebeurtenissen die hebben geleid tot het onthoofde schaap.
Het bloedspoor volgend, komen we bij de vakwerkhuizen van Oberkirchen.
Wanneer we in het plaatselijk hotel water willen halen, ontdekken Georgine en ik een welhaast perfect toilet: schoon, warm, koud en warm water, ruime wasbakken èn haardrogers. De zeep is prima, het toilet zit comfortabel enz. enz. Dus wij kunnen daar wel even zoet zijn met het waszakje. Laat de heren maar wachten! Nou ja, de no-wash-gents, want enkele herenogen lichten verrast op als wij vertellen wat beneden gevonden is.
Eerst besluiten we niet te eten in het dorp, maar doen het later toch wel, bij een vijver waar we de vissen voeren (en hierdoor een onrustig schuimende vijver achterlaten). In het hotel komen we verder alleen voor wassen en water innemen. Kühren doen we niet. We moeten verder. Op naar de volgende top!
Jazeker, het is korte-broeken-weer. Wel gedurfd, maar het moet toch een keer kunnen.
We lopen verder en verder. Nu zijn er zelfs langlaufloipes aangegeven. Oom Jan ziet zich hier in de toekomst, in de winter nog wel eens rondschuiven op de looplatten. Wie weet?
We hebben een heerlijke pauze in de zon. In het lange bruine herfstgras, tegen de rugzakken aanliggend, geven Peter en Georgine een meerstemmig blokfluitconcert van kerst- en paaswijsjes. Deze dag kan niet meer stuk.
Nou ja, het wordt nu echt klimmen en klimmen.
Als we na een moeizame klautering over een stijl modderpad eindelijk de top van de Kahle Asten bereiken, is het eerste wat we zien: bejaarden! Ja, van die echte, die moeizaam ter been gaan. Hoe hebben dìe de top bereikt?
Jawel hoor, met de bus, over de asfaltweg, die aan de andere kant van de berg omhoog komt.
De laatste berg van onze toppenroute is 758m hoog en echt kaal! En er lopen toeristen. Dus van lekker je tent opzetten, kan nog helmaal geen sprake zijn.
We bezoeken dan ook eerst nog het weerstation in de toren die bovenop de kale kop staat. In het bijbehorende winkeltje sla ik nog een kleine Jagdbitter in en een ander kleinigheidje voor de aanstaande verjaardag van oom Jan.
Als het schemert, zetten we de tenten op, bovenaan de skihelling, vlak bij de Sessellift (jawel, beiden zijn hier te vinden). En zoals gebruikelijk, maken we een fijn maal van omelet paysanne. Georgine is werkelijk op dreef. Wij, na de wijn, ook.
Er loopt ook een boswachter rond…
We hebben water gehaald bij de toren en we beseffen dat de boswachter ons nu zoekt. Gelukkig schemert het flink en is het ook weer mistig geworden. We horen dat de boswachter rondspeurt in zijn jeep en houden ons zeer rustig in de tent. Dan rijdt hij een keer bijna over de scheerlijnen, maar ziet ons niet! Dan wordt het ook van dat front stil en kunnen we gaan slapen.
Jawel hoor, gure kou en dikke mist. De tenten zijn zeiknat, maar we moeten nu inpakken en op weg, om de trein beneden in het dorp te kunnen halen.
We lopen onder de Sessellift, over de skihelling naar beneden. Later lopen we langs de asfaltweg waar al de bejaarden over zijn getransporteerd, richting Winterberg. De bobsleebaan loopt er gedeeltelijk langs en soms ook overheen.
Na een rokende en klappende zolen afdaling bereiken we Winterberg. We zijn ruim op tijd. We kùnnen dus nog een Konditorei in en doen ons tegoed aan Duitse bakkerswaren. We hebben stevig gelopen vanmorgen en ook alweer ver. Dan ga je in zo'n warme Konditorei zelfs dampen!
Als we de weer opstappen is oom Jan ineens verdwenen. Hij is een fles wijn kopen voor thuis… We lopen naar de trein en ik knijp hem behoorlijk, want er is nog steeds geen spoor van oom Jan. gelukkig komt hij op de allerlaatste nipper aanzetten. Ik kan hem wel wat!
We stappen in en reizen weer terug naar Utrecht. We eten in de trein en oom Jan smult de laatste resten pindakaas uit de pot.
Zoals inmiddels gebruikelijk, sluiten we af bij de Chinees op de Leidseweg. Gelukkig wil hij ons nog ontvangen (we stinken nu wel een beetje). We drinken voor f 48,80 en eten voor f 160,00 en dan is het echt helemaal op.
Het was een prachtige tocht! We hebben enorm gelopen (waarschijnlijk wel 80 km!) en overnacht op vijf belangrijke toppen van het Rothaargebirge: de Breitenberg 534m, de Gausshöhe 500m, de Härdler 756m, Schanze 719m en de Kahle Asten 842m. En ondertussen natuurlijk veel op en neer. Nogmaals: het was een prachtige tocht!