TT‑verslag 1979-TT3
7.00u wakker. Het is redelijk weer, soms zon en niet te koud.
De studentenflat is nog in ruste. Ik geef m'n planten water, smeer op vier broodjes en zeven boterhammen een stevige laag Saksische leverworst. Overal nog een plak kaas op en alvast eentje - als ontbijt - genomen. Men moet er tenslotte een beetje tegen kunnen nietwaar?! Ik vul m'n veldfles - volgens afspraak - met water en prop alles erbij in m'n reeds gepakte rugzak.
7.45u belt Marion, ook volgens afspraak, om te zien of het TT‑gebeuren in beweging is. Zijzelf zal Aldert gaan halen om ons uit te zwaaien en ik zal even langs Peter lopen om te kijken of hij er ook al klaar voor is. Inderdaad is hij thuis en we lopen om 8.15u samen naar het station. 8.35, iets te laat, arriveren we. Iedereen is er en tante Georgine, tante Dini, Marion en Aldert zijn er om ons uit te zwaaien.
Mij wordt op het hart gedrukt vooral op het paspoort van Frans te passen en ook op oom Jans rondslingerende spullen. 8.50u staan we op het perron. Peter en George gaan nog even geld wisselen en zijn maar precies op tijd terug. In de trein zoeken we snel een leeg stuk met rugzakruimte. Jan Willem deelt de kaartjes uit want we zitten verspreid door de trein.
We hebben een rustige reis tot Maastricht. We babbelen heel gezellig met een 60 plusser en geven onderweg George nog even op (met de bon uit "tussen de rails") voor de politieacademie. Het kost even moeite om op dit uur een postzegel te versieren, maar het lukt, dus we posten de bon op het station.
Bij de overstap in Maastricht naar de trein naar Eijsden-Visé-Luik vlot alles niet meer zo. Peter loopt een beetje traag en oom Jan blaast even op zijn fluit om hem aan te sporen. Niet Peter, maar de machinist reageert onmiddellijk. Inmiddels wakker geschrokken reageert Peter ook en verliest bij het instappen een halve tent die, diep naar beneden, tussen de rails stort. George, die eigenlijk geboren is om redder in nood te zijn, duikt tussen perron en trein, graait alles weg, maar verliest daardoor zijn hoed, shag en vloei... Nog veel erger dus! Gelukkig weet hij ook die spullen bijtijds weer naar boven te grabbelen.
Napratend over de vraag of hij hetzelfde zou hebben gedaan als hij wist van de politieacademie, komen we al snel in Luik aan. We hebben daar iets meer tijd dan gedacht, vanwege de winterregelingen die nu al zijn ingegaan. Hier deel ik een eerste rondje koek uit. We stappen over op de omnibus naar Gouvy. In deze trein herzien we de spullenverdeling om wat meer evenwicht te krijgen in de gewichtsverdeling. Ook oom Jan wordt verlost van z'n zware last: "iets lekkers", namelijk rubber muizen. Georgine wil ook iets kwijt: manna!
Al met al is oom Jan een beetje teleurgesteld in ons. We zijn nog kinderen! Iedereen vertelt al bij vertrek wat z'n "verrassing" is en de eerste dag hebben we bijna alles al op... (tja, wat zou je zeulen met verrassingen als ze ook direct genuttigd kunnen worden?!)
13.30u arriveren we in Vielsalm. OMHANGEN!!!
We staan al twee stations klaar om op de juiste plek naar buiten te springen, maar nu is het dan zover. We nemen nog snel afscheid van andere Nederlandse lopers die in Gouvy zullen starten en storten ons naar buiten.
Vanaf het station klimmen we direct omhoog, inderdaad langs leisteengroeven. We lopen een klein stukje fout, maar vinden vrij snel goede bewegwijzering. Volgens de hoogtemeter die mee is, stijgen we sterk. We lopen lekker en doen ook de eerste blaren op. Prachtige uitzichten, hellingen, dalen, bossen en akkers geven een heerlijk herfstgevoel. Zowel oom Jan als Jan Willem beseffen nu al dat de filmrolletjes die ze meenamen niet voldoende zullen zijn. Jan Willem heeft problemen met z'n schoenen, maar het gaat toch eigenlijk wel goed.
Bij de tweede stop, na 8 km, begint het wat te regenen. De boterhammen worden duchtig aangesproken en Irene deelt speculaaspoppen. Zo gaat het hard met de "verrassingen". We gaan op zoek naar een overnachtingsplaats. We vinden wel plekjes met koeien of blaffende honden, maar nog niets geschikts. Dus ik deel nogmaals koek uit (hoezo "verrassingen"?). De fotografen laten hun apparaten nog even flink tekeer gaan en we lopen ondertussen Commanstèr in.
Voorbij de kerk, bij de laatste boerderij komen we de pastoor tegen. De goede man zegt ons dat we eigenlijk overal wel mogen vragen waar we kunnen staan met de tenten. Op grond van deze permissie vragen we het de eerste boerin die we zien. Eentje met een paarse bivakmuts op. (Latere discussies leiden ons tot het vermoeden dat de pastoor in ons engelen heeft gezien en dat hij gewoon een gemeentelid aangewezen heeft die ons onderdak moest verschaffen. Nog latere speculaties brengen aan het licht dat de pastoor m.n. oom Jan als verhoring op vele gebeden voor de zonderlinge weduwe heeft gezien...)
Hoe het ook zij, we komen aan het einde van de dag terecht achter het huis van Marthe. Zowel ons als haar Frans is niet zo best en verder is het communiceren met haar überhaut (de p hoort hier niet te staan!) een beetje mysterieus. De mannen hebben hun tentjes op een veldje staan dat beschut wordt door omringende schuren. Wij - de dames - staan op een plekje half achter het huis en half met de kont in de wind die vanaf de open vlakte begint aan te waaien. De tent past maar net tussen de betonnen gierput (volgens ons) en het hek. Wij staan het dichtste bij de achterdeur van het huis en de poepdoos.
Wij (de dames) hàdden als plan: blaren prikken, relaxen, eten en nogmaals relaxen. Helaas, de mannen zijn niet bereid hun deel in dit plan (tenten opzetten èn koken) uit te voeren. We overleggen en petit comité en opperen dat het misschien kan helpen als Evelien, met haar gebruikelijke vrijmoedigheid, terloops te kennen geeft dat de dames allemaal ongesteld zijn.... Nogmaals: helaas!
Dus we zetten samen de tenten op. Albert stort zich op de soep en de dames hebben een goed alternatief gevonden, dat minstens zoveel bevrediging schenkt: Vieze liederen zingen (en dan wel in verschillende toonaarden!) Was het de Jägermeister of de Obstler? In ieder geval verschijnt "vrouw Hogenboom" ten tonele. En Joep, die wederom de Noordpool bezocht. Liederen waar intieme vragen aan de orde zijn als "Zweet u ook?" en iets met "haar als kabeltouw". Gewaagde nieuwe coupletten worden aan "opa" toegevoegd en de discussie gaat over de plaatjes in de Revu die JW meebracht: "wat zijn de Hells Angels mooi hè!" Het commentaar van de mannen "Ja, vooral de bilspleet, hè dames!" begrijpen wij gewoon even niet.
Albert maakt goede soep. Desondanks wil Jan Willem niet voorgaan in gebed voor dit maal. Maria (volgens oom Jan) slaat alles vanuit haar huis gade en sleept enkele keuken stoelen aan. Enigszins in verlegenheid gebracht (wij zitten toch lekker op de grond?!) laten wij onze chef daar de rest van de avond op zitten. Het wordt nog veel pijnlijker, beste lezer, maar ook op dit moment weten we al niet goed raad met de situatie. Maria "wil" iets en wij weten niet wat. Oom Jan gaat binnen even met haar praten. Misschien ligt het aan zijn Frans, maar hij komt terug met berichten over een servies van de markt. Hij heeft alles moeten aanschouwen. Dan heeft hij ook het verhaal dat hier vroeger voor de deur een moord is gepleegd èn ze heeft gevraagd of hij 's avonds met haar wil gaan kaarten in het dorp. OEIOEI!! Hij doet het niet (gelukkig) en om een uur of half elf gaan we naar bed.
Inmiddels waait het behoorlijk en giert de wind om de hoek waar de damestent staat. De wind en het moordverhaal van oom Jan doet de dames een beetje opgewonden ter ruste gaan. Irene maakt nog een rondje om de tent, om te kijken of alle pennen wel goed vast staan. "Ik slaap niet gerust als ik het niet doe" zegt ze vol zelfkennis. "Anders gaat pappa er altijd wel uit, maar nu moet je zelf opletten!"
We liggen met z'n vieren op een rijtje een beetje te angsthazen en vallen in een onrustige slaap om allemaal om een uur of twaalf weer klaar wakker te worden van een gierende wind en klapperende zeilen. Het was een rare gewaarwording, ieder dacht dat ie er al een zware nacht op had zitten...
We zingen ons zelf wat moed in ("Een om mee te slapen" van H. van Veen).
Ik span een stormlijntje, maar de dames hebben er niet veel vertouwen in. Om 1.00u wordt oom Jan vanuit de warme slaapzak resoluut gesommeerd uit z'n tent te komen om reddend werk te verrichten. Hoewel de rust nadien niet buiten de tent toeneemt, neemt die wel beduidend toe binnen in de tent en vallen de dames in een onrustige slaap.
Het is regenachtig, zelfs stormachtig, met stroken mooi en stroken minder mooi en het is ronduit koud! We hebben een zware nacht achter de rug, met weinig slaap. De kou en de wind (en ook het verhaal dat hier voor de deur een moord is gepleegd) maakt dat alles een beetje "unheimisch" is geworden.
We staan redelijk vroeg op en eten de meegebrachte boterhammen. Ze zijn wel iets minder appetijtelijk geworden en een beetje geplet, maar smaken er niet minder om bij een kopje warme thee. Marthe (zo blijkt ze te heten en niet Maria zoals oom Jan veronderstelde) aanschouwt dit alles en vraagt naar de chef. Ze wil weten of alles goed gaat. Ze biedt aan de theedoek te drogen in de droger, maar dat hoeft niet. Wij realiseren ons niet dat ze iemand binnen probeert te krijgen om te zien wat daar is...
Wij poepen op de poepdoos, pakken de zakken weer in, plakken de blaren weer dicht en verdelen de spullen iets beter. De truien en de wanten gaan aan.
Als oom Jan afscheid gaat nemen namens de groep, moet hij het huis weer in. Even later komt hij lichtelijk ontstelt weer naar buiten en wij begrijpen dat er van afscheid nemen nog niet echt sprake is geweest. Binnen blijkt namelijk gedekt te zijn voor een ontbijt voor de hele groep. "Hoe is dit misverstand in de wereld gekomen?" vragen wij ons allen in stilte af.
Daar sta je dan, reeds ontbeten en niet met het kapitaal of het verlangen om dankbaar aan te kunnen schuiven. Behoorlijk ongemakkelijk met de situatie besluiten wij onze van thuis meegenomen, nog niet aangesproken, Edammer kaas als dank aan te bieden. Oom Jan kwijt zich als een heer van de pijnlijke taak het ontbijt af te wijzen. Niet alleen de Edammer, maar ook het maken van een portretfoto van Marthe, moet de teleurstelling wat verzachten. Oom Jan krijgt nog snel een briefje met het adres en telefoonnummer van Marthe in z'n hand gedrukt voor we gaan. Dan kan hij de foto naar haar opsturen. En daar gaan we dan: ook wij met een kater èn zonder kaas.
10.35 vertrekken we. Op weg met een groenteboer (Albert, vanwege de ingrediënten voor de soep die uit zijn zak steken) en Ayatollah Wilhelmi (Jan Willem, vanwege zijn voorgangeraspiraties bij maaltijden). Het weer verbetert iets en Albert deelt van zijn "verrassing": hopjes. Het is weer een prachtige wandeling. Als het slechter wordt, dan hebben we in ieder geval nu al voldoende moois gehad om zeer tevreden te zijn over TT'79.
We gaan Schleidberg over en Schirm in. Zondag of niet, maar hier is men spontaan bereid de winkel even te openen als men ons ziet aankomen. Met de aankoop van melk, chocola, appels bananen en sinaasappels voor de hele groep, jagen we de weekomzet van dit gehucht waarschijnlijk fors omhoog. We genieten van het fruit en ook van de chocola waar Peter en JW ons mee verrassen. Jan jr. krijgt een bananenaanval: "Zit een man in de trein met een banaan in z'n oor..."
We lopen verder en hebben gezellige gesprekken onderweg. George leest de kaart en leidt ons naar een hele geschikte picknickplaats. Een afgesloten weg langs een wei met koeien en een kweekvijver. Beschut voor de wind en onder een afdak van overhangende takken strijken we neer. We zetten thee, drinken melk en maken brood... dat wil zeggen: de "crackers van omamoeke" worden gegeten, want we hadden geen brood meer.
Intermezzo: De crackers van omamoeke
Het verhaal achter deze crackers (uit het lichtblauwe pak, de dunne, wittige, volkoren plankjes), begon heel onschuldig. Omamoeke wilde wel een beetje eten in voorraad hebben. Een gewoonte die zij heel normaal aan al haar nazaten heeft meegegeven... En wat was beter dan goed houdbare crackers. Alleen ze werd een beetje vergeetachtig en wist vaak niet meer waar ze ze gelaten had. Haar dochters, die overal crackers tegenkwamen, vonden het een verantwoordelijkheid van de SRVman. Hij leverde trouw de grote hoeveelheden die besteld werden, terwijl hij toch wist dat een oude vrouw alléén nooit zoveel kan eten!!!. Men sommeerde de man niet meer dan twee pakken tegelijk te verstrekken en hij gehoorzaamde dit bevel morrend.
Omamoeke, wel eens twijfelend of het weer oorlog zou kunnen worden, kreeg dus te maken met een leverancier die niet meer de hoeveelheden wilde leverde die ze bestelde. Dit was voor haar een aanwijzing: de winkel was gerantsoeneerd! Haar vrees voor oorlog werd gevoed en omamoeke bestelde nu dagelijks crackers. De SRVman - die zich nu met genoegen aan het bevel hield - leverde!. Dit hebben we lang niet in de gaten gehad, maar toen omamoeke verhuisde, troffen we ontelbare pakken aan in de keuken, in de kelder en op zolder. Een ware erfenis die nu opgeslagen is op de Dassenzolder om onze trektochten de komende 25 jaar van lichtgewicht voedsel te kunnen voorzien.
Onze lichtgewichtlunch wordt nu opgevrolijkt door enkele recitals op fluit en mondharmonica en de terugzending van losgebroken koeien. Frans maakt zich hier erg verdienstelijk! Verdwaalde Nederlanders (drie auto's vol) vragen de weg. We raden ze aan te lopen, maar ze vinden de weg die ze rijden ook mooi. Men mist volkomen dat deze weg niet voor auto's maat voor voetgangers is bedoeld. Dankzij de treinfluit van oom Jan kunnen we ze nog even nodeloos terugfluiten. Oom Jan weet van de Prins geen kwaad. Lachstuipen krijg je ervan
Het is weer een prachtroute. Kilometer na kilometer! We lopen door een schattig weitje naar de eerste boerderij (met hond). Daar moeten we stijl naar beneden, naar Bracht. Ik heb maar even zooltjes in m'n schoenen gelegd, want je voeten begin je dan wel te voelen hoor! Natuurlijk moeten we daarna weer bergop, totdat we Burg Reuland zien liggen. Het ligt in een scherp dal en hier komen we voor het eerst bij de Our aan.
We lopen stijl naar beneden naar de Burcht. Oom Jan verhaalt nog van enkele sterke stukjes uit een grijs verleden toen hij hier eerder kampeerde. Als we arriveren is het toch nog een grote verrassing. Een behoorlijk grote ruïne, stevig ommuurd, met uitkijktorens en vele nissen van waaruit je naar beneden naar Reuland kunt kijken. Er is zelfs een toiletje in een van de torens (wat je produceert stort direct de diepte in, waarschijnlijk recht de Our in). In de Burcht aangekomen zien we geen tenten, maar wel enkele bezoekers. Een gemeenteraadslid en zijn paladijnen o.i.d. Natuurlijk knoopt oom Jan een praatje aan en vertelt terloops van ons unieke familiegebeuren. De mannen melden dat er eigenlijk niet meer gekampeerd mag worden in de Burcht. Maar vanwege ons familieverband en de uitgeputte gezichten mogen we er een nachtje staan als we voorzichtig zijn. Het water wordt zelfs even aangesloten voor ons.
We zetten de tentjes op, op het met een dun laagje gras begroeide puin. De blaren worden geprikt en we maken een vuurtje onder een afdak. We hebben er zeker 17 km opzitten en dat is te merken: moe en spierpijn! Vanaf de toren bewonderen we een meer dan prachtige, rode zonsondergang. Beneden in een nis, in de wallen van de burcht, wordt de boerenkool met worst bereid. Inmiddels regent het een beetje. Na de maaltijd gaan we (zonder George) het dorp in, naar een café. De dames Das genieten een wit wijntje, Jan jr. doet een cola, de dames E. nippen een Jägermeister en er is bier voor de rest. De stemming wordt beter en Jan jr. begint vieze moppen te vertellen! We maken plannen voor de volgende dag: 12km naar Ouren en onderweg eieren en brood kopen. We blijven tot 22.30u en lopen in de miezer terug (heerlijk op die goddelijke gympjes).
Ayatollah Wilhelmi (onze penningmeester) heeft het ene na het andere rondje gegeven, dus voordat we erin kruipen moeten we allemaal nog even op dat hangtoilet op hoogte. Zo klatert het genotene de diepte in en kunnen wij verlicht naar bed.
Het is koud, tegen regen aan, soms een beetje zon.
7.30u staan we op. Het heeft de hele nacht geregend, maar desondanks hebben we goed geslapen. Misschien wat kort, want gisteren hebben we toch een fikse inspanning geleverd. Samen met Peter maak ik ontbijt van twee grote, ronde 1 kg broden (gelukkig is er hagelslag). We gebruiken daarvoor weer gewoon onze "keukennis". Nee, niet keu-kènnis, maar keuken-nis. We zetten thee, ontbijten en ruimen een beetje op. Natuurlijk wordt te toren nog eens beklommen, om alles van bovenaf nog eens in ogenschouw te nemen. Het ziet er meer dan geweldig uit. Jammer dat de muren zó hoog zijn dat de tenten niet in de zon staan. We pakken dus weer zwaar in. Alles gaat in een zeer gemoedelijk tempo. De thee is heerlijk, dus we maken nog een pan. Ook maken we nog een paar "heiligenfoto's" van enkele groepsleden, ieder in hun eigen nis. En natuurlijk een treffend groepsplaatje.
11.00u: OMHANGEN!
Na een laatste blik op burg Reuland en nog een snelle poging fotomateriaal te kopen gaan we dan eindelijk op pad. Het is eerst weer een prachtige klim naar boven. Boven gekomen krijgen we pas echt een mooi uitzicht over de Ourvallei. We zien waar we vandaan gekomen zijn èn waar we nog naar toe gaan. Na drie kwartier (nee hoor, niet te snel!) zien we een café, beneden bij de Our. Daar willen wij wel even voor naar beneden lopen! Even koffie, chocola en cola drinken, even bijkomen. Even naar een goede wc, even een voetbalspelletje doen (hebben we al zo lang niet meer gedaan) en even het verslag bijschrijven (we beleven ook zoveel).
12.30u gaan we weer op pad. Weer omhoog op weg naar een wandeling over een vlakte. Maar eerst op naar een lunchplek (ja, ja, we hebben al zo lang niet meer gegeten). Aan het begin van de vlakte strijken we neer, in de kou, in een soort prieel, bij een richtingsbordje "Pannenkoekenhuis". We onderdrukken de neiging tot doorlopen (naar dat pannenkoekenhuis natuurlijk) en maken ons weer een stevig broodmaal. De kaas en worst van Albert worden nu pas aangebroken. Frans snijdt en belegt. Volgens een uitgekiend systeem wordt het rantsoen verdeeld.
Na de lunch trekken we voort. Het is afzien, maar ook prachtig! Bossen, weiden, paadjes en plaatjes. Na een poos boven gelopen te hebben, moeten we tenslotte toch weer naar beneden, het Ourdal in (wat hier behoorlijk breed is).
15.30u lopen we Ouren al in. We gaan eerst naar de camping om de tenten op te zetten. We vinden een prachtig plekje op een wei vlak aan de Our. Dat wordt sassen vannacht! Tussen de molshopen en veel klein hoefblad (met z'n bekende reuzengrote bladeren) is het een beetje modderig. Dus slepen we ons meteen maar wat zitgerief aan, we staan tenslotte op een camping, nietwaar? Frans doet zeer stoer. Oom Jan is hem maar een enkele seconde uit het oog verloren en de jonge man beklimt in no time een gevaarlijke puinhelling. Misschien voelden we ons ook een beetje te kakken gezet, omdat wij samen hetzelfde hoogteverschil met zoveel moeite hadden overwonnen, maar we zijn het er over eens: hij moet niet met z'n leven sollen!
Peter, Albert, Jan Willem, oom Jan George en ik gaan boodschappen doen. De rest zet de primussen klaar en halen hout voor een vuurtje. De dames gaan wassen (eindelijk de haren weer eens schoon!). Dat de douche koud is mag de pret niet drukken. Irene is wel even aan relaxen toe. Zij heeft inmiddels blaren van wel 7 cm!
De boodschappers kopen in het dorp alle broden die in de winkel voorradig zijn (7x). Verder ingrediënten voor 2 kg macaroni, een krat pils en 2 witte wijn. We hoeven geen statiegeld te betalen, als we dinsdag de spullen maar weer voor de winkel neerzetten.
Het zakgeld is slecht te besteden hier. Kaarten+zegels voor thuisblijvers, vrienden en huisgenoten, aangevuld met 1 Brfs chocolaatjes tot 100 Bfrs is het beste wat ik voor elkaar kan krijgen.
Op de terugweg probeert Peter nog ergens appels te plukken. Zonder resultaat.
Weer terug bij de tenten is alles uitgestorven. Het wassen is hen in de bol geslagen denken we dan maar. Dus de boodschappers gaan zelf aan de slag. Snel worden de primussen gereed gemaakt, twee banken en zelfs een prima (doch 4-6 persoons) tafel aangesleept. In de twee grootste pannen wordt de macaroni gekookt. Ze zitten boordevol. De kleine pan is ook tot de rand gevuld met prima saus. We bunkeren! In het donker, zo'n beetje in de regen, met z'n elven aan een kleine tafel gepropt: heel sfeervol!
Na het eten vinden de dames dat het nu echt tijd is voor relaxen. In de tent dicteren we elkaar wat op de ansichten geschreven moet worden. Maar inmiddels wordt het kouder. En dat we zo dicht aan het water staan maakt het ook klammer. "Tijd voor een vuurtje" sommeren de dames vanuit hun tent. En de heren reageren voorbeeldig. Met wat kunstgrepen (zoals daar zijn: peut, kaarsen en gestolen, doch zeer prettig op maat gezaagde en droge stammetjes) wordt het vuur tot warme hoogten gestookt. Helemaal vakwerk wordt het als oom Jan op geleende roosters worsten (waar komen die nu weer vandaan?) gaat warmen. Het eerste rooster smelt bijna (was het ook niet bedoeld als opstapje voor een caravan?!), maar het tweede rooster houdt beter. Het eerste blik worsten dondert ook nog eens in het vuur. We halen ze er ook weer uit, want maar een enkele is een beetje zwart geworden. Jan Willem hoeft die worst niet, maar ziet in het donker niet dat hij hem even later toch krijgt en met smaak wegwerkt. Na de pils en de wijn is ieder weer behoorlijk warm. Zo'n avond is eigenlijk een aaneenschakeling van recitals op fluit, praatjes over het weer, bemoeienissen met de worst, wijn en pils en af en toe een rondje zuurtjes.
10.30u gaan we plat en ik slaap al voor de anderen de tent in komen.
Het is koud en het regen, het motregent en mist met hele grote druppels, het wordt een beetje beter en ook weer een beetje slechter en zo gaat het de hele dag.
We worden gewekt door luide kreten van oom Jan. Wij denken dat hij voorleest uit het ochtendblad, tot we met een schok ontdekken dat hij een life-reportage verzorgt: "Een afschuwelijk misverstand heeft 11 trekkers het leven gekost! Een Ourmonster heeft toegeslagen, boter gestolen, pootafdrukken op het tentdoek (en notabene mijn kaarten!) achtergelaten..." Rommelend in de pannen onder het tentzijl van de damestent heeft oom Jan ontdekt dat we waarschijnlijk een rat van zeker een meter op bezoek hebben gehad in de tent. Het formaat is aan de enorme pootafdrukken af te lezen. Hij heeft de aluminium boterdoos weten open te breken, zich stevig tegoed gedaan en met z'n vette poten een spoor over de spullen en meerdere tenten achtergelaten. Sensatie alom. Let wel: het is 7.00u! We hebben een zware dag voor de boeg.
In regenspullen en met hoeden, mutsen, petjes en pluutjes op, ontbijten we weer aan onze riante dinner-table. Ondertussen kijken we schichtig rond of we in het natte sluipdoor-kruipdoor gras niet nog een glimp van het Oermonster ontwaren. Dat ie met z'n poten aan de boter heeft gezeten... bah!!!
In de regen pakken we op en verdelen we de voor vandaag en morgenochtend ingeslagen foerage: 2 extra broden, melk, soepspullen en veel chocola. We komen geen winkels of huizen tegen vandaag, dus ook moet er water mee, al vanaf deze camping. Dan rommelen we in hoog tempo alle laatste klusjes af: flessen vullen, wassen en tandenpoetsen, de laatste ansichten schrijven, de schoenen invetten, de banken en roosters terugbrengen (bij de juiste caravans?!), plastic zakken om de broekspijpen en rugzak en de regenjas aan. En dan OMHANGEN!
Als we langs de winkel komen, komt ook net de eigenares aan. Ze zou er niet zijn, maar heeft misschien een gokje gewaagd op de zakgeldbesteding van onze groep. Om haar niet teleur te stellen kopen we nog meer chocola en veel snoep.
Het is uiteindelijk 10.45u als we echt op pad gaan. In de regen. De familie die tot zover dezelfde route heeft gelopen, wandelt vandaag niet. De kinderen lopen wel mee tot aan het drielandenpunt. Het blijft regenen, niet hard, maar wel nat. Het drielandenpunt ligt in een dalletje. Een beetje een depridalletje, of zou dat door de regen komen?!
We lopen een prachtig pad, dicht langs de Our. Onder de bomen en in het struikgewas heb je eigenlijk niet zoveel last van het gedrup, maar alles wordt wel een beetje glibberig. In ganzenpas gaan we voort op het pad dat met de bochten van de Our meedraait. Op een gegeven moment heb je geen idee meer in welke richting je nu loopt met al dat gedraai in een mistig natte omgeving. Het is inspannend!

In ganzepas langs de Our.
Na een aantal bochten vinden we het tijd worden voor een lunch. Het regent juist nu wel harder, maar je moet toch eens eten. En juist op dat moment komen we aan bij een molen. (De Tintesmühle?) Ze hebben de schuur die erbij staat zojuist voor ons uitgeruimd, geveegd en verlaten. Op een rijtje, tegen de betonnen muur gezeten lunchen we. We besluiten geen thee te maken, want we hebben niet voldoende water bij ons voor een dergelijke uitspatting èn het kost veel tijd. Het zou wel even lekker warm zijn, maar we kiezen voor een gewichtsreductie. We drinken dus melk en eten 2,5 brood uit de zakken met de grootste gewichten. Georgine mag ook wat lossen, anders gaat ze te gebukt onder de last van deze tocht.
Oom Jan merkt op dat dit een gezegende tocht móet zijn. Tot nu toe hebben we precies mooi weer als we dat nodig hebben, een prachtige route, water en winkels volgens plan, overnachtingplaatsen op het gewenste moment en nu weer een lege schuur om de lunch droog te kunnen nuttigen. Alsof alles van tevoren is geregeld. En daar nemen we nog een stuk chocola op. We moeten weer verder...
De aantekeningen in mijn schriftje verraden dat op deze middag Evelien haar bijnaam krijgt. De situatie speelde mee: vanwege de regen werd er na de lunch behoorlijk vrij in het openbaar, langs het pad gesast door enkele familieleden. Evelien die dit uitgebreid bestudeerde, werd weer geobserveerd door oom Jan. Deze man had net in de schuur een enkel Obstlertje soldaat gemaakt en zag verband met de paardenfotografie vorig jaar. Naast een regeltante, een vuurneef en een tippelnicht is nu ook nicht Evelien van een ongepaste naam voorzien. Omdat oom Jan aanstichter van dit voorval is, dichten wij voor hem even een nieuw vies liedje (weet je nog... op de wijs van shalom chaverim).
En maar sjouwen door de regen. Het lijkt hier wel wat op de tocht langs de Ourthe, hoewel we er nu niet zo dicht langs lopen en meer omhoog en omlaag gaan.
Onderweg trachten we nog een nieuw lied te maken. Wijsjes die we allemaal kennen komen toch vaak voort uit het zondagschool- en Koninginnedag repertoire. We voelen veel voor iets op "Oh Haupt vol Blut und Wunden" of "Merk toch hoe sterk". Die laatste wijs verlaat ons niet meer...
Een onvoltooide poging was:
Merk toch hoe sterk hier de geur zich verspreidt,
Die 't allen tijd ied're meid behoorlijk doet verzuchten...
Goed, ieder moet af en toe maar 't gemoed
strijd toch maar weer, ied're keer, bij 't harden van die luchten.
Refrein:
Randonneurs, geven geur
nauw'lijks te verdragen
lopen stoer, langs de Our
wassen in geen dagen.
Het is een energievragende wandeling. Op en neer. We eten dus nog maar weer een stuk witte chocola en trekken verder. De groenteboer blijft nog steeds hopjes uitdelen! Hoeveel zakken heeft die jongen wel niet mee?
We komen bij de splitsing Clervaux - Dassburg. Het dal is drijfnat en we willen er eigenlijk uit om een drogere kampeerplaats te vinden. Dus niet naar Dassburg! Peter overlegt nog even met een koe, die blijft antwoorden, ook al zijn we al weer een heel eind verder. Het is duidelijk dat de koe alleen met Peter contact heeft, want op de anderen reageert zij niet.
We besluiten om recht omhoog het dal uit te gaan. Steil omhoog, vermoeide mensen met zware zakken en nog maar weinig water We hebben het behoorlijk gehad en de stemming dreigt aangetast te worden. Oom Jan spreekt nog eens goede moed in (Evelien is tot tranen toe bewogen) en we nemen een dextro-energiecrisis. De eerste verbreding van het pad (gelukkig na 50 meter) was volgens iedereen voldoende om de tenten op te kunnen zetten. In het hoge gras passen we de tentjes achter elkaar op en langs het pad. Het lukt. We zijn poepmoe en toe aan soep! Nu we bijna uit het dal zijn, is te zien dat een heuvel verder de zendmasten van Luxemburg radio staan.
Snel worden de tenten opgezet. De dames klaren eigenlijk het snelste op. We proberen een vuurtje te maken en ieder levert z'n water in. Oei: samen 6,5 liter. Van 5,5 liter maken we een soep waar je U tegen zegt. Prei-groente-vermicellisoep, met paprika en macaroni. Misschien iets te zout voor de hoeveelheid water die ons nog rest, maar verder precies waar we aan toe zijn. Oom Jan en Georgine smeren brood. Eentje maar, want anders hebben we voor morgen niets meer. Van al die rantsoenen krijg je echt survival gevoelens.
We eten in het donker. Georgine, Irene en Evelien zijn even gaan slapen, zo moe zijn we. Als het vuur brandt halen we ze er weer uit. Verrassend genoeg kunnen we alles bij de vlammen drogen. Afwassen hoeft niet, want daar hebben we geen water voor. Leve de borden met deksel!
Rond het vuur dicht oom Jan nog een fantastisch lied. We drinken de fles witte wijn van George. Ieder een slok uit de fles en Jan uit een beker. Het water verdelen we zeer nauwkeurig m.b.v. de borrelglaasjes van oom Jan.
9.00 kruip ik er in en Evelien ook. En wèg zijn we!
Ochtendnevel en later strakblauwe luchten met condensstrepen.
Koel en later wat betrokken, geen regen.
Aan de rand van een heuveltop, die af en toe nog in nevelen gehuld is, worden we wakker van gezwiffel en gezwoeffel door het natte gras. Het zijn Peter en oom Jan die wakker geworden zijn van de dorst en samen op rooftocht zijn. Uit alle buitenliggende, gisteren met zorg geleegde flessen (water èn drank), zuigen ze de laatste restjes. Van bladeren wordt de dauw gelikt om toch maar enigszins van het smachtende gevoel af te komen. Het ergste is eigenlijk - volgens oom Jan - om geen scheerwater te hebben. Na een kleine ochtendwandeling maken ze ons om 8.00u wakker. Het plan moet zijn: niet ontbijten, maar zo snel mogelijk opbreken en naar het dichtstbijzijnde café.
De sporen van de vorige dag zijn merkbaar: nog niet alles verloopt even soepel. Sommigen gaan op hun gemak op hun gemak ergens op een mooi uitzichtpunt, terwijl anderen zich smachtend haasten. Met Jan is even geen land te bezeilen (boos vanwege de al gefiatteerde plannen? de drankzucht van pa en Pe? of had hij gewoon een kater?) Frans kan hem met brood bewegen toch weer mee te doen. We zouden niet eten, maar vanwege de vrede doen wij dit toch.
Dan gaat alles weer gewoon snel. We pakken op. Stukken lichter! We lopen nog even naar het ontdekte uitzichtpunt en zien eindelijk weer het prachtige heuvellandschap. Een heel andere aanblik en sfeer dan gisteren!
Jan leest de kaart en leidt ons zo in een stief uurtje naar de heuvel met de licht- en zendmasten. Af en toe worden we nog omhuld door flarden ochtendnevel. Wat loop je zo'n geweldig eind toch snel en wat is het bevredigend om dat te kunnen zien.
De heuvel aflopend, komen we al snel in Roden. Het eerste wat we zien is een hotel op een pleintje. Prachtig! Niet verder zoeken, maar neerstrijken.
Men is niet echt gelukkig als ze ons zien, maar we storen ons daar niet aan. We maken het ons even gemakkelijk op het terras in de zon en verdwijnen en masse naar de toiletten. Ho, ho, dat moet even tactisch verdeeld worden. De bestelling is 5 chocola, 1 Fanta, 2 Cola en 3 koffie. Geserveerd wordt: 3 chocola, 2 Fanta, 1 Cola en 5 koffie. Wij doen vandaag niet moeilijk en nuttigen het aangebodene met smaak. Er is geen gebak. Dat is jammer, maar we hoeven niet te treuren, want ik heb nog koek. Het wàs mijn verrassing en het wàs heerlijke ouwe-wijven-cake-koek. Maar op een oliedom moment is de koek iets te dicht in de buurt geweest van de primus. Dus nu hebben we petrokoek ook wel genaamd oliekoek. En het gaat er in als... natuurlijk als gewone koek.
Ondertussen maken de dames uitgebreid gebruik van de toiletten. Haren worden weer gewassen, vocht tekorten aangevuld en viezigheid van de lijven weggewerkt en tanden gepoetst (genoemd in volgorde van belangrijkheid). Ook worden allerlei individuele behoeften vervuld, meegenomen en/of achtergelaten. Ondertussen zorgen we (goed gedoseerd en afwisselend) voor blijvende aanwezigheid van enkelen op het terras. Oom Jan probeert tante Georgine te bellen, maar heeft geen succes. Frans krijgt wel tante Dini aan de lijn. Er zijn prachtige kaarten te krijgen van de omgeving. Ook een leuke getekende versie van het stuk dat we gisteren door de Ourvallei hebben gelopen. Na een poosje onderwerpen ook de heren zich aan de geneugten die in de toiletten te vinden zijn. Het lukt oom Jan om vanuit de toiletten water naar buiten te mikken, precies op George. Lang verbaast oom Jan zich dat deze actie eigenlijk geen reactie oproept. Totdat we weer een eind op pad zijn. Dan blijkt dat zijn zojuist herwonnen frissigheid wel heel erg fris ruikt. Bij nader onderzoek blijkt dat de heer G. zijn toiletbezoek heeft afgesloten met het aanvullen van zijn voorraad toiletblokjes. En stukjes van die toiletblokjes heeft hij ongemerkt laten zakken in elk van de ontelbare zakjes die oom Jan heeft in zijn kleren en uitrusting. Oom Jan ontdekt in eerste instantie alleen een groot stuk in z'n broekzak en probeert dat nog ergens bij George terug te stoppen. Maar als hij de lucht niet kwijtraakt en ook in z'n binnenzakken van het spul ontwaart... O, ja, volgens Peter wordt je van dat spul impotent.
12.30u stappen we weer op. Genoeg gespeeld en gegeten. Op naar Clervaux. Het zijn weer prachtige wandelingen. We snoepen wat af en Frans speelt bijna 'Merk toch hoe sterk' op de blokfluit. De jongen heeft talent! Oom Jan vertelt enkele fantastische legerverhalen en ongemerkt naderen we om 15.00u Clervaux.
Men herkent een en ander en langs een stijl pad lopen we het dorp in. We lopen eigenlijk eerst erdoor, naar de camping. Daar zetten we onze tentjes op, op twee keurig afgebakende caravanplaatsen. Even uitpakken, even wassen, even blaren prikken. Kortom opknappen en alle snoepresten opmaken.
Al gauw hebben we 11 bierkratjes bij elkaar voor een aardig TT‑zitje. Oom Jan komt met een fantastisch recept voor 'omelette paysanne' voor ons slotdiner. Dus gaan we het dorp in om de ingrediënten te bemachtigen. Tegelijk proberen we de restanten van ons zakgeld op te maken. Hierbij raken we Jan bijna definitief kwijt tussen de tijdschriften. De Dassen, Frans en ik bekijken nog even de burcht en de kerk (waar de organist net aan het inspelen is), voordat we teruggaan naar de camping.
De anderen zijn daar zeer gezellig bijeen en zijn bezig met het eten. Het is een prima maal: heerlijk brood en heerlijke omelet.
We doen de afwas in het donker, rommelen de spullen onder het tentzeil en maken ons klaar voor het avondje stappen. De dames, vergaderd in het toiletgebouw zijn - verbazend genoeg - het snelste klaar. Jan moet z'n broek nog naaien. We wachten, beschut in het toiletgebouw, tot iedereen gereed is. De dameskant heeft een geschikte ruimte om even wat volksdansen in te doen. Daarna zingen we, gezeten op het hek bij de poort, het lied van de oude zeeman. We zingen tot iedereen er is. Eindeloos!
Dan gaan we de stad in. We lopen eerst naar het station om te treintijden te controleren. Nou ja, lopen?! We volksdansten er naartoe, fluiten, zingen en lachen. Komt het van hyperactiverende snoepjes? De opluchting dat we het gehaald hebben? De drank in de omelet? Geen idee, maar we vallen wel een beetje op in dit tamelijk rustige, bijna verlaten dorp. Gordijntjes kieren een beetje open als we voorbij gaan, luiken slaan dicht...
Inspirerend moet oom Jan gedacht hebben. Peter, George, oom Jan en ik lopen een stuk voorop. We komen langs een winkel waar het rolluik voor de deur nog een stuk openstaat. Peter duikt erachter om de volgers eens stevig schrik aan te jagen als zij erlangs komen. Geheel onverwacht slaat oom Jan precies op dat moment toe. George in zijn actie betrekkend, duwen zij het rolluik stevig naar beneden en oom Jan plant zijn hak - met zijn volle gewicht - erop. George, nu in een glansrol als partner in crime, begint aan de deur te rammelen alsof hij Peter helpen wil hem open te maken, maar tegelijk drukt hij het luik nog dichter. Oom Jan, die zijn lachen bijna niet kan beheersen, begint gemaakt zenuwachtig, opmerkingen te plaatsen over dat het luik misschien wel in het slot is gevallen. Hierop rolt hij achterover in de vensterbank van het lachen. Of misschien door de bovenmenselijke krachtsexplosie die Peter nu van binnenuit teweegbrengt. We zullen het niet weten. In ieder geval schiet het luik ineens omhoog en Peter springt uit zijn benarde positie en rent weg alsof de duivel hem op de hielen zit. Ons in het voorbijgaan toesissend dat hij achterna gezeten wordt door een man met een paar valse honden. Tja, niet voor niets stond het rolluik half open. De goede man was waarschijnlijk aan het afsluiten toen wij langskwamen. Lol genoeg, dus we stappen nog maar even door...
Bij het station kopen we alvast de kaartjes voor morgen en ondertussen gebeurt er iets tussen de Hellemansbroers. Wat er gebeurt weet ik niet (gaarne aanvulling van het verhaal), maar het feit dat Frans zijn evenwichtsgevoel de vrije loop laat op de brugleuning over het spoor, valt niet in goede aarde bij George. Hebben wij Frans die avond nog gezien of zit George hem nog achterna?
Uiteindelijk vinden we in het bijna verlaten dorp een hotel-restaurant wat open is. Kijk aan, hier zit de bevolking, voor de tv (IJsland-Polen) en er is een Nederlands sprekend MEISJE. Een mooie meid die zich graag laat vleien door enkele TT‑mannen, die om haar heen darren als vliegen om de stroop.
Ook blijkt dat de komst van onze hoogblonde Dassen nichten enorm gewaardeerd wordt. Er wordt witte wijn aangeboden. Een kleine blik van verstandhouding met pa en de dames hippen op de aangewezen barkrukken. Oom Jan belt naar huis en ondertussen krijgt het nuttigen van de aangeboden drankjes (en de TT‑rondjes) aardig effect. Het is warm en rokerig en de voetbalwedstrijd absoluut oninteressant. Als de Jannen uitgesproken zijn over de krant wordt voorgesteld om af te nokken. De dames móeten mee terug. Albert en George blijven nog even versieren.
Dat was een avondje waar de verhoudingen in de groep toch wel even door elkaar geschud zijn. We moeten ons nog even afreageren als we teruglopen. Irene probeert de rechte weg te houden door op de witte middenstreep te lopen. Het lukt niet erg, wat haar - zoals later blijkt - enkele historische woorden ontlokt. Eerst roept ze haar vader verwijtend toe: "Jan wordt al dronken van één gaasje*)" en daarop: "HET IS ALLEMAAL JOUW SHULD*) PAPPA!" Hierop gaat bij een huis in de bocht van de weg een luik een kiertje open en een boze vrouw sist ons enkele kwade woorden Frans toe. We begrijpen dat het iets rustiger moet, maar dat is nu wel helemaal moeilijk geworden. (*: deze tekst bevat géén schrijffouten!)
Toch nog om 23.00u liggen we er in.
Het is behoorlijk motterig (en daardoor ook modderig).
Later wordt het beter weer, met prachtige luchten.
6.00u worden we wakker van regen op de tent. Irene moet er even uit (wat wil je ook), maar het is beslist te vroeg om op te staan. Ze rommelt wat en mompelt al wel het een en ander, maar waar ze het over heeft wordt niet echt duidelijk. Totdat ook wij om 6.45u eruit gaan. Er is, pal voor onze tent, een wonder gebeurt vannacht: er is een prachtige paarse margriet in volle glorie de grond uit geschoten. De struik is bijna een meter hoog, met ontelbare bloemetjes. De grond eromheen, dat is duidelijk te zien, is al druk betreden geweest, waarschijnlijk door de velen voor ons die dit wonder wilden aanschouwen. Met heeft zelfs een gieter achter gelaten om de struik af en toe te kunnen bewateren. Verder blijken onze schoenen ook vruchtbare bodem te hebben (eigenlijk niet verrassend na zo'n tocht), want uit onze schoenen groeit allerlei look. Uit mijn goddelijke gympjes schiet een fikse prei tevoorschijn, geflankeerd door bieslook. En uit de bergschoenen steken chrysanten, precies van dezelfde kleur als in de moestuinen langs de weg.
Oom Jan is boos en vindt dat dit ècht niet kan. Hij wil hier niet bijhoren. 's avonds blijven versieren is tot daar aan toe, maar nog meer versieren...
De zaken worden opgeruimd en we ontbijten brood met alles er op wat er nog over is. De zakken worden bij het toiletgebouw gepakt en alle kratjes weer keurig terug gezet. De dames zijn alweer als eerste klaar! Als we willen betalen blijkt van de campingbaas geen spoor te zijn. Niet dat hij er gisteren of vannacht wel was, maar er waren aanwijzingen dat hij z'n gezicht wel even zou laten zien. Gezien de indruk die de groep wellicht in het dorp heeft gemaakt is het nu tijd oom een laatste goede indruk achter te laten. We doen het campinggeld in een envelop en schuiven die onder de deur van het kantoor. En dan is het weer OMHANGEN!
Langzaam lopen we het dorp door. We hebben tijd genoeg. Het ziet er heel anders uit als gisteren. We kopen nog even enkele aardigheidjes (waaronder een stokplaatje voor oom Jan, voor z'n verjaardag). Alle franken worden bij elkaar gelegd om daar nog een laatste maal groots snoep van in te slaan. Het enige wat zo te bekostigen is, zijn Milkyways. Met de dan nog overgebleven muntjes wegen we ons op de stationsweegschaal. 3 kg aangekomen?!? Hoe kàn dat nou...
Het wachten is op de trein. Het stationsgebouw leent zich perfect voor enkele recitals op de fluit. De akoestiek is meer dan galmend, zodat enkelen met bloedende oren afdruipen.
10.22u vertrekt de trein. Jan presenteert nog enkele wetenswaardigheden van Luxemburg in het algemeen en de Ourvallei in het bijzonder. Het verval van de rivier, de economische vooruitzichten van het Ourgebied en de politieke machtsstructuur rond het drielandenpunt. Over alles kan hij een interessant verhaal vertellen. Niet iedereen stelt die verhalen altijd op prijs, maar ik geniet er steeds weer met volle teugen van. Speciaal op paadjes, waar je er helemaal door zit. Dan hoop je gewoon dat je Jan aan hoort komen stampen vanuit de achterste gelederen (daar bevinden zich vaak discussierende Jannen) en, zoekend naar nieuw gehoor, al van een afstandje zijn standaard openingswoorden toeroept: "Zeg Els, wist je dat... "
Na ook nog een gesprek met oom Jan over zijn werk, ben ik weer behoorlijk bijgepraat.
12.15 bereiken we Luik. We drinken koffie in een café. Eindelijk weer één met een jukebox en flipper automaten. Nog even langs gevonden voorwerpen lopen en dan met de boemel naar Maastricht. In deze boemel kunnen we al de Nederlandse treinkaartjes, inclusief meermanskaart, krijgen.
In Maastricht wisselen we toch nog geld (waar komt dat nu weer vandaan?) en dan gaan we op naar dé chinees: WEN CHOW. Op eigen kosten, dat wel, maar het is berekend en het klopt. Saté ajam: f 5,75, tjap-tjoi: f 8,75, appelsap: f 1,50, ananas f 2,25 met slagroom f 0,70.
Ik koop nog vlaai voor degenen die thuis zijn en dan pakken we de trein van 15.28u naar Utrecht. We passeren de tijd met het lezen van de Revu en de Panorama, Jan Willem deelt vlaai en de stationsrestauratie levert koffie. De dames Das moeten dokken voor koffie voor pa. Jan houdt verhandelingen over homo-ludens en homo-sapiens en constateert op een stil moment luid en duidelijk: "Ik ben een homo".
Om half zes arriveren we in Utrecht. Daar staat zowaar een ontvangstcomité: Rob, oom Wim, tante Georgine, tante Bep en oom Henk. Alle geleende en voor een ander gesjouwde spullen worden weer aan de rechtmatige eigenaar gegeven en sjouwbaar weggepakt. De Dassen zetten we op de trein, de Hellemannen vertrekken met de auto, dan zetten we ook Jan Willem, Albert en Evelien op de trein en de rest gaat met mij mee.
En dat was het dan weer, tot de volgende keer!